Jacobus
Chapter 4

Jacobus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Vanwaar dan strijd en getwist onder u? Komt het niet voort uit uw lusten, die door uw ledematen aan het vechten slaan?
1Откуда у вас вражды и распри? Не отсюда ли, от вожделений ваших, воюющих в членах ваших?
2Gij begeert, toch bezit gij niet; gij moordt en benijdt, toch verkrijgt gij niet. Gij blijft dus vechten en strijden! Gij bezit echter niet, omdat gij niet bidt;
2Желаете - и не имеете; убиваете и завидуете - и не можете достигнуть; препираетесь и враждуете - и не имеете, потому что не просите.
3gij bidt en toch verkrijgt gij niet, omdat gij bidt met de boze bedoeling, door uw lusten te verbrassen wat gij verkrijgt.
3Просите и не получаете, потому что просите не на добро, а чтобы употребить для ваших вожделений.
4Overspelers, weet gij dan niet, dat vriendschap der wereld vijandschap is jegens God? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot vijand van God.
4Прелюбодеи и прелюбодейцы! Не знаете ли, что дружба с миром есть вражда против Бога? Итак, кто хочет быть другом миру, тот становится врагом Богу.
5Of meent gij soms, dat de Schrift het voor niets zegt: “Tot afgunst toe begeert de Geest, dien Hij in ons deed wonen?”
5Или вы думаете, что напрасно говорит Писание: “До ревности любит дух, живущий в нас”?
6Groter genade geeft Hij zelfs; daarom zegt ze: “God weerstaat de hovaardigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.”
6Но тем большую дает благодать; посему и сказано: Бог гордым противится, а смиренным дает благодать.
7Onderwerpt u dus nederig aan God, maar verzet u tegen den duivel, en hij zal voor u vluchten!
7Итак покоритесь Богу; противостаньте диаволу, и убежит от вас.
8Treedt nader tot God, en Hij zal naderen tot u! Zondaars, reinigt uw handen; dubbelhartigen, zuivert uw harten!
8Приблизьтесь к Богу, и приблизится к вам; очистите руки, грешники, исправьте сердца, двоедушные.
9Beseft uw ellende, jammert en weent; uw lachen verkere in rouw, en uw vreugde in droefheid!
9Сокрушайтесь, плачьте и рыдайте; смех ваш да обратится в плач и радость - в печаль.
10Vernedert u voor den Heer, en Hij zal u verheffen.
10Смиритесь пред Господом, и вознесет вас.
11Broeders, spreekt geen kwaad van elkander! Wie kwaad spreekt van zijn broeder, of den broeder beoordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt de wet; maar zo ge haar oordeelt, zijt ge geen werker der wet, maar haar rechter.
11Не злословьте друг друга, братия: кто злословит брата или судит брата своего, того злословит закон и судит закон; а если ты судишь закон, то ты не исполнитель закона, но судья.
12Wetgever en Rechter is Eén: Hij die redden kan en verderven. Maar wie zijt gij, dat ge den naaste beoordeelt?
12Един Законодатель и Судия, могущий спасти и погубить; а ты кто, который судишь другого?
13En nu gij daar, die zegt: “Vandaag of morgen zullen we heenreizen naar die of die stad; een jaar zullen we daar blijven, handel drijven en winst maken.”
13Теперь послушайте вы, говорящие: “Сегодня или завтра отправимся в такой-то город, и проживем там один год, и будем торговать и получать прибыль”;
14Gij daar, die niet eens de dag van morgen kent! Wat is uw leven? Een damp immers zijt gij, die een stonde opkomt en dan weer verdwijnt.
14вы, которые не знаете, что случится завтра: ибо что такое жизнь ваша? пар, являющийся на малое время, а потом исчезающий.
15Neen, gij moest zeggen: “Zo de Heer het wil, zullen we leven, en dit doen of dat!”
15Вместо того, чтобы вам говорить: если угодно будет Господу и живы будем, то сделаем то или другое, -
16Maar nu bluft gij in uw verwaandheid; al dergelijk gebluf is verkeerd.
16вы, по своей надменности, тщеславитесь: всякое такое тщеславие есть зло.
17Nu dan, hij die weet, dat hij goed heeft te doen en het nalaat, doet zonde.
17Итак, кто разумеет делать добро и не делает, тому грех.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.