Jesaja 41
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Eilanden, hoort Mij zwijgend aan, Wacht, volken, mijn bestraffing af. Laat ze komen en spreken, Wij samen voor de vierschaar treden!
1“เกาะทั้งหลาย จงเงียบต่อหน้าเรา ให้ชนชาติมีกำลังใหม่ เข้ามาใกล้ แล้วจึงพูด มาพบกันเพื่อพิจารณาคดี
2Wie heeft in het oosten den zegerijke verwekt, Hem geroepen, zijn schreden te volgen; Wie heeft hem de volken overgeleverd, En koningen hem onderworpen? Zijn zwaard vergruizelt ze tot stof, Zijn boog tot dwarrelend kaf;
2ใครปลุกผู้หนึ่งจากตะวันออก? ใครเรียกเขามาที่เท้าของตนอย่างเที่ยงธรรม? พระองค์มอบชนชาติให้เขา ให้เขาปกครองกษัตริย์ ให้พวกเขาเหมือนฝุ่นแก่ดาบของเขา เหมือนตอซังปลิวแก่ธนูของเขา
3Hij jaagt ze na, dringt ongedeerd voort, Op wegen, die hij nog nooit had betreden.
3เขาไล่ตาม ผ่านไปอย่างปลอดภัย แม้บนทางที่เท้าไม่เคยเดิน
4Wie heeft het gedaan, wie bracht het tot stand? Ik, die van de aanvang af de eeuwen riep; Ik, Jahweh, die de Eerste ben, En die bij de laatsten zal zijn!
4ใครทำสิ่งนี้จนสำเร็จ เรียกคนแต่ละรุ่นตั้งแต่ต้น? เรา พระยาห์เวห์ ผู้แรก และอยู่กับผู้สุดท้าย เราคือผู้นั้น”
5Sidderend zien de eilanden toe, De grenzen der aarde rillen er van;
5เกาะต่างๆ เห็นแล้วกลัว สุดปลายแผ่นดินสั่น พวกเขาเข้ามาใกล้
6Ze snellen elkander te hulp, En roepen elkander: Houd moed!
6แต่ละคนช่วยเพื่อนบ้าน บอกพี่น้องว่า “จงเข้มแข็ง!”
7De gieter bemoedigt den goudsmid, De pletter, hem die het aambeeld slaat. Men zegt: het soldeersel is goed; Maar met spijkers slaat men het vast, dat het niet losgaat!
7ช่างไม้จึงให้กำลังใจช่างทอง คนใช้ค้อนเกลี่ยให้เรียบให้กำลังใจคนตีทั่ง พูดถึงรอยเชื่อมว่า “ดีแล้ว” ตอกตะปูยึดไว้ไม่ให้โยก
8Maar gij, Israël, Mijn dienstknecht, Jakob, dien Ik heb uitverkoren, Kroost van Abraham, mijn vriend;
8“แต่เจ้า อิสราเอล ผู้รับใช้ของเรา ยาโคบที่เราเลือก เชื้อสายอับราฮัมเพื่อนของเรา
9Dien Ik van de grenzen der aarde heb gehaald, En van haar eindpaal geroepen: Ik heb u gezegd: Gij zijt mijn dienstknecht, U heb ik verkoren en nimmer versmaad!
9ผู้ที่เราจับไว้จากสุดปลายแผ่นดิน เรียกจากมุมต่างๆ บอกว่า ‘เจ้าเป็นผู้รับใช้ของเรา เราเลือกเจ้า ไม่ทิ้งเจ้า’
10Ge moet niet vrezen, want Ik sta u bij; Niet radeloos rondzien, want Ik ben uw God! Ik maak u sterk, Ik kom u te hulp; Ik zal u steunen met de rechter van mijn ontferming!
10อย่ากลัว เพราะเราอยู่กับเจ้า อย่าหวาดผวา เพราะเราเป็นพระเจ้าของเจ้า เราจะเสริมกำลัง จะช่วยเจ้า จะประคองด้วยมือขวาแห่งความเที่ยงธรรมของเรา
11Zie, die u bestoken, worden met schaamte en schande bedekt; Ze worden vernield en verdelgd, die tegen u strijden.
11ดูเถิด ทุกคนที่โกรธเจ้าจะผิดหวังและอับอาย คนต่อสู้เจ้าจะไม่เหลืออะไรและพินาศ
12Ge zult ze zoeken, die met u twisten, maar ze niet vinden; Die u bekampen, zullen vergaan en verdwijnen.
12เจ้าจะหาแต่ไม่พบ แม้คนโต้แย้งกับเจ้า คนรบกับเจ้าจะไม่เหลืออะไร เหมือนไม่เคยมีอยู่
13Want Ik ben Jahweh, uw God, Ik houd u vast bij de rechterhand; Ik zeg u: Wees niet bang, Ik zal u helpen!
13เพราะเรา พระยาห์เวห์ พระเจ้าของเจ้า จะจับมือขวาเจ้า บอกว่า ‘อย่ากลัว เราจะช่วย’
14Wees niet angstig, wormpje van Jakob, Israël, mijn kindje; Ik ben uw helper, spreekt Jahweh, Ik uw verlosser, Israëls Heilige!
14อย่ากลัว ยาโคบผู้เป็นหนอน และพวกเจ้าชาวอิสราเอล เราจะช่วย” พระยาห์เวห์กล่าว “ผู้ไถ่เจ้าคือพระผู้บริสุทธิ์แห่งอิสราเอล
15Zie, Ik maak een dorsslee van u, Nieuw geslepen, met scherpe punten: Bergen zult ge dorsen en pletten, En heuvels hakken tot kaf;
15ดูเถิด เราทำเจ้าเป็นเครื่องนวดข้าวใหม่ คมและมีฟัน เจ้าจะนวดภูเขา บดเป็นชิ้นเล็ก ทำเนินให้เหมือนแกลบ
16Ge zult ze wannen, en de wind waait ze weg, De stormwind zal ze verstrooien; Maar gij zult u in Jahweh verblijden, En in Israëls Heilige roemen!
16เจ้าจะฝัดมัน ลมจะพัดไป ลมหมุนจะกระจาย เจ้าจะยินดีในพระยาห์เวห์ ภาคภูมิในพระผู้บริสุทธิ์แห่งอิสราเอล
17De armen en ellendigen zoeken water, ze vinden het niet, En hun tong is verdroogd van de dorst. Ik. Jahweh, zal ze verhoren, Ze niet verlaten, Israëls God.
17คนจนยากไร้หาน้ำ แต่ไม่มี ลิ้นแห้งเพราะกระหาย เรา พระยาห์เวห์ จะตอบพวกเขา เรา พระเจ้าแห่งอิสราเอล จะไม่ทอดทิ้ง
18Op kale rotsen laat Ik stromen ontspringen, En bronnen te midden der krochten; Ik maak een vijver van de woestijn, Van het dorstige land een fontein.
18เราจะเปิดแม่น้ำบนยอดโล้น เปิดน้ำพุกลางหุบเขา ทำถิ่นกันดารเป็นแอ่งน้ำ แผ่นดินแห้งเป็นน้ำพุ
19Ik zal de steppe met ceders beplanten. Met acacia, oleaster, olijf; In de wildernis cypressen zetten, Naast platanen en dennen:
19เราจะวางซีดาร์ อะเคเซีย เมอร์เทิล และต้นน้ำมันในถิ่นกันดาร วางไซเปรส สน และบ็อกซ์ร่วมกันในทะเลทราย
20Opdat ze zien en erkennen, Het begrijpen en het verstaan, Dat de hand van Jahweh het doet, Israëls Heilige het wrocht!
20เพื่อพวกเขาจะเห็น รู้ พิจารณา และเข้าใจร่วมกัน ว่ามือพระยาห์เวห์ทำสิ่งนี้ พระผู้บริสุทธิ์แห่งอิสราเอลสร้างสิ่งนี้
21Komt uw goed recht nu eens bepleiten, Spreekt Jahweh; En brengt dan uw afgoden mee, Zegt Jakobs Koning.
21พระยาห์เวห์กล่าวว่า “จงเสนอคดี” กษัตริย์แห่งยาโคบกล่าวว่า “นำเหตุผลหนักแน่นมา!
22Laat ze komen en ons verkonden, Wat in de toekomst geschiedt, Of wat ze vroeger hebben voorspeld:Dan kunnen we dat eens onderzoeken. Laat ons de toekomst eens horen,
22ให้พวกเขาประกาศและบอกพวกเราว่าจะเกิดอะไร! บอกเรื่องก่อนๆ ว่าคืออะไร ให้พวกเราพิจารณาและรู้ตอนจบ หรือแสดงสิ่งที่จะมา
23En zegt ons wat er later gebeurt; Als we het dan in vervulling zien gaan, Dan weten we, dat gij goden zijt. Ja doet maar iets, of goed of kwaad, Dan kunnen we zien, en ons meten!
23บอกสิ่งที่จะเกิดภายหลัง ให้พวกเรารู้ว่าพวกเจ้าเป็นเทพเจ้า จงทำดีหรือทำชั่ว ให้พวกเราหวาดผวา และเห็นร่วมกัน
24Maar zelf zijt ge niets, en uw werken zijn niets: Schande voor die ‘t met u houdt!
24ดูเถิด พวกเจ้าเป็นความว่างเปล่า งานของพวกเจ้าก็เป็นความว่างเปล่า ผู้เลือกพวกเจ้าน่ารังเกียจ
25Maar Ik heb er een uit het noorden verwekt: en hij kwam, Uit het oosten hem bij zijn naam geroepen: daar is hij gekomen; Als slijk vertrapt hij de vorsten, Zoals een pottenbakker het leem.
25เราปลุกผู้หนึ่งจากเหนือ เขามาแล้ว จากทิศตะวันขึ้น ผู้เรียกนามเรา เขาจะเหยียบผู้ปกครองเหมือนเหยียบปูน เหมือนช่างปั้นเหยียบดิน
26Wie heeft nu vroeger voorspeld, wat we thans zien gebeuren, Tevoren: zodat we zeggen: ‘t komt uit?
26ใครบอกตั้งแต่ต้นให้พวกเรารู้? ใครบอกก่อนให้พวกเราพูดว่า ‘เขาถูกต้อง’? ไม่มีใครประกาศ ไม่มีใครแสดง ไม่มีใครได้ยินคำพวกเจ้า
27Ik heb het ‘t eerst aan Sion verkondigd: En zie, hier is hij; En aan Jerusalem de blijde boodschap gebracht! Maar niemand uwer heeft het voorspeld, Niemand van u het verkondigd; Niemand heeft uw woorden gehoord,
27เราเป็นคนแรกที่บอกศิโยนว่า ‘ดูสิ ดูพวกเขา’ เราจะให้ผู้บอกข่าวดีแก่เยรูซาเล็ม
28Niemand van al die Ik zie. Neen, niemand der goden weet raad, Niemand, dien Ik kan vragen en antwoord bekomen.
28เมื่อเรามอง ไม่มีใคร แม้ในหมู่พวกเขาก็ไม่มีที่ปรึกษาตอบคำถามเราได้
29Ze zijn allemaal niets, en hun werken zijn niets, Hun beelden enkel wind en lucht.
29ดูเถิด การกระทำทั้งหมดของพวกเขาสูญเปล่า ไร้ค่า รูปหล่อเป็นลมและความสับสน
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.