Jesaja 40
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Troost, troost toch mijn volk, Zegt uw God;
1พระเจ้าของพวกคุณกล่าวว่า “จงปลอบโยน ปลอบโยนประชาชนของเรา
2Spreekt Jerusalem moed in het hart, En roept het hem toe: Dat zijn ellende voorbij is, Zijn schuld is geboet; Dat hij uit Jahweh’s hand heeft ontvangen Heel de straf voor zijn zonden.
2พูดให้เยรูซาเล็มอุ่นใจ ประกาศแก่เธอว่าการศึกจบแล้ว ความผิดได้รับการอภัยแล้ว เธอได้รับจากมือพระยาห์เวห์เป็นสองเท่าสำหรับบาปทั้งหมด”
3Daar roept men: Baant Jahweh een weg in de steppe, Effent een pad in de woestijn voor onzen God;
3เสียงผู้ร้องเรียกว่า “จงเตรียมทางพระยาห์เวห์ในถิ่นกันดาร! ทำถนนราบในทะเลทรายให้พระเจ้าของพวกเรา
4Elk dal moet gevuld, alle bergen en heuvels geslecht, De krochten moeten een vlakte worden, de klip een vallei.
4ทุกหุบเขาจะถูกยกขึ้น ทุกภูเขาและเนินจะถูกลดลง ที่ขรุขระจะราบ ที่กระด้างจะเป็นที่ราบ
5Dan zal de glorie van Jahweh zich tonen, Alle vlees ze aanschouwen; Allen zullen Gods heerlijkheid zien. De mond van Jahweh heeft het gezegd!
5ความรุ่งโรจน์ของพระยาห์เวห์จะปรากฏ มนุษย์ทั้งหมดจะเห็นพร้อมกัน เพราะปากของพระยาห์เวห์กล่าวไว้แล้ว”
6Daar klinkt een stem: Roep het uit! Ik zeide: Wat moet ik gaan roepen? Alle vlees is als gras, Heel zijn glorie als de bloem op het veld!
6เสียงหนึ่งกล่าวว่า “จงร้องประกาศ!” อีกคนถามว่า “จะประกาศอะไร?” “มนุษย์ทั้งหมดเหมือนหญ้า ความรุ่งโรจน์ทั้งหมดเหมือนดอกไม้ในทุ่ง
7Het gras verdort, de bloem verwelkt, Als er Jahweh ‘s adem op blaast; Ja, de mens is als gras,
7หญ้าเหี่ยว ดอกไม้โรย เพราะลมหายใจพระยาห์เวห์พัดใส่ แท้จริง ประชาชนก็เหมือนหญ้า
8Maar het woord van onzen God houdt in eeuwigheid stand!
8หญ้าเหี่ยว ดอกไม้โรย แต่คำพระเจ้าของพวกเราตั้งมั่นตลอดไป”
9Bestijg de hoogste berg, Gij vreugdebode van Sion; Verhef uw stem met kracht, Jerusalems vreugdegezant. Laat luid ze weerschallen, En wees niet bevreesd; Roep tot de steden van Juda: Hier is uw God!
9ผู้บอกข่าวดีแก่ศิโยน จงขึ้นภูเขาสูง ผู้บอกข่าวดีแก่เยรูซาเล็ม จงเปล่งเสียงเต็มกำลัง! จงเปล่งเสียง อย่ากลัว! บอกเมืองต่างๆ ของยูดาห์ว่า “ดูเถิด พระเจ้าของพวกคุณ!”
10Zie, Jahweh, de Heer, komt met kracht, En zijn arm voert de macht; Zijn vergelding komt met Hem mee, Zijn beloning gaat voor Hem uit.
10ดูเถิด พระผู้เป็นเจ้า พระยาห์เวห์ จะมาอย่างผู้ทรงพลัง แขนของพระองค์จะปกครองให้พระองค์ ดูเถิด รางวัลอยู่กับพระองค์ ผลตอบแทนอยู่เบื้องหน้าพระองค์
11Als een herder weidt Hij zijn kudde, Neemt de schaapjes op in zijn arm; Hij legt ze neer in zijn schoot, En leidt er de moeders naar toe.
11พระองค์จะเลี้ยงฝูงของพระองค์เหมือนคนเลี้ยงแกะ รวบลูกแกะในแขน อุ้มไว้แนบอก ค่อยๆ นำแม่ที่มีลูกอ่อน
12Wie heeft de wateren gepeild in zijn vuist, De hemel omspannen met de palm van zijn hand; Wie het stof van de aarde in een maatje gemeten, De bergen op een weegschaal gewogen, de heuvels op een balans?
12ใครตวงน้ำในอุ้งมือ วัดฟ้าด้วยคืบ คำนวณฝุ่นแผ่นดินด้วยตะกร้าตวง ชั่งภูเขาด้วยตาชั่ง และชั่งเนินด้วยเครื่องชั่ง?
13Wie heeft de geest van Jahweh geleid, Wie was zijn raadsman, die Hem onderricht gaf;
13ใครชี้นำพระวิญญาณของพระยาห์เวห์ หรือสอนพระองค์ในฐานะที่ปรึกษา?
14Wien heeft Hij gevraagd, Hem te leren, de juiste weg te wijzen, Hem kennis te brengen, en het pad der wijsheid te tonen?
14พระองค์ปรึกษาใคร ใครสั่งสอน สอนทางแห่งความยุติธรรม สอนความรู้ แสดงทางแห่งความเข้าใจให้พระองค์?
15Zie, de volken zijn als een drup aan de emmer, Niet meer dan een stofje op de balans; Zie, de eilanden wegen niet zwaarder Dan een korreltje zand!
15ดูเถิด ชาติต่างๆ เหมือนน้ำหยดหนึ่งในถัง เหมือนฝุ่นผงบนตาชั่ง ดูเถิด พระองค์ยกเกาะต่างๆ เหมือนสิ่งเล็กน้อย
16De Libanon is niet toereikend voor brandhout, Zijn wild niet voor offers;
16เลบานอนมีไม้ไม่พอเผา สัตว์ก็ไม่พอเป็นเครื่องบูชาเผาถวาย
17Alle naties zijn als niets voor zijn aanschijn, Nog minder voor Hem dan leegte en lucht!
17ทุกชาติเป็นเหมือนไม่มีอะไรต่อหน้าพระองค์ พระองค์ถือว่าน้อยกว่าความไม่มี เป็นสิ่งไร้ค่า
18Met wien dan zoudt ge God vergelijken, Welk beeld in zijn plaats willen stellen?
18แล้วจะเปรียบพระเจ้ากับใคร? จะเอารูปใดมาเทียบพระองค์?
19De gieter giet het afgodsbeeld, De goudsmid beslaat het met goud; Men smeedt er zilveren kettingen aan,
19ช่างหล่อรูป ช่างทองหุ้มทอง หล่อโซ่เงินให้มัน
20En kiest voor zijn voetstuk hout, dat niet rot. Dan zoekt men een handigen werkman, Om het beeld vast te zetten, zodat het niet wankelt!
20คนที่จนเกินจะถวายเช่นนั้นก็เลือกต้นไม้ที่ไม่ผุ หาช่างชำนาญมาตั้งรูปแกะสลักให้ไม่ล้ม
21Weet ge het niet, en hoort ge het niet, Is het u niet van de aanvang bekend; Begrijpt ge het niet, Sinds de aarde gegrond werd?
21พวกเจ้าไม่รู้หรือ? ไม่เคยได้ยินหรือ? ไม่มีใครบอกตั้งแต่ต้นหรือ? ไม่เข้าใจตั้งแต่วางรากฐานแผ่นดินหรือ?
22Hij troont op het gewelf van de aarde, Zodat haar bewoners als sprinkhanen zijn; Hij spreidt de hemelen uit als een tentdoek, En spant ze als een tent, waarin men gaat wonen!
22พระองค์นั่งเหนือวงกลมของแผ่นดินโลก ผู้อยู่อาศัยเหมือนตั๊กแตน พระองค์ขึงฟ้าสวรรค์เหมือนม่าน แผ่ออกเหมือนเต็นท์ไว้พักอาศัย
23Hij richt de vorsten te gronde, Vaagt weg de rechters der aarde.
23ทำผู้นำให้ไม่เหลืออะไร ทำผู้พิพากษาแผ่นดินให้ไร้ค่า
24Nauwelijks zijn ze geplant, Ternauwernood zijn ze gezaaid, Nog eer hun stam in de bodem Heeft wortel geschoten, Blaast Hij er op: ze verdorren, En de storm verjaagt ze als kaf.
24พวกเขาเพิ่งปลูก เพิ่งหว่าน ตอเพิ่งหยั่งรากลงดิน พระองค์เพียงเป่า พวกเขาก็เหี่ยว ลมหมุนพัดไปเหมือนตอซัง
25Met wien vergelijkt ge Mij dan, Zegt de Heilige: op wien zou Ik lijken?
25พระผู้บริสุทธิ์กล่าวว่า “จะเปรียบเรากับใคร? ใครเท่าเทียมเรา?”
26Heft uw ogen omhoog: Zie, wie heeft dat geschapen? Wie telde hun heir, en liet het marcheren, Wie riep ze allen bij naam, Door zijn grote macht en geweldige sterkte, Zodat er niet één aan ontbrak?
26จงเงยหน้ามองเบื้องสูง ดูว่าใครสร้างสิ่งเหล่านี้ ผู้พากองทัพของมันออกตามจำนวน เรียกทั้งหมดตามชื่อ ด้วยพลังยิ่งใหญ่ ด้วยอำนาจเข้มแข็ง ไม่มีสิ่งใดขาดไป
27Waarom zegt ge dan, Jakob, Waarom spreekt ge dan, Israël: Mijn weg ligt voor Jahweh verborgen, Mijn recht ontgaat aan mijn God!
27ยาโคบ ทำไมเจ้าจึงพูด อิสราเอล ทำไมจึงกล่าวว่า “พระยาห์เวห์มองไม่เห็นทางของฉัน พระเจ้าของฉันละเลยความยุติธรรมที่ฉันควรได้”?
28Hebt ge het dan niet gehoord en vernomen: Jahweh is een eeuwige God, Schepper van de grenzen der aarde! Hij wordt moede noch mat, Zijn wijsheid is niet te doorgronden!
28เจ้าไม่รู้หรือ? ไม่เคยได้ยินหรือ? พระเจ้านิรันดร์ พระยาห์เวห์ ผู้สร้างสุดปลายแผ่นดิน ไม่อ่อนแรง ไม่เหน็ดเหนื่อย ความเข้าใจของพระองค์หยั่งไม่ถึง
29Hij versterkt den vermoeide, En verdubbelt de kracht van den zwakke.
29พระองค์ให้พลังแก่คนอ่อนแรง เพิ่มกำลังให้คนไร้เรี่ยวแรง
30Jonge mannen worden nog moede en mat, Forse knapen kunnen bezwijken:
30แม้คนหนุ่มสาวก็อ่อนแรงเหนื่อยล้า ชายหนุ่มก็ล้มลงหมด
31Maar die op Jahweh vertrouwen, vernieuwen hun kracht, Slaan hun vleugels als adelaars uit; Ze lopen, maar worden niet moe, Ze rennen, maar worden niet mat!
31แต่ผู้เฝ้าคอยพระยาห์เวห์จะมีกำลังใหม่ จะกางปีกขึ้นเหมือนนกอินทรี วิ่งไม่เหนื่อย เดินไม่อ่อนแรง
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.