Efesiers 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Gij ook waart dood door uw overtredingen en zonden,
1Vocês foram vivificados quando estavam mortos em transgressões e pecados,
2waarin gij eertijds geleefd hebt in navolging van deze aardse wereld, in navolging ook van den vorst der macht in de lucht, van den vorst van de geest, die nog altijd werkt in de zonen der ongehoorzaamheid.
2nos quais outrora vocês viveram segundo o modo de viver deste mundo, segundo o príncipe do poder do ar, o espírito que agora atua nos filhos da desobediência.
3Ook wij allen behoorden daartoe, en hebben vroeger naar onze vleselijke lusten geleefd, de begeerten van het vlees en van de zinnen volbracht, en waren van nature kinderen van toorn, juist zoals de anderen.
3Entre eles todos nós também vivemos outrora nas paixões da nossa carne, satisfazendo os desejos da carne e da mente, e éramos por natureza filhos da ira, assim como os demais.
4Maar God, die rijk aan ontferming is, heeft door de grote liefde, die Hij ons toedroeg,
4Mas Deus, sendo rico em misericórdia, por causa do grande amor que teve por nós,
5ook ons, die dood waren door de overtredingen, ten leven verwekt tezamen met Christus; door de genade zijt gij gered.
5mesmo quando estávamos mortos em nossas transgressões, nos vivificou juntamente com Cristo — pela graça vocês foram salvos —
6En in Christus Jesus heeft Hij ons opgewekt en in de hemel een plaats bereid te zamen met Hem;
6e nos ressuscitou com ele, e nos fez assentar com ele nas regiões celestiais em Cristo Jesus,
7opdat in de toekomende tijden de overgrote rijkdom zijner genade zou worden geopenbaard, die Hij in zijn goedheid ons in Christus Jesus heeft geschonken.
7para que nas eras vindouras ele pudesse mostrar as supremas riquezas da sua graça em bondade para conosco em Cristo Jesus;
8Want uit genade zijt gij gered door het geloof. Niet uit uzelf; Gods gave is het.
8pois pela graça vocês foram salvos por meio da fé, e isso não vem de vocês; é dom de Deus,
9Niet uit de werken, opdat niemand zou roemen;
9não de obras, para que ninguém se glorie.
10want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jesus geschapen tot goede werken, die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven. De volkomen gelijkheid der goddelijke genade van roeping voor Joden en heidenen.
10Pois somos obra dele, criados em Cristo Jesus para as boas obras, as quais Deus preparou de antemão para que andássemos nelas.
11Denkt er dus aan, dat gij eertijds heidenen waart van geboorte, en onbesnedenen werdt genoemd door de zogenaamde besnijdenis, die met de hand in het vlees wordt aangebracht;
11Portanto, lembrem-se de que outrora vocês, gentios na carne, eram chamados de “incircuncisão” pelos que se chamam “circuncisão” — uma circuncisão feita na carne por mãos humanas —,
12en dat gij toen zonder Christus waart, uitgesloten van Israëls burgerschap, vreemd aan het verbond der Belofte, zonder hoop in de wereld en zonder God.
12e de que, naquele tempo, vocês estavam separados de Cristo, alienados da comunidade de Israel e alheios às alianças da promessa, sem esperança e sem Deus no mundo.
13Maar thans, nu gij in Christus Jesus zijt, thans zijt gij nabij gekomen door Christus’ Bloed, gij die eertijds verre waart.
13Mas agora, em Cristo Jesus, vocês, que outrora estavam longe, foram aproximados pelo sangue de Cristo.
14Want Hij is onze vrede, Hij die beide groepen één heeft gemaakt, en de scheidsmuur-dat is de vijandschap, -heeft weggebroken.
14Pois ele é a nossa paz; ele fez de ambos um só e derrubou a parede intermediária de separação,
15Door zijn Vlees heeft Hij de Wet afgeschaft met haar geboden en instellingen, om als Vredestichter beide groepen om te scheppen in Hem tot één enkelen nieuwen mens;
15tendo abolido em sua carne a inimizade, a lei dos mandamentos contida em ordenanças, para que pudesse criar em si mesmo, dos dois, um novo homem, fazendo a paz,
16om beiden in één Lichaam met God door het kruis te verzoenen, en zó de vijandschap te doden.
16e pudesse reconciliar ambos em um só corpo com Deus por meio da cruz, destruindo nela a inimizade.
17Hij is gekomen om vrede te preken aan u, die verre waart, en vrede aan hen, die nabij waren gebleven.
17Ele veio e pregou paz a vocês que estavam longe e aos que estavam perto.
18Want door Hem hebben we beiden toegang tot den Vader in één Geest.
18Pois, por meio dele, ambos temos acesso ao Pai em um só Espírito.
19Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,
19Assim, então, vocês não são mais estrangeiros e forasteiros, mas são concidadãos dos santos e membros da família de Deus,
20gebouwd op de grondslag der Apostelen en Profeten, waarvan Christus Jesus de hoeksteen is.
20sendo edificados sobre o fundamento dos apóstolos e profetas, sendo o próprio Cristo Jesus a principal pedra angular;
21In Hem wordt heel het gebouw bijeen gehouden, en rijst het op tot een tempel, heilig in den Heer;
21Nele, todo o edifício, bem ajustado, cresce para ser um templo santo no Senhor;
22in Hem wordt ook gij opgebouwd, tezamen met de anderen, tot een woning van God in den Geest.
22nele, vocês também estão sendo edificados juntos para habitação de Deus no Espírito.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.