Efesiers 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Gij ook waart dood door uw overtredingen en zonden,
1Kaj vin li vivigis, kiam vi estis malvivaj per eraroj kaj pekoj,
2waarin gij eertijds geleefd hebt in navolging van deze aardse wereld, in navolging ook van den vorst der macht in de lucht, van den vorst van de geest, die nog altijd werkt in de zonen der ongehoorzaamheid.
2en kiuj vi iam iradis laŭ la vojo de ĉi tiu mondo, laŭ la estro de la potenco de la aero, de la spirito, kiu nun energias en la filoj de malobeo;
3Ook wij allen behoorden daartoe, en hebben vroeger naar onze vleselijke lusten geleefd, de begeerten van het vlees en van de zinnen volbracht, en waren van nature kinderen van toorn, juist zoals de anderen.
3inter kiuj ni ĉiuj iam ankaŭ vivis, plenumante la dezirojn de nia karno, farante la volojn de la karno kaj de la menso, kaj ni estis laŭ naturo infanoj de kolerego, kiel ankaŭ la aliaj.
4Maar God, die rijk aan ontferming is, heeft door de grote liefde, die Hij ons toedroeg,
4Sed Dio, estante riĉa en kompateco, pro Sia granda amo, per kiu Li amis nin,
5ook ons, die dood waren door de overtredingen, ten leven verwekt tezamen met Christus; door de genade zijt gij gered.
5eĉ kiam ni estis malvivaj en niaj eraroj, nin vivigis en Kristo (per graco vi saviĝis),
6En in Christus Jesus heeft Hij ons opgewekt en in de hemel een plaats bereid te zamen met Hem;
6kaj nin levis, kaj nin kunsidigis en la ĉielejoj en Kristo Jesuo;
7opdat in de toekomende tijden de overgrote rijkdom zijner genade zou worden geopenbaard, die Hij in zijn goedheid ons in Christus Jesus heeft geschonken.
7por montri en la mondaĝoj estontaj la superabundan riĉecon de Sia graco en korfavoro al ni en Kristo Jesuo:
8Want uit genade zijt gij gered door het geloof. Niet uit uzelf; Gods gave is het.
8ĉar per graco vi saviĝis per fido; ne per vi mem: ĝi estas dono de Dio;
9Niet uit de werken, opdat niemand zou roemen;
9ne el faroj, por ke neniu fanfaronu.
10want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jesus geschapen tot goede werken, die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven. De volkomen gelijkheid der goddelijke genade van roeping voor Joden en heidenen.
10Ĉar ni estas Lia faritaĵo, kreitaj en Kristo Jesuo por bonaj faroj, kiujn antaŭaranĝis Dio, por ke ni iradu en ili.
11Denkt er dus aan, dat gij eertijds heidenen waart van geboorte, en onbesnedenen werdt genoemd door de zogenaamde besnijdenis, die met de hand in het vlees wordt aangebracht;
11Kaj pro tio rememoru, ke iam vi, nacianoj laŭ la karno, nomataj la Necirkumcido ĉe la tiel nomata Cirkumcido, mane farita sur la karno —
12en dat gij toen zonder Christus waart, uitgesloten van Israëls burgerschap, vreemd aan het verbond der Belofte, zonder hoop in de wereld en zonder God.
12ke vi estis tiam sen Kristo, fremdigitaj for de la komunumo de Izrael, kaj eksteruloj de la interligoj de la promeso, esperon ne havantaj kaj sen Dio en la mondo.
13Maar thans, nu gij in Christus Jesus zijt, thans zijt gij nabij gekomen door Christus’ Bloed, gij die eertijds verre waart.
13Sed nun en Kristo Jesuo vi, iam malproksimaj, proksimiĝis en la sango de Kristo.
14Want Hij is onze vrede, Hij die beide groepen één heeft gemaakt, en de scheidsmuur-dat is de vijandschap, -heeft weggebroken.
14Ĉar nia paco estas li, kiu unuigis ambaŭ kaj rompis la intermuron de disigo,
15Door zijn Vlees heeft Hij de Wet afgeschaft met haar geboden en instellingen, om als Vredestichter beide groepen om te scheppen in Hem tot één enkelen nieuwen mens;
15en sia karno neniiginte la malamon, la leĝon de ordonoj en dekretoj; por krei en si el la du unu novan homon, tiel farante pacon;
16om beiden in één Lichaam met God door het kruis te verzoenen, en zó de vijandschap te doden.
16kaj por kunakordigi ambaŭ en unu korpo al Dio per la kruco, mortiginte per tio la malamon;
17Hij is gekomen om vrede te preken aan u, die verre waart, en vrede aan hen, die nabij waren gebleven.
17kaj li venis kaj predikis pacon al vi malproksimaj kaj al la proksimaj;
18Want door Hem hebben we beiden toegang tot den Vader in één Geest.
18ĉar per li ni ambaŭ havas en unu Spirito alkondukon al la Patro.
19Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,
19Sekve vi jam estas ne fremduloj kaj pasloĝantoj, sed samregnanoj kun la sanktuloj, kaj el la domanaro de Dio,
20gebouwd op de grondslag der Apostelen en Profeten, waarvan Christus Jesus de hoeksteen is.
20konstruitaj sur la fundamento de la apostoloj kaj profetoj, kies bazangula ŝtono estas Kristo Jesuo mem;
21In Hem wordt heel het gebouw bijeen gehouden, en rijst het op tot een tempel, heilig in den Heer;
21en kiu ĉiu aparta konstruaĵo, bone kunigita, kreske fariĝas sankta templo en Kristo;
22in Hem wordt ook gij opgebouwd, tezamen met de anderen, tot een woning van God in den Geest.
22en kiu vi ankaŭ estas kunkonstruitaj por sanktejo de Dio en la Spirito.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.