Efesiers
Chapter 2

Efesiers

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kralice Bible (1613)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Gij ook waart dood door uw overtredingen en zonden,
1I vás obživil mrtvé vinami a hříchy,
2waarin gij eertijds geleefd hebt in navolging van deze aardse wereld, in navolging ook van den vorst der macht in de lucht, van den vorst van de geest, die nog altijd werkt in de zonen der ongehoorzaamheid.
2V nichž jste někdy chodili podle obyčeje světa tohoto a podle knížete mocného v povětří, ducha toho, kterýž nyní dělá v synech zpoury.
3Ook wij allen behoorden daartoe, en hebben vroeger naar onze vleselijke lusten geleefd, de begeerten van het vlees en van de zinnen volbracht, en waren van nature kinderen van toorn, juist zoals de anderen.
3Mezi nimižto i my všickni žili jsme někdy v žádostech těla našeho, činivše to, což se líbilo tělu a mysli, a byli jsme z přirození synové hněvu jako i jiní.
4Maar God, die rijk aan ontferming is, heeft door de grote liefde, die Hij ons toedroeg,
4Ale Bůh, bohatý jsa v milosrdenství pro velikou lásku svou, kteroužto zamiloval nás,
5ook ons, die dood waren door de overtredingen, ten leven verwekt tezamen met Christus; door de genade zijt gij gered.
5Když jsme my ještě mrtví byli v hříších, obživil nás spolu s Kristem, jehož milostí jste spaseni,
6En in Christus Jesus heeft Hij ons opgewekt en in de hemel een plaats bereid te zamen met Hem;
6A spolu s ním vzkřísil, i posadil na nebesích v Kristu Ježíši,
7opdat in de toekomende tijden de overgrote rijkdom zijner genade zou worden geopenbaard, die Hij in zijn goedheid ons in Christus Jesus heeft geschonken.
7Aby ukázal v věku budoucím nepřevýšené bohatství milosti své, z dobroty své k nám v Kristu Ježíši.
8Want uit genade zijt gij gered door het geloof. Niet uit uzelf; Gods gave is het.
8Nebo milostí spaseni jste skrze víru, a to ne sami z sebe: darť jest to Boží,
9Niet uit de werken, opdat niemand zou roemen;
9Ne z skutků, aby se někdo nechlubil.
10want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jesus geschapen tot goede werken, die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven. De volkomen gelijkheid der goddelijke genade van roeping voor Joden en heidenen.
10Jsme zajisté jeho dílo, jsouce stvořeni v Kristu Ježíši k skutkům dobrým, kteréž Bůh připravil, abychom v nich chodili.
11Denkt er dus aan, dat gij eertijds heidenen waart van geboorte, en onbesnedenen werdt genoemd door de zogenaamde besnijdenis, die met de hand in het vlees wordt aangebracht;
11Protož pamatujte, že vy byli někdy pohané podle těla, kteříž jste slouli neobřízka od těch, kteříž slouli obřízka na těle, kteráž se působí rukama,
12en dat gij toen zonder Christus waart, uitgesloten van Israëls burgerschap, vreemd aan het verbond der Belofte, zonder hoop in de wereld en zonder God.
12A že jste byli za onoho času bez Krista, odcizeni od společnosti Izraele, a cizí od úmluv zaslíbení, naděje nemající, a bez Boha na světě.
13Maar thans, nu gij in Christus Jesus zijt, thans zijt gij nabij gekomen door Christus’ Bloed, gij die eertijds verre waart.
13Ale nyní v Kristu Ježíši vy, kteříž jste někdy byli dalecí, blízcí učiněni jste skrze krev Kristovu.
14Want Hij is onze vrede, Hij die beide groepen één heeft gemaakt, en de scheidsmuur-dat is de vijandschap, -heeft weggebroken.
14Nebo onť jest pokoj náš, kterýž učinil oboje jedno, zbořiv hradbu dělící na různo,
15Door zijn Vlees heeft Hij de Wet afgeschaft met haar geboden en instellingen, om als Vredestichter beide groepen om te scheppen in Hem tot één enkelen nieuwen mens;
15A nepřátelství, totiž Zákon přikázání, záležející v ustanoveních, vyprázdniv skrze tělo své, aby dvoje vzdělal v samém sobě v jednoho nového člověka, tak čině pokoj,
16om beiden in één Lichaam met God door het kruis te verzoenen, en zó de vijandschap te doden.
16A v mír uvodě oboje v jednom těle Bohu skrze kříž, vyhladiv nepřátelství skrze něj.
17Hij is gekomen om vrede te preken aan u, die verre waart, en vrede aan hen, die nabij waren gebleven.
17A přišed, zvěstoval pokoj vám, dalekým i blízkým.
18Want door Hem hebben we beiden toegang tot den Vader in één Geest.
18Neboť skrze něho obojí máme přístup v jednom Duchu k Otci.
19Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,
19Aj, již tedy nejste hosté a příchozí, ale spoluměšťané svatých a domácí Boží,
20gebouwd op de grondslag der Apostelen en Profeten, waarvan Christus Jesus de hoeksteen is.
20Vzdělaní na základ apoštolský a prorocký, kdežto jest gruntovní úhelný kámen sám Ježíš Kristus,
21In Hem wordt heel het gebouw bijeen gehouden, en rijst het op tot een tempel, heilig in den Heer;
21Na němžto všecko stavení příslušně vzdělané roste v chrám svatý v Pánu;
22in Hem wordt ook gij opgebouwd, tezamen met de anderen, tot een woning van God in den Geest.
22Na kterémžto i vy spolu vzděláváte se v příbytek Boží, v Duchu svatém.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.