Kolossenzen 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Zo gij dan met Christus verrezen zijt, zoekt dan ook naar wat hierboven is: waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand.
1Итак, если вы воскресли со Христом, то ищите горнего, где Христос сидит одесную Бога;
2Weest bedacht op wat daarboven is, en niet op het aardse.
2о горнем помышляйте, а не о земном.
3Want gij zijt dood, en uw leven is met Christus verborgen in God.
3Ибо вы умерли, и жизнь ваша сокрыта со Христом в Боге.
4Maar wanneer Christus, ons leven, wordt geopenbaard, dan zult ook gij geopenbaard worden in glorie, tezamen met Hem.
4Когда же явится Христос, жизнь ваша, тогда и вы явитесь с Ним во славе.
5Doodt dan wat aards is in uw leden: ontucht, onreinheid, drift, boze begeerte en hebzucht, welke ten slotte afgoderij is;
5Итак умертвите земные члены ваши: блуд, нечистоту, страсть, злую похоть и любостяжание, которое есть идолослужение,
6door dit alles komt Gods toorn.
6за которые гнев Божий грядет на сынов противления,
7Zeker, dit alles hebt gij vroeger gedaan, toen gij daarin hebt geleefd.
7в которых и вы некогда обращались, когда жили между ними.
8Maar thans moet ook gij dit alles afleggen: toorn, gramschap, boosheid, laster, oneerbare taal uit uw mond;
8А теперь вы отложите все: гнев, ярость, злобу, злоречие, сквернословие уст ваших;
9bedriegt elkander niet. Want gij hebt den ouden mens afgelegd met zijn practijken,
9не говорите лжи друг другу, совлекшись ветхого человека с делами его
10en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.
10и облекшись в нового, который обновляется в познании по образу Создавшего его,
11Zó is er geen Griek meer of Jood, geen besnedene of onbesnedene, geen barbaar en geen Scyt, geen slaaf en geen vrije; maar Christus is alles in allen.
11где нет ни Еллина, ни Иудея, ни обрезания, ни необрезания, варвара, Скифа, раба, свободного, но все и во всем Христос.
12Bekleedt u dan, als Gods uitverkoren heiligen en geliefden, met innige barmhartigheid, met goedheid, ootmoed, zachtheid en lankmoedigheid.
12Итак облекитесь, как избранные Божии, святые и возлюбленные, в милосердие, благость, смиренномудрие, кротость, долготерпение,
13Weest verdraagzaam jegens elkander en vergeeft elkander, als gij over elkaar hebt te klagen; zoals de Heer ú heeft vergeven, zo moet ook gij het doen.
13снисходя друг кo другу и прощая взаимно, если кто на кого имеет жалобу: как Христос простил вас, так и вы.
14Trekt over dit alles de liefde aan, die de band is der volmaaktheid.
14Более же всего облекитесь в любовь, которая есть совокупность совершенства.
15In uw harten heerse ook de vrede van Christus; want daartoe zijt gij tot één lichaam geroepen. Weest dankbaar bovendien!
15И да владычествует в сердцах ваших мир Божий, к которому вы и призваны в одном теле, и будьте дружелюбны.
16Moge Christus’ woord in u wonen in rijke overvloed! Leert en vermaant elkander met allerlei wijsheid! Looft God in uw harten op lieflijke wijze, met psalmen, gezangen en geestelijke liederen.
16Слово Христово да вселяется в вас обильно, со всякою премудростью; научайте и вразумляйте друг друга псалмами, славословием и духовными песнями, во благодати воспевая в сердцах ваших Господу.
17En al wat gij doet, door woord of door daad, doet het in de naam van Jesus den Heer, en betuigt dan door Hem aan God den Vader uw dank!
17И все, что вы делаете, словом или делом, все делайте во имя Господа Иисуса Христа, благодаря через Него Бога и Отца.
18Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, zoals het uw plicht is in den Heer.
18Жены, повинуйтесь мужьям своим, как прилично в Господе.
19Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en weest niet ongenietbaar jegens haar.
19Мужья, любите своих жен и не будьте к ним суровы.
20Gij kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles; want dit is welgevallig in den Heer.
20Дети, будьте послушны родителям вашим во всем, ибо это благоугодно Господу.
21Gij vaders, verbittert uw kinderen niet, opdat ze niet onverschillig gaan worden.
21Отцы, не раздражайте детей ваших, дабы они не унывали.
22Gij slaven, gehoorzaamt uw aardse meesters in alles, niet als ogendienaars, die mensen behagen, maar in eenvoud van hart, uit vrees voor den Heer.
22Рабы, во всем повинуйтесь господам вашим по плоти, не в глазах только служа им, как человекоугодники, но в простоте сердца, боясь Бога.
23Al wat gij doet, doet het van harte, als voor den Heer en niet als voor mensen;
23И все, что делаете, делайте от души, как для Господа, а не для человеков,
24gij weet toch, dat gij van den Heer het erfdeel als loon zult ontvangen. Weest slaven van Christus, den Heer!
24зная, что в воздаяние от Господа получите наследие, ибо вы служите Господу Христу.
25Want wie onrecht doet, zal zijn onrecht moeten boeten; er bestaat geen aanzien van personen.
25А кто неправо поступит, тот получит по своей неправде, у Него нет лицеприятия.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.