Handelingen 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Mannen, broeders en vaders, luistert naar wat ik u thans te mijner verdediging ga zeggen.
1「兄弟たち、父たち。今から申し上げる弁明を聞いてください。」
2Toen ze hoorden, dat hij in het hebreeuws tot hen sprak, werd het nog stiller. Hij vervolgde:
2パウロがヘブル語で語りかけるのを聞くと、人々はいっそう静かになりました。 パウロは言いました。
3Ik ben een jood, geboren te Tarsus in Cilicië, maar opgevoed in deze stad; aan de voeten van Gamáliël ben ik geschoold volgens de strenge uitleg der voorvaderlijke Wet, en werd ik een ijveraar voor God, zoals gij dat allen heden zijt.
3「私はユダヤ人で、キリキアのタルソで生まれましたが、この町で育ち、ガマリエルのもとで父祖の律法の厳格な伝統に従って教育を受けました。今日のあなたがた全員と同じように、神に対して熱心でした。
4Daarom heb ik deze richting ten dode toe vervolgd, mannen en vrouwen in boeien geslagen en in de gevangenis geworpen,
4私は『この道』に従う者を死に至るまで迫害し、男も女も縛り上げて牢に引き渡しました。
5zoals ook de hogepriester en heel de Raad kan getuigen. Zelfs kreeg ik brieven van hen mee voor de broeders in Damascus; en ik reisde daarheen, om ook hen, die zich daar bevonden, geboeid naar Jerusalem te voeren, en hen te doen straffen.
5このことは大祭司と長老会全体も証言してくれます。私は彼らからダマスコの兄弟たち宛ての手紙も受け取り、そこにいる者たちを縛ってエルサレムへ連行し、処罰するために出かけました。
6Maar toen ik op mijn reis Damascus naderde, bliksemde eensklaps midden op de dag een schitterend licht uit de hemel om mij heen.
6旅を続けてダマスコに近づいたとき、正午ごろ、突然、天からの強い光が私の周りを照らしました。
7Ik viel op de grond, en hoorde een stem, die mij zeide: “Saul, Saul, waarom vervolgt ge Mij?”
7私は地に倒れ、こう言う声を聞きました。 『サウロ、サウロ、なぜ私を迫害するのか。』
8Ik antwoordde: “Wie zijt Gij, Heer?” Hij sprak tot mij: “Ik ben Jesus van Názaret, dien ge vervolgt”.
8私が『主よ、あなたはどなたですか』と答えると、その方は言われました。 『私は、あなたが迫害しているナザレのイエスである。』
9Mijn gezellen zagen wel het licht, maar de stem van Hem, die met mij sprak, hoorden ze niet
9一緒にいた人々は光を見て恐れましたが、私に語りかけた方の声は理解できませんでした。
10Toen zei ik: “Heer, wat moet ik doen?” En de Heer sprak tot mij: “Sta op, en ga naar Damascus; daar zal men u alles zeggen, wat u gelast wordt”.
10私が『主よ、私はどうすればよいのでしょうか』と言うと、主は言われました。 『立ってダマスコへ行きなさい。あなたが行うよう定められていることは、すべてそこで告げられる。』
11En daar ik niet meer kon zien door de glans van dat licht, namen mijn gezellen me bij de hand, en zó kwam ik te Damascus aan.
11私はその光の輝きのために見えなくなったので、同行者たちに手を引かれてダマスコへ行きました。
12Een zekere Ananias, een vroom man naar de Wet, en in aanzien bij alle Joden, die daar woonden,
12すると、律法に従う敬虔な人で、ダマスコに住むすべてのユダヤ人から評判の良いアナニアという人が、
13kwam naar mij toe, ging voor mij staan, en sprak: “Saul, broeder, zie op”. En op hetzelfde ogenblik zag ik hem.
13私のところへ来て、そばに立ち、『兄弟サウロ、見えるようになりなさい』と言いました。すると、その瞬間に私は彼を見上げました。
14Hij vervolgde: De God onzer vaderen heeft u voorbestemd, om zijn wil te leren kennen, den Gerechte te zien, en de stem uit zijn mond te vernemen.
14彼は言いました。『私たちの父祖の神は、あなたが御心を知り、正しい方を見、その口から出る声を聞くようにと、あなたをお選びになりました。
15Want ge zult voor Hem bij alle mensen moeten getuigen, wat ge gezien en gehoord hebt.
15あなたは、自分が見聞きしたことをすべての人に伝える、この方の証人となるからです。
16Nu dan, wat draalt ge? Sta op, laat u dopen, en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn Naam.
16さあ、なぜためらっているのですか。立ってバプテスマを受け、主の名を呼び求めて、罪を洗い流していただきなさい。』
17Toen ik te Jerusalem was teruggekeerd, en eens in de tempel aan het bidden was, geraakte ik in geestverrukking.
17その後、私はエルサレムへ戻り、神殿で祈っていると、恍惚状態に陥り、
18Ik zag Hem, en Hij sprak tot mij: “Haast u, en vertrek aanstonds uit Jerusalem; want van u zal men geen getuigenis over Mij aanvaarden”.
18主が私にこう言われるのを見ました。 『急いで、すぐにエルサレムを出なさい。人々は私についてのあなたの証言を受け入れないからである。』
19Ik zeide: Heer, ze weten toch, dat ik het was, die allen, die in U geloofden, gevangen liet nemen en in de synagogen liet geselen;
19私は言いました。『主よ。私があなたを信じる人々をどの会堂でも牢に入れ、むちで打っていたことを、彼ら自身が知っています。
20en dat ik er bij stond, toen het bloed werd vergoten van Stéfanus, uw getuige; dat ik er behagen in had, en de kleren bewaarde van hen, die hem doodden.
20また、あなたの証人ステファノの血が流されたとき、私もそばに立って彼の死に賛成し、彼を殺した者たちの上着を預かっていました。』
21Maar Hij sprak tot mij: “Ga heen; want Ik zal u zenden ver weg naar de heidenen”.
21すると主は私に言われました。 『行きなさい。私はあなたを遠く異邦人のもとへ遣わす。』 」
22Tot zo ver hadden ze naar hem geluisterd; maar nu schreeuwden ze het uit: Weg met hem van de aarde; want hij is niet waard, dat hij leeft.
22人々はここまでパウロの話を聞いていましたが、そこで声を上げて言いました。「こんな男は地上から除いてしまえ。生かしておくべきではない。」
23Ze huilden, rukten zich de kleren af, en wierpen stof in de lucht.
23彼らが叫び、上着を脱ぎ捨て、空中にちりをまき散らしたので、
24Nu gaf de hoofdman bevel, hem in de burcht te voeren, en hem door geselen tot bekentenis te brengen, opdat hij te weten zou komen, waarom ze zo tegen hem te keer bleven gaan.
24千人隊長はパウロを兵営へ連れ込むよう命じました。そして、人々がなぜ彼に向かってあのように叫ぶのかを知るため、むち打って取り調べるよう指示しました。
25Maar toen men Paulus had uitgestrekt, om hem te binden, zei hij tot den aanwezigen honderdman: Is het u geoorloofd, een romeins burger te geselen, die zelfs niet eens veroordeeld is?
25彼らが革ひもでパウロを縛ると、パウロはそばに立っていた百人隊長に尋ねました。「有罪判決を受けていないローマ市民を、むちで打つことが許されているのですか。」
26Toen de honderdman dit hoorde, ging hij den hoofdman berichten, en zeide: Wat gaat ge beginnen; die man is een Romein!
26百人隊長はこれを聞くと、千人隊長のところへ行って報告しました。「何をなさろうとしているのか、よくお考えください。この男はローマ市民です。」
27De hoofdman ging er naar toe, en zei hem: Zeg me, zijt ge een Romein? Hij antwoordde: Ja!
27そこで千人隊長はパウロのところへ来て尋ねました。「答えなさい。おまえはローマ市民なのか。」 パウロは「そうです」と答えました。
28De hoofdman hernam: Ik heb me dat burgerrecht voor veel geld moeten kopen. Welnu, sprak Paulus, en ik heb het door geboorte verkregen.
28千人隊長は「私は大金を払って、この市民権を手に入れた」と答えました。 パウロは「私は生まれながらのローマ市民です」と言いました。
29Nu lieten zijn pijnigers hem aanstonds met rust; en nu de hoofdman wist, dat hij Romein was, werd hij bang, ook omdat hij hem had laten boeien.
29すると、彼を取り調べようとしていた者たちはすぐに離れました。千人隊長も、彼がローマ市民だと知ると、縛ってしまったことを恐れました。
30Daar hij echter nauwkeurig wilde weten, waarvan hij door de Joden beschuldigd werd, liet hij hem de volgende dag uit de gevangenis halen, en gaf hij bevel, dat de opperpriesters en heel de Hoge Raad bijeen zouden komen. Toen bracht hij Paulus er heen, en stelde hem in hun midden.
30翌日、千人隊長はパウロがユダヤ人たちに訴えられた本当の理由を知りたいと思い、彼の鎖を解き、祭司長たちと最高法院全体に集まるよう命じました。そしてパウロを連れて下り、彼らの前に立たせました。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.