Handelingen 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Te Cesarea woonde een man, Cornélius geheten, een honderdman van de legerafdeling, die de Italiaanse werd genoemd.
1さて、カイサリアにコルネリオという人がいました。「イタリア隊」と呼ばれる部隊の百人隊長で、
2Hij was vroom en godvrezend met heel zijn gezin, gaf veel aalmoezen aan het volk en bad zonder ophouden tot God.
2敬虔な人でした。家族全員と共に神を恐れ、民に惜しみなく施しをし、いつも神に祈っていました。
3Zekere dag, tegen het negende uur, zag hij duidelijk in een visioen een engel Gods bij zich binnentreden, die tot hem sprak: Cornélius!
3ある日の午後三時ごろ、 幻の中で、神の使いが自分のところに来て、「コルネリオ」と言うのをはっきり見ました。
4Hij staarde hem angstig aan, en zeide: Wat is er, Heer? Hij sprak tot hem: Uw gebeden en aalmoezen zijn opgestegen, en worden voor Gods aanschijn herdacht.
4彼はその使いをじっと見つめ、恐ろしくなって言いました。「主よ、何でしょうか。」 使いは言いました。「あなたの祈りと施しは神の御前に上り、覚えられています。
5Zend nu een paar mannen naar Joppe, om zekeren Simon te ontbieden, die ook Petrus wordt genoemd.
5さあ、ヨッパへ人を遣わし、ペテロとも呼ばれるシモンを招きなさい。
6Hij woont bij een leerlooier Simon in, wiens huis aan zee is gelegen.
6彼は、海辺に家を持つ皮なめし職人シモンのところに滞在しています。」
7Zodra de engel, die tot hem sprak, zich had verwijderd, ontbood hij twee van zijn dienaars en een vroom soldaat uit zijn oppassers;
7語りかけた使いが去ると、コルネリオは家のしもべ二人と、いつも身近に仕えている敬虔な兵士一人を呼び、
8hij legde hun alles uit, en zond hen naar Joppe.
8すべてを説明してからヨッパへ遣わしました。
9De volgende dag tegen het zesde uur, terwijl ze nog. onderweg waren, maar de stad reeds begonnen te naderen, ging Petrus naar het dakterras, om te bidden.
9翌日、彼らが旅を続けて町に近づいたころ、ペテロは正午ごろ祈るために屋上へ上りました。
10Na enige tijd kreeg hij honger, en wilde wat eten. Terwijl men iets gereedmaakte, kwam hij in geestverrukking.
10彼は空腹になり、何か食べたいと思いました。人々が食事を用意している間に、恍惚状態に入りました。
11Hij zag de hemel geopend, en een soort zak als een groot laken, die aan de vier uiteinden werd neergelaten en op de aarde terechtkwam.
11そして天が開き、大きな布のようなものが四隅をつるされて地上に降りて来るのを見ました。
12Daarin bevonden zich allerlei viervoetige en kruipende dieren der aarde en vogels uit de lucht.
12その中には、地上のあらゆる種類の四つ足の動物、野獣、地をはう生き物、空の鳥が入っていました。
13En een stem klonk hem tegen: Sta op, Petrus, slacht en eet.
13すると声が聞こえました。 「ペテロ、立ちなさい。ほふって食べなさい。」
14Maar Petrus sprak: Onmogelijk, Heer; want nog nooit heb ik iets gegeten, wat bezoedeld is, of onrein.
14しかしペテロは言いました。「主よ、とんでもありません。私は清くない物や汚れた物を一度も食べたことがありません。」
15Weer klonk tot hem een stem, nu voor de tweede maal: Wat God rein heeft verklaard, moogt gij niet bezoedeld noemen.
15すると二度目に、また声が聞こえました。 「神が清めた物を、汚れていると言ってはならない。」
16Dit gebeurde tot driemaal toe; daarna werd plotseling de zak naar de hemel opgetrokken.
16このことが三度あり、それはすぐに天へ引き上げられました。
17Terwijl Petrus zich afvroeg, wat het visioen, dat hij aanschouwd had, wel mocht betekenen, zie, daar stonden de mannen voor de deur, die door Cornélius waren gezonden, en die naar het huis van Simon vroegen.
17ペテロが、見た幻にはどんな意味があるのかと、ひどく思い悩んでいると、見よ、コルネリオから遣わされた人々がシモンの家を尋ね当て、門の前に立って、
18Luid roepend vroegen ze, of Simon, die Petrus genoemd wordt, daar ook verblijf hield.
18声をかけ、ペテロとも呼ばれるシモンがここに泊まっているかと尋ねました。
19Terwijl Petrus bleef nadenken over het visioen, sprak de Geest: Daar zijn drie mannen, die naar u vragen.
19ペテロが幻について考え続けていると、霊が彼に言いました。「見よ、三人の 男があなたを捜している。
20Sta dus op, ga naar beneden, en trek zonder enig bedenken met hen mee; want Ik heb ze gezonden.
20さあ、立って下へ降りなさい。ためらわずに彼らと一緒に行きなさい。私が彼らを遣わしたからである。」
21Petrus ging naar beneden, en sprak tot de mannen: Zie, ik ben degene, dien gij zoekt; wat is de reden van uw komst?
21そこでペテロは男たちのところへ降りて行って言いました。「見よ、あなたがたが捜しているのは私です。何のために来たのですか。」
22Ze zeiden: De honderdman Cornélius, een rechtvaardig en godvrezend man, in hoog aanzien bij heel het joodse volk, heeft van een heiligen engel een godsspraak ontvangen, om u in zijn huis te ontbieden, en te horen, wat ge hem hebt te zeggen.
22彼らは答えました。「百人隊長コルネリオは正しい人で神を恐れ、ユダヤ人の国民全体から評判の良い人です。あなたを家に招いて、あなたの話を聞くようにと、聖なる天使から指示を受けました。」
23Hierop verzocht hij hun, binnen te komen en zijn gasten te zijn. De volgende dag vertrok hij met hen, en ging op weg; ook enige broeders uit Joppe gingen met hen mee.
23そこでペテロは彼らを中に招き入れ、泊めました。 翌日、ペテロは立って彼らと一緒に出発し、ヨッパの兄弟たちも何人か同行しました。
24De dag daarna kwam hij te Cesarea aan. Cornélius verwachtte hem, en had zijn bloedverwanten en beste vrienden bij zich genodigd.
24その翌日、一行はカイサリアに入りました。コルネリオは親族や親しい友人たちを呼び集め、彼らを待っていました。
25Zodra Petrus aankwam, ging Cornélius hem tegemoet, wierp zich ter aarde, en knielde aan zijn voeten neer.
25ペテロが入って来ると、コルネリオは迎えに出て、その足もとにひれ伏して拝みました。
26Maar Petrus beurde hem op, en sprak: Sta op; ook ik ben maar een mens.
26しかしペテロは彼を起こして言いました。「立ってください。私自身も人間です。」
27Met hem sprekende ging hij naar binnen, en vond er velen bijeen.
27そしてコルネリオと話しながら中に入ると、大勢の人が集まっているのを見ました。
28En hij zeide tot hen: Gij weet, dat het een jood niet geoorloofd is, omgang te hebben met een heiden, of hem aan huis te bezoeken; maar God heeft me doen weten, dat geen enkel mens besmet of onrein mag worden genoemd.
28ペテロは彼らに言いました。「ユダヤ人が異邦人と交わったり、訪ねたりすることが律法に反するのは、あなたがたも知っています。しかし神は私に、どんな人も清くない者や汚れた者と呼んではならないことを示されました。
29Daarom ben ik gekomen, toen ik ontboden werd, zonder enig bezwaar te maken. Ik vraag dus alleen naar de reden, waarom gij mij hebt ontboden.
29それで、呼ばれたときも異議を唱えずに来ました。そこで伺いますが、どういう理由で私を呼んだのですか。」
30Cornélius antwoordde; Juist vier dagen geleden, tegen het negende uur, was ik thuis in gebed; en zie, daar stond voor mij een man, in helderwit gewaad.
30コルネリオは言いました。「四日前、私は今の時刻まで断食し、午後三時に 家で祈っていました。すると見よ、輝く衣を着た人が私の前に立ち、
31Hij sprak: Cornélius, uw gebed is verhoord, en uw aalmoezen zijn voor Gods aanschijn herdacht.
31言いました。『コルネリオ。あなたの祈りは聞かれ、施しは神の御前で覚えられている。
32Zend dus iemand naar Joppe, om Simon te ontbieden, die ook Petrus wordt genoemd; hij verblijft in het huis van den leerlooier Simon, dat aan zee is gelegen.
32だからヨッパへ人を遣わし、ペテロとも呼ばれるシモンを招きなさい。彼は海辺にある皮なめし職人シモンの家に泊まっている。彼が来れば、あなたに語るだろう。』
33Toen heb ik u dadelijk ontboden; en ge hebt goed gedaan, met over te komen. Nu zijn wij allen voor Gods aanschijn bijeen, om alles te vernemen, wat u door den Heer is bevolen.
33それですぐに、あなたをお招きしました。よく来てくださいました。今、私たちは皆、神があなたに命じられたことをすべて聞くため、神の御前に集まっています。」
34Toen opende Petrus de mond, en sprak Nu zie ik waarachtig, dat er bij God geen aanzien van personen bestaat;
34そこでペテロは口を開いて言いました。「今、はっきり分かりました。神はえこひいきをなさいません。
35maar dat al wie Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig is, tot welk volk hij ook hoort.
35どの国民の中でも、神を恐れて義を行う人は、神に受け入れられるのです。
36Dit is het woord, dat Hij aan de kinderen Israëls heeft verkondigd. toen Hij de blijde boodschap bracht van vrede door Jesus Christus: Hij is de Heer van àllen.
36神はイスラエルの子らに御言葉を送り、イエス・キリストによる平和の福音を宣べ伝えられました。この方はすべての人の主です。
37Gij weet, wat er na het doopsel, dat Johannes gepreekt heeft, van Galilea af door heel Judea is gebeurd.
37ヨハネが宣べ伝えたバプテスマの後、ガリラヤから始まってユダヤ全土に告げ知らされた出来事を、あなたがた自身も知っています。
38Hoe God Jesus van Názaret met den Heiligen Geest en met kracht heeft gezalfd hoe Hij weldoende rondging en allen genas, die door den duivel werden beheerst, omdat God met Hem was.
38それは、神がナザレのイエスに聖霊と力を注がれたことです。神がこの方と共におられたので、イエスは巡り歩いて良いことを行い、悪魔に虐げられていた人々をすべて癒やされました。
39En wij, wij zijn getuigen van alles wat Hij gedaan heeft in het land van de Joden en in Jerusalem. Hem hebben ze aan het kruis geslagen, en gedood;
39私たちは、イエスがユダヤ人の地方とエルサレムで行われたすべてのことの証人です。人々はこの方を木にかけて 殺しました。
40maar God heeft Hem de derde dag opgewekt en Hem laten verschijnen:
40しかし神は三日目にこの方を復活させ、人々の前に現れるようにされました。
41niet aan heel het volk, maar aan de getuigen, door God voorbeschikt: aan ons, die met Hem gegeten hebben en gedronken na zijn verrijzenis uit de doden.
41ただし、民全体にではなく、神によってあらかじめ選ばれた証人たち、すなわち、イエスが死者の中から復活された後、この方と共に食べたり飲んだりした私たちに現れるようにされたのです。
42En ons heeft Hij de opdracht gegeven, aan het volk te prediken en te getuigen, dat Hij door God is aangesteld als Rechter van levenden en doden.
42そしてイエスは、この方こそ神が生きている者と死んだ者の裁判官として定められた方だと、民に宣べ伝え、証しするよう私たちに命じられました。
43Van Hem getuigen al de profeten, dat ieder. die in Hem gelooft, vergiffenis van zonden verkrijgt door zijn Naam.
43すべての預言者もこの方について、この方を信じる者はだれでも、その名によって罪の赦しを受けると証ししています。」
44Nog was Petrus aan het woord, toen de Heilige Geest op allen neerdaalde, die naar de toespraak stonden te luisteren.
44ペテロがまだこの言葉を話しているうちに、御言葉を聞いていたすべての人に聖霊が臨みました。
45De gelovigen uit de besnijdenis die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd. dat de gave van den Heiligen Geest ook over de heidenen was uitgestort;
45ペテロと一緒に来た割礼を受けた信者たちは、聖霊の賜物が異邦人にも注がれたことに驚きました。
46want ze hoorden hen in talen spreken, en God verheerlijken. Toen hernam Petrus:
46彼らがほかの言語で話し、神をあがめるのを聞いたからです。 そこでペテロは言いました。
47Zou iemand het water kunnen weigeren, en deze mensen niet dopen, die toch den Heiligen Geest hebben ontvangen, juist zoals wij?
47「私たちと同じように聖霊を受けたこの人たちが、水でバプテスマを受けるのを、だれが禁じることができるでしょうか。」
48En hij beval, hen te dopen in de naam van Jesus Christus Toen verzochten ze hem, enkele dagen te blijven.
48そして彼らに、イエス・キリストの名によってバプテスマを受けるよう命じました。それから人々はペテロに、数日滞在するよう頼みました。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.