2 Timoteus 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Weet wel, dat in de laatste dagen boze tijden zullen komen.
1Hoc autem scito, quod in novissimis diebus instabunt tempora periculosa:
2Want de mensen zullen zelfzuchtig worden, geldgierig, snoevers, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, goddeloos,
2erunt homines seipsos amantes, cupidi, elati, superbi, blasphemi, parentibus non obedientes, ingrati, scelesti,
3liefdeloos, trouweloos, kwaadsprekers, onmatig, verwilderd, van het goede vervreemd,
3sine affectione, sine pace, criminatores, incontinentes, immites, sine benignitate,
4verraders, roekeloos, trots, met meer liefde voor genot dan voor God,
4proditores, protervi, tumidi, et voluptatum amatores magis quam Dei:
5mensen die de schijn van vroomheid bewaren, maar er de kracht van verwerpen. Ook dit slag moet ge vermijden.
5habentes speciem quidem pietatis, virtutem autem ejus abnegantes. Et hos devita:
6Want tot dit soort behoren zij, die de huizen binnensluipen, en vrouwtjes inpalmen, welke gedrukt gaan onder zonden en door allerlei lusten worden gedreven,
6ex his enim sunt qui penetrant domos, et captivas ducunt mulierculas oneratas peccatis, quæ ducuntur variis desideriis:
7welke altijd door maar blijven leren en nooit tot de kennis der waarheid kunnen geraken.
7semper discentes, et numquam ad scientiam veritatis pervenientes.
8Zoals Jannes en Jambres zich tegen Moses verzetten, zo ook verzet dit slag mensen zich tegen de waarheid; bedorven zijn ze naar het verstand, zonder houvast in het geloof.
8Quemadmodum autem Jannes et Mambres restiterunt Moysi: ita et hi resistunt veritati, homines corrupti mente, reprobi circa fidem;
9Maar veel verder zullen ze het dan ook niet brengen; want hun dwaasheid zal opvallen aan iedereen, juist als van die twee anderen.
9sed ultra non proficient: insipientia enim eorum manifesta erit omnibus, sicut et illorum fuit.
10Maar gij zijt mijn navolger in leer, gedrag en besluiten, in mijn geloof, lankmoedigheid, liefde en geduld,
10Tu autem assecutus es meam doctrinam, institutionem, propositum, fidem, longanimitatem, dilectionem, patientiam,
11in mijn vervolgingen en lijden, die mij in Antiochië, Ikónium en Lustra overkwamen, die ik alle geduldig verdroeg, en waaruit ook de Heer mij verloste.
11persecutiones, passiones: qualia mihi facta sunt Antiochiæ, Iconii, et Lystris: quales persecutiones sustinui, et ex omnibus eripuit me Dominus.
12Inderdaad, allen zullen vervolgd worden, die in Christus Jesus godvruchtig willen leven;
12Et omnes, qui pie volunt vivere in Christo Jesu, persecutionem patientur.
13maar deugnieten en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen: anderen misleidend, blijven ze zelf in dwaling.
13Mali autem homines et seductores proficient in pejus, errantes, et in errorem mittentes.
14Gij echter, volhard in wat ge geleerd en gelovig aanvaard hebt;
14Tu vero permane in iis quæ didicisti, et credita sunt tibi: sciens a quo didiceris:
15omdat ge weet, van wien ge het hebt geleerd, en omdat ge van kindsbeen af de heilige Schriften kent, die u wijsheid ter zaligheid kunnen geven door het geloof in Christus Jesus.
15et quia ab infantia sacras litteras nosti, quæ te possunt instruere ad salutem, per fidem quæ est in Christo Jesu.
16De hele Schrift is door God ingegeven, en is nuttig tot onderrichting, weerlegging, terechtwijzing en opvoeding in de gerechtigheid;
16Omnis Scriptura divinitus inspirata utilis est ad docendum, ad arguendum, ad corripiendum, et erudiendum in justitia:
17opdat de man Gods er door volmaakt zou worden, en toegerust tot ieder goed werk.
17ut perfectus sit homo Dei, ad omne opus bonum instructus.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.