2 Timoteus
Chapter 3

2 Timoteus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kadede Kap (Pohnpe…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
1Weet wel, dat in de laatste dagen boze tijden zullen komen.
1A IET me koe en aja, ni imwi en ran akan anjau apwal pan pwaida.
2Want de mensen zullen zelfzuchtig worden, geldgierig, snoevers, hoogmoedig, lasteraars, ongehoorzaam aan hun ouders, ondankbaar, goddeloos,
2Pwe aramaj akan pan kajampwaleki pein irail, o norok moni, o ponmaju, o aklapalap, o lalaue, o jota peiki on me wia ir adar, o jo danke, o me jued.
3liefdeloos, trouweloos, kwaadsprekers, onmatig, verwilderd, van het goede vervreemd,
3O jempok, o jaja mak, o likinekine, o weit, o jo kadek, jo pok on me mau kan,
4verraders, roekeloos, trots, met meer liefde voor genot dan voor God,
4O me kin panala me jaraui, o me katil la, o kala, o inon ion
5mensen die de schijn van vroomheid bewaren, maar er de kracht van verwerpen. Ook dit slag moet ge vermijden.
5Me janjalki lelapok ap jaja a manaman; muei wei jan mepukat.
6Want tot dit soort behoren zij, die de huizen binnensluipen, en vrouwtjes inpalmen, welke gedrukt gaan onder zonden en door allerlei lusten worden gedreven,
6Pwe akai irail kin wailon on nan im akan o kaloedi li akai, me toutouki dip, o me inon jued kin kaua ir jili.
7welke altijd door maar blijven leren en nooit tot de kennis der waarheid kunnen geraken.
7Me kin jukujukul anjau karoj, ap jota lolekon kila melel.
8Zoals Jannes en Jambres zich tegen Moses verzetten, zo ook verzet dit slag mensen zich tegen de waarheid; bedorven zijn ze naar het verstand, zonder houvast in het geloof.
8A duen Ianej o Iamprej palian Mojej, iduen mepukat kin palian melel, i jon en aramaj akan me juedelar ni lol arail, o me jota mau on pojon.
9Maar veel verder zullen ze het dan ook niet brengen; want hun dwaasheid zal opvallen aan iedereen, juist als van die twee anderen.
9A re jota pan pwaida, pwe ar lolepon pan janjal on karoj dueta a wiauier ren irail.
10Maar gij zijt mijn navolger in leer, gedrag en besluiten, in mijn geloof, lankmoedigheid, liefde en geduld,
10A koe ala jan ai padak o ai tiak, o ai lamalam o pojon, o dadaurata, o limpok, o kanonama,
11in mijn vervolgingen en lijden, die mij in Antiochië, Ikónium en Lustra overkwamen, die ik alle geduldig verdroeg, en waaruit ook de Heer mij verloste.
11O kamakam akan, o kalokolok kan, me lel on ia nan Antiokien, o Ikonien, o Lijtra; jon en kalokolok toto, me lel on ia. A Kaun o kotin dore ia lar jan ir karoj.
12Inderdaad, allen zullen vervolgd worden, die in Christus Jesus godvruchtig willen leven;
12A karoj me men dadaurata duen me kon on Kot ren Krijtuj Iejuj, pan kamekameki.
13maar deugnieten en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen: anderen misleidend, blijven ze zelf in dwaling.
13A aramaj jued o malaun akan pan kakairida ni ar jued, irail pan kotaue aramaj akan o re pan kotaue irail.
14Gij echter, volhard in wat ge geleerd en gelovig aanvaard hebt;
14A koe dadaurata, me koe padakkier pwe koe ajaer, me koe padakki jan er.
15omdat ge weet, van wien ge het hebt geleerd, en omdat ge van kindsbeen af de heilige Schriften kent, die u wijsheid ter zaligheid kunnen geven door het geloof in Christus Jesus.
15O koe aja kijin likau jaraui kan jan ni om jeri, me kak kalolekoni uk on maur potopot ki pojon me mi ren Krijtuj Iejuj.
16De hele Schrift is door God ingegeven, en is nuttig tot onderrichting, weerlegging, terechtwijzing en opvoeding in de gerechtigheid;
16Pwe majan en kijin likau kan karoj tapi jan ren Nen en Kot, me mau on padak, o kapun, o kamau, o kainene on me pun.
17opdat de man Gods er door volmaakt zou worden, en toegerust tot ieder goed werk.
17Pwe aramaj en Kot en unjokela o koiok on wiawia mau karoj.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.