2 Makkabeeen 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Maar men vindt in de oude geschriften niet alleen, dat de profeet Jeremias de ballingen opdroeg, iets van het vuur weg te nemen, zoals zo juist is vermeld,
1Invenitur autem in descriptionibus Jeremiæ prophetæ, quod jussit eos ignem accipere qui transmigrabant, ut significatum est, et ut mandavit transmigratis.
2maar ook, dat de profeet aan de ballingen een wetboek gaf, en hen vermaande, de geboden van den Heer niet te vergeten, en bij het zien der prachtige gouden en zilveren afgodsbeelden hun geweten niet op een dwaalspoor te brengen;
2Et dedit illis legem, ne obliviscerentur præcepta Domini, et non exerrarent mentibus, videntes simulacra aurea et argentea, et ornamenta eorum.
3en dat hij er onder anderen op aandrong, hun hart niet voor de wet te sluiten.
3Et alia hujusmodi dicens, hortabatur ne legem amoverent a corde suo.
4Verder stond er in het geschrift, dat de profeet op goddelijke ingeving bevel had gegeven, hem de verbondstent en de ark achterna te dragen, toen hij de berg besteeg, die Moses was opgegaan, om Gods erfland te zien;
4Erat autem in ipsa scriptura, quomodo tabernaculum et arcam jussit propheta divino responso ad se facto comitari secum, usquequo exiit in montem in quo Moyses ascendit, et vidit Dei hæreditatem.
5en dat, toen Jeremias daar was aangekomen, hij een rotsspelonk vond, waar hij de tent, de verbondsark en het reukofferaltaar liet heenbrengen, en de toegang versperde.
5Et veniens ibi Jeremias, invenit locum speluncæ: et tabernaculum, et arcam, et altare incensi intulit illuc, et ostium obstruxit.
6En toen enigen van zijn metgezellen er op uittrokken, om zich de weg in het geheugen te prenten, konden zij hem niet meer vinden.
6Et accesserunt quidam simul, qui sequebantur, ut notarent sibi locum: et non potuerunt invenire.
7Jeremias, die er van hoorde, viel tegen hen uit en zeide: De plek moet onbekend blijven, totdat God zijn volk weer samenbrengt, en zijn barmhartigheid toont.
7Ut autem cognovit Jeremias, culpans illos dixit: Quod ignotus erit locus donec congreget Deus congregationem populi, et propitius fiat:
8Dan zal de Heer dit alles bekend maken, en zal de glorie des Heren in een wolk verschijnen, zoals zij in de dagen van Moses verscheen, en in Salomons dagen, toen hij bad, dat de tempel in glorie geheiligd zou zijn.
8et tunc Dominus ostendet hæc, et apparebit majestas Domini, et nubes erit, sicut et Moysi manifestabatur, et sicut cum Salomon petiit ut locus sanctificaretur magno Deo, manifestabat hæc.
9Ook werd er in verteld, hoe deze wijze man bij de inwijding en de voltooiing van de tempel een offer opdroeg;
9Magnifice etenim sapientiam tractabat: et ut sapientiam habens, obtulit sacrificium dedicationis et consummationis templi.
10hoe er op het gebed van Salomon vuur neerdaalde, dat de brandoffers verteerde, zoals er op het gebed van Moses tot Jahweh vuur uit de hemel was neergedaald en de offergave had verteerd;
10Sicut et Moyses orabat ad Dominum, et descendit ignis de cælo et consumpsit holocaustum, sic et Salomon oravit, et descendit ignis de cælo et consumpsit holocaustum.
11hoe Moses gezegd had, dat het zoenoffer moest worden verbrand, omdat het niet gegeten mocht worden;
11Et dixit Moyses: Eo quod non sit comestum quod erat pro peccato, consumptum est.
12hoe ook Salomon een feest van acht dagen heeft gevierd.
12Similiter et Salomon octo diebus celebravit dedicationem.
13En niet alleen staat in de kronieken en gedenkschriften van Nehemias hetzelfde vermeld, maar bovendien, dat hij een bibliotheek aanlegde, waarin hij de boeken der koningen en der profeten met de geschriften van David en de oorkonden der koningen over tempelgeschenken bijeen bracht.
13Inferebantur autem in descriptionibus et commentariis Nehemiæ hæc eadem: et ut construens bibliothecam congregavit de regionibus libros et prophetarum et David, et epistolas regum, et de donariis.
14En nu heeft Judas op dezelfde wijze weer al die boeken verzameld, welke sinds het uitbreken van de oorlog verstrooid waren geraakt. Deze zijn thans in ons bezit;
14Similiter autem et Judas ea quæ deciderant per bellum quod nobis acciderat, congregavit omnia, et sunt apud nos.
15en mocht gij ze nodig hebben, dan kunt ge ze u laten halen.
15Si ergo desideratis hæc, mittite qui perferant vobis.
16Wij schrijven u, omdat wij het plan hebben opgevat, de reiniging van de tempel te vieren. Want het zou een mooie daad van u zijn, eveneens deze dagen te vieren.
16Acturi itaque purificationem scripsimus vobis: bene ergo facietis, si egeritis hos dies.
17Het is God, die zijn gehele volk heeft bevrijd en die aan hen allen het erfland, het koningschap en de tempel heeft geschonken,
17Deus autem, qui liberavit populum suum, et reddidit hæreditatem omnibus, et regnum, et sacerdotium, et sanctificationem,
18zoals Hij in de wet had beloofd; van dienzelfden God verwachten wij stellig, dat Hij Zich spoedig over ons zal ontfermen en ons uit de wijde wereld weer bijeen zal brengen op de heilige plaats. Want Hij heeft ons uit grote rampen gered en zijn woonplaats gereinigd!
18sicut promisit in lege, speramus quod cito nostri miserebitur, et congregavit de sub cælo in locum sanctum.
19De geschiedenis van Judas den Makkabeër en zijn broers; de reiniging van de verheven tempel met de wijding van het altaar;
19Eripuit enim nos de magnis periculis, et locum purgavit.
20de oorlogen tegen Antiochus Epifanes en zijn zoon Eúpator;
20De Juda vero Machabæo, et fratribus ejus, et de templi magni purificatione, et de aræ dedicatione,
21de hemelse verschijningen, die aan de roemrijke en dappere strijders voor het jodendom ten deel zijn gevallen; hun verovering van het gehele land ondanks hun klein aantal; het verjagen van de geweldige legers der barbaren;
21sed et de præliis quæ pertinent ad Antiochum Nobilem et filium ejus Eupatorem,
22het weer in bezit nemen van de wereldberoemde tempel; de bevrijding der stad; het weer invoeren van de bijna afgeschafte wetten; de grote goedertierenheid des Heren, die Zich over hen ontfermde:
22et de illuminationibus quæ de cælo factæ sunt ad eos qui pro Judæis fortiter fecerunt, ita ut universam regionem, cum pauci essent, vindicarent, et barbaram multitudinem fugarent,
23dit alles heeft Jáson van Cyréne in vijf boeken beschreven, en wij willen beproeven, hiervan in één boek een korte samenvatting te geven.
23et famosissimum in toto orbe templum recuperarent, et civitatem liberarent, et leges quæ abolitæ erant, restituerentur, Domino cum omni tranquillitate propitio facto illis.
24Want met het oog op de grote massa getallen, en op de moeilijkheden die het overstelpende materiaal met zich meebrengt, zo men zich in de geschiedbeschrijvingen wil inwerken,
24Itemque ab Jasone Cyrenæo quinque libris comprehensa tentavimus nos uno volumine breviare.
25hebben wij ons best gedaan, voor het leesgrage publiek een boeiend verhaal te schrijven, en voor de studerenden iets, dat zich gemakkelijk laat onthouden; in één woord: iets nuttigs voor allen, die het in handen krijgen.
25Considerantes enim multitudinem librorum, et difficultatem volentibus aggredi narrationes historiarum propter multitudinem rerum,
26Toch is het samenstellen van een uittreksel, waarmee wij ons hebben belast, niet gemakkelijk. Integendeel, het is een werk dat veel inspanning en slapeloze nachten kost,
26curavimus volentibus quidem legere, ut esset animi oblectatio: studiosis vero, ut facilius possint memoriæ commendare: omnibus autem legentibus utilitas conferatur.
27zoals het ook voor een gastheer geen gemakkelijke taak is, al zijn gasten tevreden te stellen. Toch willen ook wij ons graag deze moeite getroosten, omdat velen ons daarvoor dankbaar zullen zijn.
27Et nobis quidem ipsis, qui hoc opus breviandi causa suscepimus, non facilem laborem, immo vero negotium plenum vigiliarum et sudoris assumpsimus.
28Terwijl wij dus het nauwkeurig onderzoek van de feiten aan den geschiedschrijver overlaten, besteden wij alle zorg aan een uittreksel, dat aan die eisen voldoet.
28Sicut hi qui præparant convivium, et quærunt aliorum voluntati parere propter multorum gratiam, libenter laborem sustinemus.
29Gelijk de architect van een nieuw huis voor de gehele bouw heeft te zorgen, terwijl hij, die het moet verfraaien en beschilderen, zich alleen met de passende versiering behoeft bezig te houden, zo is het ook, naar ik meen, met ons het geval.
29Veritatem quidem de singulis auctoribus concedentes, ipsi autem secundum datam formam brevitati studentes.
30Want het is de taak van den oorspronkelijken geschiedschrijver, de feiten op te sporen, deze van alle kanten te bezien, en de kleinste bijzonderheden nauwkeurig na te gaan.
30Sicut enim novæ domus architecto de universa structura curandum est; ei vero qui pingere curat, quæ apta sunt ad ornatum exquirenda sunt: ita æstimandum est et in nobis.
31Maar hem, die een overzicht geeft, moet het vrij staan, zich kort uit te drukken, en af te zien van volledigheid in zijn werk.
31Etenim intellectum colligere, et ordinare sermonem, et curiosius partes singulas quasque disquirere, historiæ congruit auctori:
32Laat ons nu met het verhaal beginnen; want onze voorrede is reeds lang genoeg. Het zou toch dwaasheid zijn, een uitvoerige inleiding op een geschiedenis te schrijven, en de geschiedenis zelf te bekorten.
32brevitatem vero dictionis sectari, et executiones rerum vitare, brevianti concedendum est.
no verse 33 in this text
33Hinc ergo narrationem incipiemus: de præfatione tantum dixisse sufficiat. Stultum etenim est ante historiam effluere, in ipsa autem historia succingi.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.