2 Makkabeeen 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
1Maar men vindt in de oude geschriften niet alleen, dat de profeet Jeremias de ballingen opdroeg, iets van het vuur weg te nemen, zoals zo juist is vermeld,
1Εὑρίσκεται δὲ ἐν ταῖς ἀπογραφαῖς Ἱερεμίας ὁ προφήτης, ὅτι ἐκέλευσε τοῦ πυρὸς λαβεῖν τοὺς μεταγινομένους, ὡς σεσήμανται,
2maar ook, dat de profeet aan de ballingen een wetboek gaf, en hen vermaande, de geboden van den Heer niet te vergeten, en bij het zien der prachtige gouden en zilveren afgodsbeelden hun geweten niet op een dwaalspoor te brengen;
2καὶ ὡς ἐνετείλατο τοῖς μεταγενομένοις ὁ προφήτης, δοὺς αὐτοῖς τὸν νόμον, ἵνα μὴ ἐπιλάθωνται τῶν προσταγμάτων τοῦ Κυρίου, καὶ ἵνα μὴ ἀποπλανηθῶσι ταῖς διανοίαις, βλέποντες ἀγάλματα χρυσᾶ καὶ ἀργυρᾶ, καὶ τὸν περὶ αὐτὰ κόσμον.
3en dat hij er onder anderen op aandrong, hun hart niet voor de wet te sluiten.
3Καὶ ἕτερα τοιαῦτα λέγων, παρεκάλει μὴ ἀποστῆναι τὸν νόμον ἀπὸ τῆς καρδίας αὐτῶν.
4Verder stond er in het geschrift, dat de profeet op goddelijke ingeving bevel had gegeven, hem de verbondstent en de ark achterna te dragen, toen hij de berg besteeg, die Moses was opgegaan, om Gods erfland te zien;
4Ἦν δὲ ἐν τῇ γραφῇ, ὡς τὴν σκηνὴν καὶ τὴν κιβωτὸν ἐκέλευσεν ὁ προφήτης, χρηματισμοῦ γενηθέντος, αὐτῷ συνακολουθεῖν, ὡς δὲ ἐξῆλθεν εἰς τὸ ὄρος οὗ ὁ Μωυσῆς ἀναβὰς ἐθεάσατο τὴν τοῦ Θεοῦ κληρονομίαν.
5en dat, toen Jeremias daar was aangekomen, hij een rotsspelonk vond, waar hij de tent, de verbondsark en het reukofferaltaar liet heenbrengen, en de toegang versperde.
5Καὶ ἐλθὼν ὁ Ἱερεμίας εὗρεν οἶκον ἀντρώδη, καὶ τὴν σκηνὴν, καὶ τὴν κιβωτὸν, καὶ τὸ θυσιαστήριον τοῦ θυμιάματος εἰσήνεγκεν ἐκεῖ, καὶ τὴν θύραν ἐνέφραξε.
6En toen enigen van zijn metgezellen er op uittrokken, om zich de weg in het geheugen te prenten, konden zij hem niet meer vinden.
6Καὶ προσελθόντες τινὲς τῶν συνακολουθούντων ὥστε ἐπισημῄνασθαι τὴν ὁδὸν, καὶ οὐκ ἠδυνήθησαν εὑρεῖν.
7Jeremias, die er van hoorde, viel tegen hen uit en zeide: De plek moet onbekend blijven, totdat God zijn volk weer samenbrengt, en zijn barmhartigheid toont.
7Ὡς δὲ ὁ Ἱερεμίας ἔγνω, μεμψάμενος αὐτοῖς εἶπεν, ὅτι καὶ ἄγνωστος ὁ τόπος ἔσται ἕως ἂν συναγάγῃ ὁ Θεὸς ἐπισυναγωγὴν τοῦ λαοῦ, καὶ ἵλεως γένηται.
8Dan zal de Heer dit alles bekend maken, en zal de glorie des Heren in een wolk verschijnen, zoals zij in de dagen van Moses verscheen, en in Salomons dagen, toen hij bad, dat de tempel in glorie geheiligd zou zijn.
8Καὶ τότε ὁ Κύριος ἀναδείξει ταῦτα, καὶ ὀφθήσεται ἡ δόξα τοῦ Κυρίου καὶ ἡ νεφέλη, ὡς καὶ ἐπὶ Μωυσῇ ἐδηλοῦτο, ὡς καὶ ὁ Σαλωμὼν ἠξίωσεν ἵνα ὁ τόπος καθαγιασθῇ μεγάλως.
9Ook werd er in verteld, hoe deze wijze man bij de inwijding en de voltooiing van de tempel een offer opdroeg;
9Διεσαφεῖτο δὲ καὶ ὡς σοφίαν ἔχων ἀνήνεγκε θυσίαν ἐγκαινισμοῦ, καὶ τῆς τελειώσεως τοῦ ἱεροῦ.
10hoe er op het gebed van Salomon vuur neerdaalde, dat de brandoffers verteerde, zoals er op het gebed van Moses tot Jahweh vuur uit de hemel was neergedaald en de offergave had verteerd;
10Καθὼς καὶ Μωυσῆς προσηύξατο πρὸς Κύριον, καὶ κατέβη πῦρ ἐκ τοῦ οὐρανοῦ, καὶ τὰ τῆς θυσίας ἐδαπάνησεν· οὕτως καὶ Σαλωμὼν προσηύξατο, καὶ καταβὰν τὸ πῦρ ἀνήλωσε τὰ ὁλοκαυτώματα.
11hoe Moses gezegd had, dat het zoenoffer moest worden verbrand, omdat het niet gegeten mocht worden;
11Καὶ εἶπε Μωυσῆς, διὰ τὸ μὴ βεβρῶσθαι τὸ περὶ τῆς ἁμαρτίας, ἀνηλώθη.
12hoe ook Salomon een feest van acht dagen heeft gevierd.
12Ὡσαύτως καὶ ὁ Σαλωμὼν τὰς ὀκτὼ ἡμέρας ἤγαγεν.
13En niet alleen staat in de kronieken en gedenkschriften van Nehemias hetzelfde vermeld, maar bovendien, dat hij een bibliotheek aanlegde, waarin hij de boeken der koningen en der profeten met de geschriften van David en de oorkonden der koningen over tempelgeschenken bijeen bracht.
13Ἐξηγοῦντο δὲ καὶ ἐν ταῖς ἀναγραφαῖς, καὶ ἐν τοῖς ὑπομνηματισμοῖς τοῖς κατὰ τὸν Νεεμίαν τὰ αὐτά, καὶ ὡς καταβαλλόμενος βιβλιοθήκην, ἐπισυνήγαγε τὰ περὶ τῶν βασιλέων καὶ προφητῶν, καὶ τὰ τοῦ Δαυεὶδ, καὶ ἐπιστολὰς βασιλέων περὶ ἀναθημάτων.
14En nu heeft Judas op dezelfde wijze weer al die boeken verzameld, welke sinds het uitbreken van de oorlog verstrooid waren geraakt. Deze zijn thans in ons bezit;
14Ὡσαύτως δὲ καὶ Ἰούδας, τὰ διαπεπτωκότα διὰ τὸν πόλεμον τὸν γεγονότα ἡμῖν ἐπισυνήγαγε πάντα, καὶ ἔστι παρʼ ἡμῖν.
15en mocht gij ze nodig hebben, dan kunt ge ze u laten halen.
15Ὧν οὖν ἐὰν χρείαν ἔχητε, τοὺς ἀποκομιοῦντας ὑμῖν ἀποστέλλετε.
16Wij schrijven u, omdat wij het plan hebben opgevat, de reiniging van de tempel te vieren. Want het zou een mooie daad van u zijn, eveneens deze dagen te vieren.
16Μέλλοντες οὖν ἄγειν τὸν καθαρισμὸν, ἐγράψαμεν ὑμῖν· καλῶς οὖν ποιήσετε ἄγοντες τὰς ἡμέρας.
17Het is God, die zijn gehele volk heeft bevrijd en die aan hen allen het erfland, het koningschap en de tempel heeft geschonken,
17Ὁ δὲ Θεὸς ὁ σώσας τὸν πάντα λαὸν αὐτοῦ, καὶ ἀποδοὺς τὴν κληρονομίαν πᾶσι, καὶ τὸ βασίλειον, καὶ τὸ ἱεράτευμα, καὶ τὸν ἁγιασμὸν.
18zoals Hij in de wet had beloofd; van dienzelfden God verwachten wij stellig, dat Hij Zich spoedig over ons zal ontfermen en ons uit de wijde wereld weer bijeen zal brengen op de heilige plaats. Want Hij heeft ons uit grote rampen gered en zijn woonplaats gereinigd!
18Καθὼς ἐπηγγείλατο διὰ τοῦ νόμου ἐλπίζομεν γὰρ ἐπὶ τῷ Θεῷ, ὅτι ταχέως ἡμᾶς ἐλεήσει, καὶ ἐπισυνάξει ἐκ τῆς ὑπὸ τὸν οὐρανὸν εἰς τὸν ἅγιον τόπον· ἐξείλετο γὰρ ἡμᾶς ἐκ μεγάλων κακῶν, καὶ τὸν τόπον ἐκαθάρισε.
19De geschiedenis van Judas den Makkabeër en zijn broers; de reiniging van de verheven tempel met de wijding van het altaar;
19Τὰ δὲ κατὰ τὸν Ἰούδαν τὸν Μακκαβαῖον, καὶ τοὺς τούτου ἀδελφοὺς, καὶ τὸν τοῦ ἱεροῦ τοῦ μεγάλου καθαρισμὸν, καὶ τὸν τοῦ βωμοῦ ἐγκαινισμὸν,
20de oorlogen tegen Antiochus Epifanes en zijn zoon Eúpator;
20ἔτι τε τοὺς πρὸς Ἀντιοχον τὸν Ἐπιφανῆ, καὶ τὸν τούτου υἱὸν Εὐπάτορα πολέμους,
21de hemelse verschijningen, die aan de roemrijke en dappere strijders voor het jodendom ten deel zijn gevallen; hun verovering van het gehele land ondanks hun klein aantal; het verjagen van de geweldige legers der barbaren;
21καὶ τὰς ἐξ οὐρανοῦ γενομένας ἐπιφανείας τοῖς ὑπὲρ τοῦ Ἰουδαϊσμοῦ φιλοτίμως ἀνδραγαθήσασιν, ὡστε τὴν ὅλην χώραν ὀλίγους ὄντας λεηλατεῖν, καὶ τὰ βάρβαρα πλήθη διώκειν.
22het weer in bezit nemen van de wereldberoemde tempel; de bevrijding der stad; het weer invoeren van de bijna afgeschafte wetten; de grote goedertierenheid des Heren, die Zich over hen ontfermde:
22Καὶ τὸ περιβόητον καθʼ ὅλην τὴν οἰκουμένην ἱερὸν ἀνακομίσασθαι, καὶ τὴν πόλιν ἐλευθερῶσαι, καὶ τοὺς μέλλοντας καταλύεσθαι νόμους ἐπανορθῶσαι, τοῦ Κυρίου μετὰ πάσης ἐπιεικείας ἵλεω γενομένου αὐτοῖς,
23dit alles heeft Jáson van Cyréne in vijf boeken beschreven, en wij willen beproeven, hiervan in één boek een korte samenvatting te geven.
23τὰ ὑπὸ Ἰάσωνος τοῦ Κυρηναίου δεδηλωμένα διὰ πέντε βιβλίων, πειρασόμεθα διʼ ἑνὸς συντάγματος ἐπιτεμεῖν.
24Want met het oog op de grote massa getallen, en op de moeilijkheden die het overstelpende materiaal met zich meebrengt, zo men zich in de geschiedbeschrijvingen wil inwerken,
24Συνορῶντες γὰρ τὸ χύμα τῶν ἀριθμῶν, καὶ τὴν οὖσαν δυσχέρειαν τοῖς θέλουσιν εἰσκυκλεῖσθαι τοῖς τῆς ἱστορίας διηγήμασι διὰ τὸ πλῆθος τῆς ὕλης,
25hebben wij ons best gedaan, voor het leesgrage publiek een boeiend verhaal te schrijven, en voor de studerenden iets, dat zich gemakkelijk laat onthouden; in één woord: iets nuttigs voor allen, die het in handen krijgen.
25ἐφροντίσαμεν τοῖς μὲν βουλομένοις ἀναγινώσκειν ψυχαγωγίαν, τοῖς δέ φιλοφρονοῦσιν εἰς τὸ διὰ μνήμης ἀναλαβεῖν εὐκοπίαν, πᾶσι δὲ τοῖς ἐντυγχάνουσιν ὠφέλειαν.
26Toch is het samenstellen van een uittreksel, waarmee wij ons hebben belast, niet gemakkelijk. Integendeel, het is een werk dat veel inspanning en slapeloze nachten kost,
26Καὶ ἡμῖν μὲν τοῖς τὴν κακοπάθειαν ἐπιδεδεγμένοις τῆς ἐπιτομῆς οὐ ῥᾴδιον, ἱδρῶτος δὲ καὶ ἀγρυπνίας τὸ πρᾶγμα·
27zoals het ook voor een gastheer geen gemakkelijke taak is, al zijn gasten tevreden te stellen. Toch willen ook wij ons graag deze moeite getroosten, omdat velen ons daarvoor dankbaar zullen zijn.
27καθάπερ τῷ παρασκευάζοντι συμπόσιον, καὶ ζητοῦντι τὴν ἑτέρων λυσιτέλειαν οὐκ εὐχερές μὲν, ὅμως διὰ τὴν τῶν πολλῶν εὐχαριστίαν, ἡδέως τὴν κακοπάθειαν ὑποίσομεν,
28Terwijl wij dus het nauwkeurig onderzoek van de feiten aan den geschiedschrijver overlaten, besteden wij alle zorg aan een uittreksel, dat aan die eisen voldoet.
28τὸ μὲν διακριβοῦν περὶ ἑκάστων τῷ συγγραφεῖ παραχωρήσαντες, τὸ δὲ ἐπιπορεύεσθαι τοῖς ὑπογραμμοῖς τῆς ἐπιτομῆς διαπονοῦντες.
29Gelijk de architect van een nieuw huis voor de gehele bouw heeft te zorgen, terwijl hij, die het moet verfraaien en beschilderen, zich alleen met de passende versiering behoeft bezig te houden, zo is het ook, naar ik meen, met ons het geval.
29Καθάπερ γὰρ τῆς καινῆς οἰκίας ἀρχιτέκτονι τῆς ὅλης καταβολῆς φροντιστέον, τῷ δὲ ἐγκαίειν καὶ ζωγραφεῖν ἐπιχειροῦντι, τὰ ἐπιτήδεια πρὸς διακόσμησιν ἐξεταστέον· οὕτω δοκῶ καὶ ἐπὶ ἡμῖν.
30Want het is de taak van den oorspronkelijken geschiedschrijver, de feiten op te sporen, deze van alle kanten te bezien, en de kleinste bijzonderheden nauwkeurig na te gaan.
30Τὸ μὲν ἐμβατεύειν, καὶ περί πάντων ποιεῖσθαι λόγον καὶ πολυπραγμονεῖν ἐν τοῖς καταμέρος, τῷ τῆς ἱστορίας ἀρχηγέτῃ καθήκει·
31Maar hem, die een overzicht geeft, moet het vrij staan, zich kort uit te drukken, en af te zien van volledigheid in zijn werk.
31Τὸ δὲ σύντομον τῆς λέξεως μεταδιώκειν, καὶ τὸ ἐξεργαστικὸν τῆς πραγματείας παραιτεῖσθαι, τῷ τὴν μετάφρασιν ποιουμένῳ συγχωρητέον.
32Laat ons nu met het verhaal beginnen; want onze voorrede is reeds lang genoeg. Het zou toch dwaasheid zijn, een uitvoerige inleiding op een geschiedenis te schrijven, en de geschiedenis zelf te bekorten.
32Ἐντεῦθεν οὖν ἀρξώμεθα τῆς διηγήσεως, τοῖς προειρημένοις τοσοῦτον ἐπιζεύξαντες· εὔηθες γὰρ τὸ μὲν πρὸ τῆς ἱστορίας πλεονάζειν, τὴν δὲ ἱστορίαν ἐπιτεμεῖν.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.