Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Maar men vindt in de oude geschriften niet alleen, dat de profeet Jeremias de ballingen opdroeg, iets van het vuur weg te nemen, zoals zo juist is vermeld,
1Καὶ τί θαυμαστόν; εἰ αἱ τῆς ψυχῆς ἐπιθυμίαι πρὸς τὴν τοῦ κάλλους μετουσίαν ἀκυροῦνται;
2maar ook, dat de profeet aan de ballingen een wetboek gaf, en hen vermaande, de geboden van den Heer niet te vergeten, en bij het zien der prachtige gouden en zilveren afgodsbeelden hun geweten niet op een dwaalspoor te brengen;
2ταύτῃ γοῦν ὁ σώφρων Ἰωσὴφ ἐπαινεῖται, ὅτι τῷ λογισμῷ καὶ τῇ διανοίᾳ περιεκράτησε τῆς ἡδυπαθείας.
3en dat hij er onder anderen op aandrong, hun hart niet voor de wet te sluiten.
3νέος γὰρ ὢν καὶ ἀκμάζων πρὸς συνουσιασμὸν ἠκύρωσε τῷ λογισμῷ τὸν τῶν παθῶν οἶστρον.
4Verder stond er in het geschrift, dat de profeet op goddelijke ingeving bevel had gegeven, hem de verbondstent en de ark achterna te dragen, toen hij de berg besteeg, die Moses was opgegaan, om Gods erfland te zien;
4οὐ μόνον δὲ τὴν τῆς ἡδυπαθείας οἰστρηλασίαν ἐπικρατεῖν ὁ λογισμὸς φαίνεται, ἀλλὰ καὶ πάσης ἐπιθυμίας.
5en dat, toen Jeremias daar was aangekomen, hij een rotsspelonk vond, waar hij de tent, de verbondsark en het reukofferaltaar liet heenbrengen, en de toegang versperde.
5λέγει γοῦν ὁ νόμος· οὐκ ἐπιθυμήσεις τὴν γυναῖκα τοῦ πλησίον σου οὐδὲ ὅσα τῷ πλησίον σου ἐστίν.
6En toen enigen van zijn metgezellen er op uittrokken, om zich de weg in het geheugen te prenten, konden zij hem niet meer vinden.
6καίτοι ὅτε μὴ ἐπιθυμεῖν ἡμᾶς εἴρηκεν ὁ νόμος, πολὺ πλέον πείσαιμ' ἂν ὑμᾶς ὅτι τῶν ἐπιθυμιῶν κρατεῖν δύναται ὁ λογισμός. ¨Ωσπερ καὶ τῶν κωλυτικῶν τῆς δικαιοσύνης παθῶν·
7Jeremias, die er van hoorde, viel tegen hen uit en zeide: De plek moet onbekend blijven, totdat God zijn volk weer samenbrengt, en zijn barmhartigheid toont.
7ἐπεὶ τίνα τρόπον μονοφάγος τις ὢν τὸ ἦθος καὶ γαστρίμαργος καὶ μέθυσος μεταπαιδεύεται, εἰ μὴ δῆλον ὅτι κύριός ἐστι τῶν παθῶν ὁ λογισμός;
8Dan zal de Heer dit alles bekend maken, en zal de glorie des Heren in een wolk verschijnen, zoals zij in de dagen van Moses verscheen, en in Salomons dagen, toen hij bad, dat de tempel in glorie geheiligd zou zijn.
8αὐτίκα γοῦν τῷ νόμῳ πολιτευόμενος, κἂν φιλάργυρός τις ᾖ, βιάζεται τὸν ἑαυτοῦ τρόπον τοῖς δεομένοις δανείζων χωρὶς τόκων, καὶ τὸ δάνειον τῶν ἑβδομάδων ἐνστασῶν χρεοκοπούμενος.
9Ook werd er in verteld, hoe deze wijze man bij de inwijding en de voltooiing van de tempel een offer opdroeg;
9κἂν φειδωλός τις ᾖ, ὑπὸ τοῦ νόμου κρατεῖται διὰ τὸν λογισμὸν μήτε ἐπικαρπολογούμενος τοὺς ἀμητοὺς μήτε ἐπιρρωγολογούμενος τοὺς ἀμπελῶνας. Καὶ ἐπὶ τῶν ἑτέρων ἔστιν ἐπιγνῶναι τοῦτο, ὅτι τῶν παθῶν ἐστιν ὁ λογισμὸς κρατῶν.
10hoe er op het gebed van Salomon vuur neerdaalde, dat de brandoffers verteerde, zoals er op het gebed van Moses tot Jahweh vuur uit de hemel was neergedaald en de offergave had verteerd;
10ὁ γὰρ νόμος καὶ τῆς πρὸς γονεῖς εὐνοίας κρατεῖ μὴ καταπροδιδοὺς τὴν ἀρετὴν δι' αὐτοὺς
11hoe Moses gezegd had, dat het zoenoffer moest worden verbrand, omdat het niet gegeten mocht worden;
11καὶ τῆς πρὸς γαμετὴν φιλίας ἐπικρατεῖ διὰ παρανομίαν αὐτὴν ἀπελέγχων.
12hoe ook Salomon een feest van acht dagen heeft gevierd.
12καὶ τῆς τέκνων φιλίας κυριεύει διὰ κακίαν αὐτὰ κολάζων καὶ τῆς φίλων συνηθείας δεσπόζει διὰ πονηρίαν αὐτοὺς ἐξελέγχων.
13En niet alleen staat in de kronieken en gedenkschriften van Nehemias hetzelfde vermeld, maar bovendien, dat hij een bibliotheek aanlegde, waarin hij de boeken der koningen en der profeten met de geschriften van David en de oorkonden der koningen over tempelgeschenken bijeen bracht.
13καὶ μὴ νομίσητε παράδοξον εἶναι, ὅπου γε καὶ ἔχθρας ὁ λογισμὸς ἐπικρατεῖν δύναται διὰ τὸν νόμον,
14En nu heeft Judas op dezelfde wijze weer al die boeken verzameld, welke sinds het uitbreken van de oorlog verstrooid waren geraakt. Deze zijn thans in ons bezit;
14μήτε δενδροτομῶν τὰ ἥμερα τῶν πολεμίων φυτά, τὰ δὲ τῶν ἐχθρῶν τοῖς ἀπολέσασι διασώζων καὶ τὰ πεπτωκότα συνεγείρων.
15en mocht gij ze nodig hebben, dan kunt ge ze u laten halen.
15Καὶ τῶν βιαιοτέρων δὲ παθῶν ἐπικρατεῖν ὁ λογισμὸς φαίνεται, φιλαρχίας καὶ κενοδοξίας καὶ ἀλαζονείας καὶ μεγαλαυχίας καὶ βασκανίας.
16Wij schrijven u, omdat wij het plan hebben opgevat, de reiniging van de tempel te vieren. Want het zou een mooie daad van u zijn, eveneens deze dagen te vieren.
16πάντα γὰρ ταῦτα τὰ κακοήθη πάθη ὁ σώφρων νοῦς εἰς ἀγαθὸν προτρέπων ἀπωθεῖται καὶ βιάζεται, ὥσπερ καὶ τὸν θυμόν· καὶ γὰρ τούτου δεσπόζει.
17Het is God, die zijn gehele volk heeft bevrijd en die aan hen allen het erfland, het koningschap en de tempel heeft geschonken,
17θυμούμενός γέ τοι Μωσῆς κατὰ Δαθὰν καὶ Ἀβειρὼν οὐ θυμῷ τι κατ' αὐτῶν ἐποίησεν, ἀλλὰ λογισμῷ τὸν θυμὸν διῃ£τησεν.
18zoals Hij in de wet had beloofd; van dienzelfden God verwachten wij stellig, dat Hij Zich spoedig over ons zal ontfermen en ons uit de wijde wereld weer bijeen zal brengen op de heilige plaats. Want Hij heeft ons uit grote rampen gered en zijn woonplaats gereinigd!
18δυνατὸς γὰρ ὁ σώφρων νοῦς, ὡς ἔφην, κατὰ τῶν παθῶν ἀριστεῦσαι καὶ τὰ μὲν αὐτῶν μεταθεῖναι, τὰ δὲ καὶ ἀκυρῶσαι.
19De geschiedenis van Judas den Makkabeër en zijn broers; de reiniging van de verheven tempel met de wijding van het altaar;
19ἐπεὶ διατί ὁ πάνσοφος ἡμῶν πατὴρ Ἰακὼβ τοὺς περὶ Συμεὼν καὶ Λευΐν αἰτιᾶται, μὴ λογισμῷ τοὺς Σικιμίτας ἐθνηδὸν ἀποσφάξαντας λέγων· ἐπικατάρατος ὁ θυμὸς αὐτῶν;
20de oorlogen tegen Antiochus Epifanes en zijn zoon Eúpator;
20εἰ μὴ γὰρ ἐδύνατο τοῦ θυμοῦ ὁ λογισμὸς κρατεῖν, οὐκ ἂν εἶπεν οὕτως.
21de hemelse verschijningen, die aan de roemrijke en dappere strijders voor het jodendom ten deel zijn gevallen; hun verovering van het gehele land ondanks hun klein aantal; het verjagen van de geweldige legers der barbaren;
21ὁπηνίκα γὰρ ὁ Θεὸς τὸν ἄνθρωπον κατεσκεύασε, τὰ πάθη αὐτοῦ καὶ τὰ ἤθη περιεφύτευσεν.
22het weer in bezit nemen van de wereldberoemde tempel; de bevrijding der stad; het weer invoeren van de bijna afgeschafte wetten; de grote goedertierenheid des Heren, die Zich over hen ontfermde:
22ἡνίκα δὲ ἐπὶ πάντων τὸν ἱερὸν ἡγεμόνα νοῦν διὰ τῶν ἔνδον αἰσθητηρίων ἐνεθρόνισε,
23dit alles heeft Jáson van Cyréne in vijf boeken beschreven, en wij willen beproeven, hiervan in één boek een korte samenvatting te geven.
23καί τούτῳ νόμον ἔδωκε, καθ' ὃν πολιτευόμενος βασιλεύσει βασιλείαν σώφρονά τε καὶ δικαίαν καὶ ἀγαθὴν καὶ ἀνδρείαν.
24Want met het oog op de grote massa getallen, en op de moeilijkheden die het overstelpende materiaal met zich meebrengt, zo men zich in de geschiedbeschrijvingen wil inwerken,
24Πῶς οὖν, εἴποι τις ἄν, εἰ τῶν παθῶν ὁ λογισμὸς κρατεῖ, λήθης καὶ ἀγνοίας οὐ κρατεῖ;
25hebben wij ons best gedaan, voor het leesgrage publiek een boeiend verhaal te schrijven, en voor de studerenden iets, dat zich gemakkelijk laat onthouden; in één woord: iets nuttigs voor allen, die het in handen krijgen.
no verse 25 in this text
26Toch is het samenstellen van een uittreksel, waarmee wij ons hebben belast, niet gemakkelijk. Integendeel, het is een werk dat veel inspanning en slapeloze nachten kost,
no verse 26 in this text
27zoals het ook voor een gastheer geen gemakkelijke taak is, al zijn gasten tevreden te stellen. Toch willen ook wij ons graag deze moeite getroosten, omdat velen ons daarvoor dankbaar zullen zijn.
no verse 27 in this text
28Terwijl wij dus het nauwkeurig onderzoek van de feiten aan den geschiedschrijver overlaten, besteden wij alle zorg aan een uittreksel, dat aan die eisen voldoet.
no verse 28 in this text
29Gelijk de architect van een nieuw huis voor de gehele bouw heeft te zorgen, terwijl hij, die het moet verfraaien en beschilderen, zich alleen met de passende versiering behoeft bezig te houden, zo is het ook, naar ik meen, met ons het geval.
no verse 29 in this text
30Want het is de taak van den oorspronkelijken geschiedschrijver, de feiten op te sporen, deze van alle kanten te bezien, en de kleinste bijzonderheden nauwkeurig na te gaan.
no verse 30 in this text
31Maar hem, die een overzicht geeft, moet het vrij staan, zich kort uit te drukken, en af te zien van volledigheid in zijn werk.
no verse 31 in this text
32Laat ons nu met het verhaal beginnen; want onze voorrede is reeds lang genoeg. Het zou toch dwaasheid zijn, een uitvoerige inleiding op een geschiedenis te schrijven, en de geschiedenis zelf te bekorten.
no verse 32 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.