Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Zodra Nikánor hoorde, dat de troepen van Judas zich in het gebied van Samaria bevonden, maakte hij het plan, hen voor alle zekerheid op een sabbat aan te vallen.
1Ω λογισμὲ τέκνων παθῶν τύραννε καὶ εὐσέβεια μητρὶ τέκνων ποθεινοτέρα.
2Maar de Joden, die hem noodgedwongen volgden, zeiden: Breng hen niet zo wreed en barbaars om het leven; heb eerbied voor de dag, die de Alziende vanouds heeft geheiligd.
2μήτηρ δυοῖν προκειμένων, εὐσεβείας καὶ τῆς τῶν ἑπτὰ υἱῶν σωτηρίας προσκαίρου κατὰ τὴν τοῦ τυράννου ὑπόσχεσιν,
3En toen de schurk durfde vragen, of er dan in de hemel een Meester was, die het bevel had gegeven, de sabbat te vieren,
3τὴν εὐσέβειαν μᾶλλον ἠγάπησε τὴν σῴζουσαν εἰς αἰώνιον ζωὴν κατὰ Θεόν.
4gaven zij stoutweg ten antwoord: De levende Heer, die in de hemel heerst, heeft zelf bevolen, de zevende dag in ere te houden!
4ᾦ τίνα τρόπον ἠθολογήσαιμι, φιλότεκνα γονέων πάθη. ψυχῆς τε καὶ μορφῆς ὁμοιότητα εἰς μικρὸν παιδὸς χαρακτῆρα θαυμάσιον ἐναποσφραγίζομεν, μάλιστα διὰ τὸ τῶν παθῶν τοῖς γεννηθεῖσι τὰς μητέρας τῶν πατέρων καθεστάναι συμπαθεστέρας.
5Maar de ander hernam: En ik ben heerser op aarde, en geef dus bevel, de wapens op te nemen en de belangen van den koning te behartigen. Toch gelukte het hem niet, zijn afschuwelijk plan ten uitvoer te brengen.
5ὅσῳ γὰρ καὶ ἀσθενόψυχοι καὶ πολυγονώτεραι ὑπάρχουσιν αἱ μητέρες, τοσοῦτον μᾶλλόν εἰσι φιλοτεκνότεραι.
6In zijn trotse hoogmoed had Nikánor zich reeds voorgenomen, een openbaar gedenkteken op te richten van zijn overwinning op de troepen van Judas.
6πασῶν δὲ τῶν μητέρων ἐγένετο ἡ τῶν ἑπτὰ παίδων μήτηρ φιλοτεκνοτέρα, ἥτις ἑπτὰ κυοφορίαις τὴν πρὸς αὐτοὺς ἐπιφυτευομένη φιλοστοργίαν
7Maar de Makkabeër, die met het volste vertrouwen op de hulp des Heren bleef hopen,
7καὶ διὰ πολλὰς τὰς καθ' ἕκαστον αὐτῶν ὠδῖνας ἠναγκασμένη τὴν εἰς αὐτοὺς ἔχειν συμπάθειαν,
8spoorde de zijnen aan, niet bang te zijn voor de aanstormende heidenen, maar te bedenken, hoe zij reeds vroeger door de Hemel waren geholpen, en dus ook nu op de overwinning konden rekenen, die de Almachtige hun zeker zou schenken.
8διὰ τὸν πρὸς τὸν Θεὸν φόβον ὑπερεῖδε τὴν τῶν τέκνων πρόσκαιρον σωτηρίαν.
9En hij staalde hun moed door teksten uit de Wet en de Profeten, en wakkerde hun strijdlust aan, door de herinnering aan de gevechten van vroeger.
9οὐ μὴν δέ, ἀλλὰ καὶ διὰ τὴν καλοκἀγαθίαν τῶν υἱῶν καὶ τὴν πρὸς τὸν νόμον αὐτῶν εὐπείθειαν μείζω τὴν ἐν αὐτοῖς ἔσχε φιλοστοργίαν.
10En na ook hun gramschap te hebben wakker geschud, door hen op de trouweloosheid en de woordbreuk der heidenen te wijzen, gaf hij hun zijn bevelen.
10δίκαιοί τε γὰρ ἦσαν καὶ σώφρονες καὶ ἀνδρεῖοι καὶ μεγαλόψυχοι καὶ φιλάδελφοι καὶ φιλομήτορες οὕτως, ὥστε καὶ μέχρι θανάτου τὰ νόμιμα φυλάσσοντας πείθεσθαι αὐτῇ.
11Maar toen hij allen reeds had gewapend, niet met vertrouwen op schild en speer, maar met de troost van zijn treffende woorden, verhaalde hij hun bovendien een geloofwaardige droom, waarmee hij allen in geestdrift bracht.
11ἀλλ' ὅμως καίπερ τοσούτων ὄντων τῶν περὶ φιλοτεκνίαν εἰς συμπάθειαν ἑλκόντων τὴν μητέρα, ἐπ' οὐδενὸς αὐτῶν τὸν λογισμὸν αὐτῆς αἱ παμποίκιλοι βάσανοι ἴσχυσαν μεταστρέψαι,
12Dit was het droomgezicht, dat hij had: Hij zag Onias, den vroegeren hogepriester, die een goed en edel mens was geweest, bescheiden in de omgang, zacht van karakter, waardig in zijn spreken, en van zijn prilste jeugd af in iedere deugd onderricht. En terwijl deze met uitgestrekte handen bad voor het gehele joodse volk,
12ἀλλὰ καὶ καθ' ἕνα παῖδα καὶ ὁμοῦ πάντας ἡ μήτηρ ἐπὶ τὸν ὑπὲρ τῆς εὐσεβείας προετρέπετο θάνατον.
13verscheen er een andere man in dezelfde houding; hij had grijze haren en een eerbiedwaardige gestalte, en was omstraald van een wonderlijk heerlijke glans.
13ὦ φύσις ἱερὰ καὶ φίλτρα γονέων καὶ γένεσις φιλόστοργε καὶ τροφεῖα καὶ μητέρων ἀδάμαστα πάθη.
14En Onias sprak: Dit is de vriend van zijn broeders, die veel bidt voor het volk en voor de heilige stad as de profeet van God!
14καθ' ἕνα στρεβλούμενον καὶ φλεγόμενον ὁρῶσα μήτηρ, οὐ μετεβάλλετο διὰ τὴν εὐσέβειαν.
15Daarop stak Jeremias de hand uit, gaf Judas een gouden zwaard, en sprak, terwijl hij het overreikte:
15τὰς σάρκας τῶν τέκνων ἑώρα περὶ τὸ πῦρ τηκομένας καὶ τοὺς τῶν ποδῶν καὶ χειρῶν δακτύλους ἐπὶ γῆς σπαίροντας καὶ τὰς τῶν κεφαλῶν μέχρι τῶν περὶ τὰ γένεια σάρκας ὥσπερ προσωπεῖα προκειμένας.
16Ontvang dit heilige zwaard als een geschenk van God. Hiermee zult ge uw vijand verslaan!
16ὦ πικροτέρων μὲν νῦν μήτηρ πόνων πειρασθεῖσα ἤπερ τῶν ἐπ' αὐτοῖς ὠδίνων.
17Zo werden ze gesterkt door Judas' heerlijke woorden, die uiterst geschikt waren, om de moed van jonge mannen aan te wakkeren en hun harten te stalen. Zij besloten dan ook, geen legerplaats meer op te slaan, maar terstond een moedige aanval te wagen en met inspanning van alle krachten een beslissende slag te leveren, omdat de stad, de godsdienst en de tempel in gevaar verkeerden.
17ὦ μόνη γύναι τὴν εὐσέβειαν ὁλόκληρον ἀποκυήσασα.
18Ja, zij waren minder bezorgd voor hun vrouwen en kinderen, broers en verwanten; hun eerste en grootste zorg gold de heilige tempel!
18οὐ μετέτρεψέ σε πρωτότοκος ἀποπνέων, οὐδὲ δεύτερος εἰς σὲ οἰκτρὸν βλέπων ἐν βασάνοις, οὐδὲ τρίτος ἀποψύχων,
19Maar die in de stad waren achtergebleven, maakten zich dodelijk bezorgd en ongerust over de aanval in het open veld,
19οὐδὲ τοὺς ὀφθαλμοὺς ἑνὸς ἑκάστου θεωροῦσα ταυρηδὸν ἐπὶ τῶν βασάνων ὁρῶντας τὸν ἑαυτῶν αἰκισμὸν καὶ τοὺς μυκτῆρας προσημειουμένους αὐτῶν τὸν θάνατον, οὐκ ἔκλαυσας.
20en wachtten allen met spanning op de beslissende slag, die ging komen. Reeds had de vijand zich samengetrokken, het leger in slagorde opgesteld, de olifanten op hun vaste plaatsen gebracht, en de ruiterij over de beide vleugels verdeeld.
20ἐπὶ σαρξὶ τέκνων ὁρῶσα σάρκας τέκνων ἀποκαιομένας καὶ ἐπὶ χερσὶ χεῖρας ἀποτεμνομένας καὶ ἐπὶ κεφαλαῖς κεφαλὰς ἀποδειροτομουμένας καὶ ἐπὶ νεκροῖς νεκροὺς πίπτοντας καὶ πολυάνδριον ὁρῶσα τῶν τέκνων τὸ χορεῖον διὰ τῶν βασάνων, οὐκ ἐδάκρυσας.
21Toen de Makkabeër de troepenmassa vooruit zag rukken, voorzien van alle soort wapens en wilde beesten, strekte hij zijn handen naar de hemel uit, en richtte zich smekend tot den Heer, die wonderen kan doen. Want hij wist, dat de zege niet afhangt van wapens, maar dat God ze verleent aan hen, die Hij daarvoor waardig keurt.
21οὐχ οὕτως σειρήνειοι μελῳδίαι, οὐδὲ κύκνειοι πρὸς φιληκοΐαν φωναὶ τοὺς ἀκούοντας ἐφέλκονται, ὡς τέκνων φωναὶ μετὰ βασάνων μητέρα φωνούντων.
22En hij bad: Heer, Gij hebt onder Ezekias, den koning van Juda, uw engel gezonden, die ongeveer honderd vijf en tachtigduizend man van Sinacheribs leger verdelgde,
22πηλίκαις καὶ πόσαις τότε ἡ μήτηρ τῶν υἱῶν βασανιζομένων τροχοῖς τε καὶ καυτηρίοις ἐβασανίζετο βασάνοις;
23Heer des Hemels, zend ook thans ons een goeden engel vooruit, om angst en schrik te verspreiden.
23ἀλλὰ τὰ σπλάγχνα αὐτῆς ὁ εὐσεβὴς λογισμὸς ἐν αὐτοῖς τοῖς πάθεσιν ἀνδρειώσας ἐπέτεινε τὴν πρόσκαιρον φιλοτεκνίαν παριδεῖν.
24Laat hen, die onder godslasteringen oprukken tegen uw heilig volk, door de kracht van uw arm worden verpletterd! Toen trok hij op.
24καίπερ ἑπτὰ τέκνων ὁρῶσα ἀπώλειαν καὶ τὴν τῶν στρεβλῶν πολύπλοκον ποικιλίαν, ἁπάσας ἡ γενναία μήτηρ ἐξέλυσε διὰ τὴν πρὸς Θεὸν πίστιν.
25Nikánors troepen rukten vooruit onder trompetgeschal en krijgsgezang;
25καθάπερ γὰρ ἐν βουλετηρίῳ τῇ ἑαυτῆς ψυχῇ δεινοὺς ὁρῶσα συμβούλους, φύσιν καὶ γένεσιν καὶ φιλοτεκνίαν καὶ τέκνων στρέβλας,
26maar Judas' mannen stormden op den vijand in onder bidden en smeken.
26δύο ψήφους κρατοῦσα μήτηρ, θανατηφόρον τε καὶ σωτήριον, ὑπὲρ τέκνων
27Wél streden zij met hun handen, maar hun hart bad tot God! Zo doodden zij niet minder dan vijf en dertigduizend man, ten hoogste verheugd over Gods zichtbare hulp.
27οὐκ ἐπέγνω τὴν σῴζουσαν ἑπτὰ υἱοὺς πρὸς ὀλίγον χρόνον σωτηρίαν,
28Toen de slag was geëindigd en zij zich vol vreugde terugtrokken, zagen zij Nikánor in volle wapenrusting op de grond liggen.
28ἀλλὰ τῆς θεοσεβοῦς Ἁβραὰμ καρτερίας ἡ θυγάτηρ ἐμνήσθη.
29Nu barstte het schreeuwen en joelen los, en in hun moedertaal hieven zij een lofzang aan voor den Heer.
29ὦ μήτηρ ἔθνους, ἔκδικε τοῦ νόμου καὶ ὑπερασπίστρια τῆς εὐσεβείας καὶ τοῦ διὰ σπλάγχνων ἀγῶνος ἀθλοφόρε·
30En Judas, die onafgebroken met lichaam en ziel voor zijn medeburgers op de bres had gestaan, en van zijn prilste jeugd af de liefde voor zijn volksgenoten trouw had bewaard, gaf bevel, het hoofd, de hand en de arm van Nikánor af te hakken en naar Jerusalem te brengen.
30ὦ ἀρρένων πρὸς καρτερίαν γενναιοτέρα καὶ ἀνδρῶν πρὸς ὑπομονὴν ἀνδρειοτέρα.
31Daar aangekomen, riep hij zijn volksgenoten bijeen, liet de priesters voor het offeraltaar treden, en nodigde er ook de burchtbezetting bij uit.
31καθάπερ γὰρ ἡ Νῶε κιβωτὸς ἐν τῷ κοσμοπληθεῖ κατακλυσμῷ κοσμοφοροῦσα καρτερῶς ὑπήνεγκε τοὺς κλύδωνας,
32Nu toonde hij hun het hoofd van den vervloekten Nikánor en de hand van den godslasteraar, die hij brutaal tegen het heiligdom van den almachtigen God had uitgestoken.
32οὕτως σύ, ἡ νομοφύλαξ, πανταχόθεν ἐν τῷ τῶν παθῶν περιαντλουμένη κατακλυσμῷ καὶ καρτεροῖς ἀνέμοις, ταῖς τῶν υἱῶν βασάνοις συνεχομένη γενναίως ὑπέμεινας τοὺς ὑπὲρ τῆς εὐσεβείας χειμῶνας.
33Hij beval, de tong van den goddelozen Nikánor uit te snijden en in stukken aan de vogels te geven, maar de hand van den schurk hing hij aan de tempel op.
no verse 33 in this text
34Toen loofden zij allen, met de blikken ten hemel, den Heer, die Zich zo duidelijk had geopenbaard, en ze riepen: Geprezen is Hij, die zijn woonplaats ongerept heeft bewaard!
no verse 34 in this text
35Daarna liet hij het hoofd van Nikánor aan de burcht ophangen als een zichtbaar en duidelijk bewijs voor de hulp des Heren.
no verse 35 in this text
36Tenslotte namen zij allen eenstemmig het besluit, deze dag niet ongemerkt te laten voorbijgaan, maar hem plechtig te vieren, en wel daags voor het Mardokeusfeest, op de dertiende van de twaalfde maand, die in het syrisch Adar heet.
no verse 36 in this text
37Zo eindigde de geschiedenis van Nikánor. En daar de Hebreën sindsdien de stad in hun macht hielden, besluit ik hier mijn verhaal.
no verse 37 in this text
38Als deze samenvatting goed en raak is uitgevallen, dan is mijn eigen wens vervuld; maar is ze zwak en middelmatig, dan heb ik in ieder geval gedaan, wat ik kon.
no verse 38 in this text
39Want zoals het verkeerd is, uitsluitend wijn of uitsluitend water te drinken, terwijl wijn-met-water aangenaam is en de smaak volkomen bevredigt, zo is ook in een boek het samengaan van stof en stijl een genot voor hen die het lezen. En dit is het eind.
no verse 39 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.