2 Makkabeeen 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Niet lang daarna zond de koning een ouden man, uit Antiochië afkomstig, die de Joden er toe moest dwingen, de wetten hunner vaderen te verloochenen en niet meer volgens Gods geboden te leven.
1Τοῦτον τὸν τρόπον ἀντιρρητορεύσαντα ταῖς τοῦ τυράννου παρηγορίαις, παραστάντες οἱ δορυφόροι πικρῶς ἔσυραν ἐπὶ τὰ βασανιστήρια τὸν Ἐλεάζαρον.
2Bovendien moest hij de tempel van Jerusalem onteren en aan Zeus Olúmpius toewijden, terwijl de tempel op de Gerizzim om de gastvrijheid van de bewoners dier plaats aan Zeus Xénius moesten worden toegewijd.
2καὶ πρῶτον μὲν περιέδυσαν τὸν γηραιὸν ἐγκοσμούμενον τῇ περὶ τὴν εὐσέβειαν εὐσχημοσύνῃ·
3Zo bleef het kwaad voortwoekeren, totdat het zelfs voor de grote massa onverdragelijk en walgelijk werd.
3ἔπειτα περιαγκωνίσαντες ἑκατέρωθεν μάστιξι κατῃ£κιζον·
4Want de hele tempel werd door de heidenen in beslag genomen voor hun uitspattingen en drinkgelagen; zij verlustigden zich aan deernen, gaven zich in de heilige voorhoven met vrouwen af, en brachten allerlei andere onbehoorlijkheden naar binnen,
4πείσθητι ταῖς τοῦ βασιλέως ἐντολαῖς, ἑτέρωθεν κήρυκος ἐπιβοῶντος.
5zodat het brandofferaltaar vol kwam te liggen met ongerechtigheden, die door de wet waren verboden.
5ὁ δὲ μεγαλόφρων καὶ εὐγενὴς ὡς ἀληθῶς Ἐλεάζαρος, ὥσπερ ἐν ὀνείρῳ βασανιζόμενος κατ' οὐδένα τρόπον μετετρέπετο,
6Het was verboden, de sabbat of de voorvaderlijke feesten te vieren, en men mocht zich niet eens meer als Jood laten kennen.
6ἀλλὰ ὑψηλοὺς ἀνατείνας εἰς τὸν οὐρανὸν τοὺς ὀφθαλμοὺς ἀπεξαίνετο ταῖς μάστιξι τὰς σάρκας ὁ γέρων καὶ κατερρεῖτο τῷ αἵματι
7Integendeel: men werd met bruut geweld naar de offermaaltijd gesleurd, die elke maand op de geboortedag van den koning plaats had; en op het feest van Dionúsus werd men gedwongen met klimopkransen aan de Dionúsus-processie deel te nemen.
7καὶ τὰ πλευρὰ κατετιτρώσκετο, καὶ πίπτων εἰς τὸ ἔδαφος ἀπὸ τοῦ μηκέτι φέρειν τὸ σῶμα τὰς ἀλγηδόνας, ὀρθὸν εἶχε καὶ ἀκλινῆ τὸν λογισμόν.
8Ook voor de naburige griekse steden werd op aanstoken van Ptoleméus het bevel uitgevaardigd, om op dezelfde wijze tegen de Joden op te treden en hen offermaaltijden te laten houden.
8Λὰξ γέ τοι τῶν πικρῶν τις δορυφόρων εἰς τοὺς κενεῶνας ἐναλλόμενος ἔτυπτεν, ὅπως ἐξανίσταιτο πίπτων.
9Wie weigeren zou, de griekse gewoonten over te nemen, moest worden gedood. Toen kon men het begin van de ellende aanschouwen!
9ὁ δὲ ὑπέμεινε τοὺς πόνους καὶ περιεφρόνει τῆς ἀνάγκης
10Zo werden er twee vrouwen opgebracht, die haar kinderen hadden besneden. Men hing haar de kinderen aan de hals, voerde ze openlijk door de stad, en slingerde ze toen van de muur.
10καὶ διεκαρτέρει τοὺς αἰκισμούς, καὶ καθάπερ γενναῖος ἀθλητὴς τυπτόμενος ἐνίκα τοὺς βασανίζοντας ὁ γέρων·
11Anderen, die ijlings in de nabijgelegen spelonken waren samengekomen, om in het geheim de sabbat te vieren, werden aan Filippus verraden, en stierven tezamen de vuurdood, daar zij uit eerbied voor de hoogheilige dag zich niet durfden verdedigen.
11ἱδρῶν γέ τοι τὸ πρόσωπον καὶ ἐπασθμαίνων σφοδρῶς καὶ ὑπ' αὐτῶν τῶν βασανιζόντων ἐθαυμάζετο ἐπὶ τῇ εὐψυχίᾳ.
12Nu verzoek ik allen, die dit boek in handen krijgen, zich niet te ergeren aan deze rampen, maar te bedenken, dat zulke straffen niet de ondergang, maar de verbetering van ons volk ten doel hebben gehad.
12¨Οθεν τὰ μὲν ἐλεοῦντες τὰ τοῦ γήρως αὐτοῦ,
13Want als de zondaars slechts korte tijd met rust worden gelaten, en dadelijk hun straf krijgen, dan is dat een bewijs van grote genade.
13τὰ δὲ ἐν συμπαθείᾳ τῆς συνηθείας ὄντες, τὰ δὲ ἐν θαυμασμῷ τῆς καρτερίας προσιόντες αὐτῷ τινὲς τῶν τοῦ βασιλέως ἔλεγον·
14Bij andere volken toch wacht de Heer geduldig en Hij straft hen eerst dan, wanneer zij de volle maat van hun zonden hebben bereikt. Maar met ons besloot Hij, anders te handelen,
14τί τοῖς κακοῖς τούτοις σεαυτὸν ἀλογίστως ἀπόλεις, Ἐλεάζαρε;
15daar Hij ons niet op het laatste ogenblik met zijn wraak wilde treffen, als onze zonden haar hoogtepunt zouden hebben bereikt.
15ἡμεῖς μέν τοι τῶν ὑψημένων σοι βρωμάτων παραθήσομεν, σὺ δὲ ὑποκρινόμενος τῶν ὑείων ἀπογεύεσθαι, σώθητι.
16Want ons onttrekt Hij zijn barmhartigheid niet; wel kastijdt Hij zijn volk met rampen, maar verlaten doet Hij het nooit!
16Καὶ ὁ Ἐλεάζαρος, ὥσπερ πικρότερον διὰ τῆς συμβουλίας αἰκισθείς, ἀνεβόησε·
17Dit zij ons ter overweging gezegd. Na deze korte onderbreking gaan we verder met ons verhaal.
17μὴ οὕτως κακῶς φρονήσαιμεν οἱ Ἁβραὰμ παῖδες ὥστε μαλακοψυχήσαντας ἀπρεπὲς ἡμῖν δρᾶμα ὑποκρίνασθαι.
18Elazar, een der meest vooraanstaande schriftgeleerden, tevens een hoogbejaarde, indrukwekkende verschijning, werd gedwongen, varkensvlees te eten, nadat men hem met geweld de mond had geopend.
18καὶ γὰρ ἀλόγιστον, εἰ πρὸς ἀλήθειαν ζήσαντες τὸν μέχρι γήρως βίον καὶ τὴν ἐπ' αὐτῷ δόξαν νομίμως φυλάξαντες,
19Daar hij liever eervol wilde sterven, dan in verachting leven, spuwde hij het uit, en ging vrijwillig naar de pijnbank.
19νῦν μεταβαλοίμεθα καὶ αὐτοὶ μὲν ἡμεῖς γενοίμεθα τοῖς νέοις ἀσεβείας τύπος, ἵνα παράδειγμα γενώμεθα τῆς μιαροφαγίας.
20Want zo wilde hij het voorbeeld geven aan allen, om standvastig de spijzen te weigeren, die verboden waren, ten koste zelfs van het leven, dat zij liefhadden.
20αἰσχρὸν δὲ εἰ ἐπιβιώσωμεν ὀλίγον χρόνον καὶ τοῦτον καταγελώμενοι πρὸς ἁπάντων ἐπὶ δειλίᾳ,
21Maar zij, die met het toezicht op de onwettige offermaaltijd waren belast, namen den man, dien zij van vroeger kenden, terzijde, en drongen er bij hem op aan, vlees te laten komen, dat hij eten mocht. Hij zou het zelf klaar kunnen maken, maar moest de schijn aannemen, alsof hij van het offervlees at, dat door den koning was voorgeschreven.
21καὶ ὑπὸ μὲν τοῦ τυράννου καταφρονηθῶμεν ὡς ἄνανδροι, τὸν δὲ θεῖον ἡμῶν νόμον μέχρι θανάτου μὴ προασπίσαιμεν.
22Deed hij dit, dan zou hij de dood ontlopen, en op grond van de oude vriendschap welwillend worden behandeld.
22πρός ταῦτα ὑμεῖς μέν, ᾦ Ἁβραὰμ παῖδες, εὐγενῶς ὑπὲρ τῆς εὐσεβείας τελευτᾶτε.
23Maar hij nam een heerlijk besluit, dat paste bij zijn leeftijd, bij het aanzien van zijn ouderdom, bij de adel van zijn grijze haren, die hij met ere droeg, en bij het voorbeeldig leven, dat hij van zijn jeugd af geleid had, maar dat vooral in overeenstemming was met de heilige en door God gegeven wetten. Hij verklaarde openlijk, dat men hem maar onverwijld ter dood moest brengen.
23οἱ δὲ τοῦ τυράννου δορυφόροι, τί μέλλετε;
24Want hij sprak: Op onze leeftijd past het niet, te huichelen. Want dan zouden veel jonge mannen gaan menen, dat de negentigjarige Elazar naar het heidendom is overgelopen,
24Πρὸς τὰς ἀνάγκας οὕτως μεγαλοφρονοῦντα αὐτὸν ἰδόντες καὶ μηδὲ πρὸς τὸν οἰκτριρμὸν αὐτῶν μεταβαλλόμενον ἐπὶ τὸ πῦρ αὐτὸν ἤγαγον.
25en door mijn huichelarij en door mijn gehechtheid aan dit klein stukje leven op een dwaalspoor worden gebracht, terwijl ik zelf in smaad en schande mijn oude dagen zou slijten.
25ἔνθα διὰ κακοτέχνων ὀργάνων καταφλέγοντες αὐτὸν ὑπέρριπτον καὶ δυσώδεις χυλοὺς εἰς τοὺς μυκτῆρας αὐτοῦ κατέχεον.
26En al zou ik voor dit ogenblik de kwellingen der mensen ontgaan, toch zou ik, levend of dood, niet kunnen ontkomen aan de handen van den almachtigen God.
26ὁ δὲ μέχρι τῶν ὀστέων ἤδη κατακεκαυμένος καὶ μέλλων λιποθυμεῖν ἀνέτεινε τά ὄμματα πρὸς τὸν Θεὸν καὶ εἶπεν·
27Daarom geef ik nu manmoedig mijn leven, en zal ik tonen, mijn hoge leeftijd waardig te zijn.
27σὺ οἶσθα, Θεέ, παρόν μοι σῴζεσθαι, βασάνοις καυστικαῖς ἀποθνήσκω διὰ τὸν νόμον.
28Zo laat ik ook aan de jongeren een edel voorbeeld achter, hoe men met moed en overtuiging een schone dood kan sterven voor de verheven en heilige wetten. Toen hij dit had gezegd, ging hij onmiddellijk naar de pijnbank.
28τοιγαροῦν ἵλεως γενοῦ τῷ ἔθνει σου ἀρκεσθεὶς τῇ ἡμετέρᾳ ὑπὲρ αὐτῶν δίκῃ.
29Maar bij deze woorden sloeg de mildheid, die men hem nog kort te voren betoond had, in woede om. Men sleepte hem voort en geselde hem, daar men meende, dat hij dol was geworden.
29καθάρσιον αὐτῶν ποίησον τὸ ἐμὸν αἷμα καὶ ἀντίψυχον αὐτῶν λαβὲ τὴν ἐμὴν ψυχήν.
30Toen hij op het punt stond onder de geselslagen te bezwijken, sprak hij kreunend: De Heer weet in zijn heilige wijsheid, dat ik, die de dood kon ontlopen, de gruwelijkste geselpijnen in mijn lichaam verduur, maar dat ik ze uit ontzag voor God met graagte lijd in mijn ziel.
30καὶ ταῦτα εἰπὼν ὁ ἱερὸς ἀνὴρ εὐγενῶς ταῖς βασάνοις ἐναπέθανε
31Zo stierf hij, en liet door zijn dood niet alleen aan de jongeren, maar ook aan het grootste deel van het volk een voorbeeld na van edele gezindheid en een herinnering aan waarachtige moed!
31καὶ μέχρι τῶν τοῦ θανάτου βασάνων ἀντέστη τῷ λογισμῷ διὰ τὸν νόμον. Ὁμολογουμένως οὖν δεσπότης ἐστὶ τῶν παθῶν ὁ εὐσεβὴς λογισμός.
no verse 32 in this text
32εἰ γὰρ τὰ πάθη τοῦ λογισμοῦ κεκρατήκει, τούτοις ἂν ἀπέδομεν τὴν τῆς ἐπικρατείας μαρτυρίαν·
no verse 33 in this text
33νυνὶ δὲ τοῦ λογισμοῦ τὰ πάθη νικήσαντος, αὐτῷ προσηκόντως τὴν τῆς ἡγεμονίας προσνέμομεν ἐξουσίαν.
no verse 34 in this text
34καὶ δίκαιόν ἐστιν ὁμολογεῖν ἡμᾶς τὸ κράτος εἶναι τοῦ λογισμοῦ. ὅπου γε καὶ τῶν ἔξωθεν ἀλγηδόνων ἐπικρατεῖ,
no verse 35 in this text
35ἐπεὶ καὶ γελοῖον· καὶ οὐ μόνον τῶν ἀλγηδόνων ἐπιδείκνυμι κεκρατηκέναι τὸν λογισμόν, ἀλλὰ καὶ τῶν ἡδονῶν κρατεῖν, καὶ μηδὲν αὐταῖς ὑπείκειν.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.