Esdræ
Chapter 2
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Esdræ 2

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Hi sunt autem provinciæ filii, qui ascenderunt de captivitate, quam transtulerat Nabuchodonosor rex Babylonis in Babylonem, et reversi sunt in Jerusalem et Judam, unusquisque in civitatem suam.
1Dit zijn de bewoners der provincie, die weggetrokken zijn uit de ballingschap in Babel, waarheen Nabukodonosor, de koning van Babel, hen had weggevoerd, en die zijn teruggekeerd naar Jerusalem in Juda, iedereen naar zijn eigen stad.
2Qui venerunt cum Zorobabel, Josue, Nehemia, Saraia, Rahelaia, Mardochai, Belsan, Mesphar, Beguai, Rehum, Baana. Numerus virorum populi Israël:
2Het zijn degenen, die teruggekomen zijn met Zorobabel, Jesjóea, Nehemias, Seraja, Reëlaja, Mordekai, Bilsjan, Mispar, Bigwai, Rechoem en Baäna. Het aantal mannen uit het volk van Israël was als volgt:
3filii Pharos duo millia centum septuaginta duo.
3de zonen van Parosj telden een en twintighonderd twee en zeventig man;
4Filii Sephatia, trecenti septuaginta duo.
4de zonen van Sjefatja, driehonderd twee en zeventig;
5Filii Area, septingenti septuaginta quinque.
5de zonen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig;
6Filii Phahath Moab, filiorum Josue: Joab, duo millia octingenti duodecim.
6de zonen van Páchat-Moab, de zonen namelijk van Jesjóea en Joab, acht en twintighonderd en twaalf;
7Filii Ælam, mille ducenti quinquaginta quatuor.
7de zonen van Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
8Filii Zethua, nongenti quadraginta quinque.
8de zonen van Zattoe, negenhonderd vijf en veertig;
9Filii Zachai, septingenti sexaginta.
9de zonen van Zakkai, zevenhonderd zestig;
10Filii Bani, sexcenti quadraginta duo.
10de zonen van Bani, zeshonderd twee en veertig;
11Filii Bebai, sexcenti viginti tres.
11de zonen van Bebai, zeshonderd drie en twintig;
12Filii Azgad, mille ducenti viginti duo.
12de zonen van Azgad, twaalfhonderd twee en twintig;
13Filii Adonicam, sexcenti sexaginta sex.
13de zonen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig;
14Filii Beguai, duo millia quinquaginta sex.
14de zonen van Bigwai, tweeduizend zes en vijftig;
15Filii Adin, quadringenti quinquaginta quatuor.
15de zonen van Adin, vierhonderd vier en vijftig;
16Filii Ather, qui erant ex Ezechia, nonaginta octo.
16de zonen van Ater, uit de familie van Chizki-ja, acht en negentig;
17Filii Besai, trecenti viginti tres.
17de zonen van Besai, driehonderd drie en twintig;
18Filii Jora, centum duodecim.
18de zonen van Jora, honderd en twaalf;
19Filii Hasum, ducenti viginti tres.
19de zonen van Chasjoem, tweehonderd drie en twintig;
20Filii Gebbar, nonaginta quinque.
20de zonen van Gibbar, vijf en negentig;
21Filii Bethlehem, centum viginti tres.
21de burgers van Betlehem, honderd drie en twintig;
22Viri Netupha, quinquaginta sex.
22de burgers van Netofa, zes en vijftig;
23Viri Anathoth, centum viginti octo.
23de burgers van Anatot, honderd acht en twintig;
24Filii Azmaveth, quadraginta duo.
24de burgers van Azmáwet, twee en veertig;
25Filii Cariathiarim, Cephira et Beroth, septingenti quadraginta tres.
25de burgers van Kirjat-Jearim, Kefira en Beërot, zevenhonderd drie en veertig;
26Filii Rama et Gabaa, sexcenti viginti unus.
26de burgers van Rama en Géba, zeshonderd een en twintig;
27Viri Machmas, centum viginti duo.
27de burgers van Mikmas, honderd twee en twintig;
28Viri Bethel et Hai, ducenti viginti tres.
28de burgers van Betel en Ai, tweehonderd drie en twintig;
29Filii Nebo, quinquaginta duo.
29de burgers van Nebo, twee en vijftig;
30Filii Megbis, centum quinquaginta sex.
30de zonen van Magbisj, honderd zes en vijftig;
31Filii Ælam alterius, mille ducenti quinquaginta quatuor.
31de zonen van den anderen Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
32Filii Harim, trecenti viginti.
32de zonen van Charim, driehonderd en twintig;
33Filii Lod Hadid, et Ono, septingenti viginti quinque.
33de burgers van Lod, Chadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig;
34Filii Jericho, trecenti quadraginta quinque.
34de burgers van Jericho, driehonderd vijf en veertig;
35Filii Senaa, tria millia sexcenti triginta.
35de zonen van Senaä, zes en dertighonderd dertig.
36Sacerdotes: filii Jadaia in domo Josue, nongenti septuaginta tres.
36De priesters: de zonen van Jedaja, uit het geslacht van Jesjóea telden negenhonderd drie en zeventig man;
37Filii Emmer, mille quinquaginta duo.
37de zonen van Immer, duizend twee en vijftig;
38Filii Pheshur, mille ducenti quadraginta septem.
38de zonen van Pasjchoer, twaalfhonderd zeven en veertig;
39Filii Harim, mille decem et septem.
39de zonen van Charim, duizend zeventien.
40Levitæ: filii Josue et Cedmihel filiorum Odoviæ, septuaginta quatuor.
40De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodawja telden vier en zeventig man.
41Cantores: filii Asaph, centum viginti octo.
41De zangers: de zonen van Asaf telden honderd acht en twintig man.
42Filii janitorum: filii Sellum, filii Ater, filii Telmon, filii Accub, filii Hatitha, filii Sobai: universi centum triginta novem.
42De poortwachters: de zonen van Sjalloem, de zonen van Ater, de zonen van Talmon, de zonen van Akkoeb, de zonen van Chatita en de zonen van Sjobai telden tezamen honderd negen en dertig man.
43Nathinæi: filii Siha, filii Hasupha, filii Tabbaoth,
43De tempelknechten waren: de zonen van Sicha; de zonen van Chasoefa; de zonen van Tabbaot;
44filii Ceros, filii Siaa, filii Phadon,
44de zonen van Keros; de zonen van Siaha; de zonen van Padon;
45filii Lebana, filii Hagaba, filii Accub,
45de zonen van Lebana; de zonen van Chagaba; de zonen van Akkoeb;
46filii Hagab, filii Semlai, filii Hanan,
46de zonen van Chagab; de zonen van Sjamlai; de zonen van Chanan;
47filii Gaddel, filii Gaher, filii Raaia,
47de zonen van Giddel; de zonen van Gáchar; de zonen van Reaja;
48filii Rasin, filii Necoda, filii Gazam,
48de zonen van Resin; de zonen van Nekoda; de zonen van Gazzan;
49filii Aza, filii Phasea, filii Besee,
49de zonen van Oezza; de zonen van Paséach; de zonen van Besai;
50filii Asena, filii Munim, filii Nephusim,
50de zonen van Asna; de zonen van Meoenim; de zonen van Nefoesim;
51filii Bacbuc, filii Hacupha, filii Harhur,
51de zonen van Bakboek; de zonen van Chakoefa; de zonen van Charchoer;
52filii Besluth, filii Mahida, filii Harsa,
52de zonen van Basloet; de zonen van Mechida; de zonen van Charsja;
53filii Bercos, filii Sisara, filii Thema,
53de zonen van Barkos; de zonen van Sisera; de zonen van Témach;
54filii Nasia, filii Hatipha,
54de zonen van Nesiach; de zonen van Chatifa.
55filii servorum Salomonis, filii Sotai, filii Sophereth, filii Pharuda,
55De zonen van Salomons slaven waren: de zonen van Sotai; de zonen van Soféret; de zonen van Perida;
56filii Jala, filii Dercon, filii Geddel,
56de zonen van Jaäla; de zonen van Darkon; de zonen van Giddel;
57filii Saphatia, filii Hatil, filii Phochereth, qui erant de Asebaim, filii Ami:
57de zonen van Sjefatja; de zonen van Chattil; de zonen van Pokéret-Hassebajim; de zonen van Ami.
58omnes Nathinæi, et filii servorum Salomonis, trecenti nonaginta duo.
58De tempelknechten telden met de zonen van Salomons slaven tezamen driehonderd twee en negentig man.
59Et hi qui ascenderunt de Thelmala, Thelharsa, Cherub, et Adon, et Emer: et non potuerunt indicare domum patrum suorum et semen suum, utrum ex Israël essent.
59De volgende zijn wel mee opgetrokken uit Tel-Mélach, Tel-Charsja, Keroeb, Addon en Immer, maar ze konden hun familie- en stamboom niet overleggen als bewijs, dat zij tot Israël behoorden. Het waren:
60Filii Dalaia, filii Tobia, filii Necoda, sexcenti quinquaginta duo.
60de zonen van Delaja; de zonen van Tobi-ja; de zonen van Nekoda: zeshonderd twee en vijftig man.
61Et de filiis sacerdotum: filii Hobia, filii Accos, filii Berzellai, qui accepit de filiabus Berzellai Galaaditis, uxorem, et vocatus est nomine eorum:
61Uit de priesterzonen: de zonen van Chabaja; de zonen van Hakkos; de zonen van Barzillai, die getrouwd was met een der dochters van Barzillai uit Gilad, en naar hem werd genoemd.
62hi quæsierunt scripturam genealogiæ suæ, et non invenerunt, et ejecti sunt de sacerdotio.
62Daar zij, hoe ze ook zochten, hun geslachtsregister niet konden vinden, werden zij van de priesterlijke bediening uitgesloten,
63Et dixit Athersatha eis ut non comederent de Sancto sanctorum, donec surgeret sacerdos doctus atque perfectus.
63en verbood hun de landvoogd, van de heilige spijzen te eten, totdat er een priester met de Oerim en Toemmim zou optreden.
64Omnis multitudo quasi unus, quadraginta duo millia trecenti sexaginta:
64De hele gemeente bestond uit twee enveertigduizend driehonderd zestig personen.
65exceptis servis eorum, et ancillis, qui erant septem millia trecenti triginta septem: et in ipsis cantores atque cantatrices ducenti.
65Hierbij kwamen nog zevenduizend driehonderd zeven en dertig slaven en slavinnen, en tweehonderd zangers en zangeressen.
66Equi eorum septingenti triginta sex, muli eorum, ducenti quadraginta quinque,
66Men bezat zevenhonderd zes en dertig paarden, tweehonderd vijf en veertig muilezels,
67cameli eorum, quadringenti triginta quinque, asini eorum, sex millia septingenti viginti.
67vierhonderd vijf en dertig kamelen en zesduizend zevenhonderd twintig ezels.
68Et de principibus patrum, cum ingrederentur templum Domini, quod est in Jerusalem, sponte obtulerunt in domum Dei ad exstruendam eam in loco suo.
68Toen men bij de tempel van Jahweh te Jerusalem was aangekomen, brachten sommige familiehoofden vrijwillige schenkingen voor de tempel van God, om hem op zijn plaats te doen herrijzen.
69Secundum vires suas dederunt impensas operis, auri solidos sexaginta millia et mille, argenti mnas quinque millia, et vestes sacerdotales centum.
69Ook droeg men naar vermogen bij aan het fonds, dat voor de eredienst was bestemd: voor een en zestigduizend drachmen7 aan goud, voor vijfduizend mina aan zilver, en honderd priestergewaden.
70Habitaverunt ergo sacerdotes, et Levitæ, et de populo, et cantores, et janitores, et Nathinæi, in urbibus suis, universusque Israël in civitatibus suis.
70Daarna gingen de priesters, de levieten met een deel van het volk, de zangers, de poortwachters en de tempelknechten zich te Jerusalem vestigen, en de rest van Israël in hun steden.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.