歴代誌上
Chapter 17
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ダビデが自分の家に住むようになったとき、ダビデは預言者ナタンに言った。「見よ、私は香柏造りの家に住んでいるが、主の契約の箱は天幕の下にある。」
1Zodra David zijn paleis had betrokken, sprak hij tot Natan, den profeet: Zie eens; zelf woon ik in een paleis, en de verbondsark van Jahweh staat onder tentdoek!
2ナタンはダビデに言った。「心にあることをすべて行いなさい。神があなたとともにおられるからだ。」
2Natan zeide tot David: Breng alles ten uitvoer, wat gij van plan zijt; want God is met u.
3その同じ夜、神の言葉がナタンに臨んだ。
3Maar in dezelfde nacht werd het woord van God tot Natan gericht:
4「行って、私のしもべダビデに言いなさい。『主はこう言われる。あなたが私の住むための家を建ててはならない。
4Ga aan mijn dienaar David zeggen: Zo spreekt Jahweh! Gij zult Mij geen huis bouwen, waarin Ik kan wonen!
5私はイスラエルを導き上った日から今日に至るまで、家に住んだことはなく、天幕から天幕へ、また一つの幕屋から別の幕屋へと移り歩いてきたからである。
5Ik heb toch nimmer in een huis gewoond van de dag af, dat Ik Israël uit Egypte voerde, tot de dag van heden, maar Ik ben rondgetrokken in een tent en tabernakel.
6私が全イスラエルとともに歩んだどの場所で、私の民を牧するよう命じたイスラエルの裁き人のだれかに、「なぜ私のために香柏の家を建てなかったのか」と一言でも言ったことがあるだろうか。』
6En heb Ik ooit, zolang Ik met alle Israëlieten rondtrok, tot een van de rechters, die Ik tot leiders aanstelde van Israël, mijn volk, gezegd: Waarom bouwt ge Mij geen huis van cederhout?
7だから今、私のしもべダビデにこう言いなさい。『万軍の主はこう言われる。「私はあなたを羊の囲いから、羊の後についていたところから取り、私の民イスラエルの君とした。
7Daarom moet ge mijn dienaar David zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen! Ik heb u uit de weide gehaald, achter de schapen vandaan, en u gemaakt tot leider van Israël, mijn volk;
8あなたがどこへ行くにも、私はあなたとともにおり、あなたの前からすべての敵を滅ぼした。私はあなたに、地にいる大いなる者たちの名のような名を与える。
8en Ik was met u op al uw tochten, en heb al uw vijanden voor u verdelgd. Welnu, Ik zal u een naam schenken, zo groot, als slechts de grootsten der aarde bezitten.
9私は私の民イスラエルのために一つの場所を定め、彼らを植え付ける。彼らは自分たちの場所に住み、もはや動かされることはない。また、初めのころのように、悪を行う者たちが彼らを荒らすことはない。
9Ik zal een plek vaststellen voor Israël, mijn volk, waar het wortel kan schieten en waar het kan wonen, zonder ooit meer te worden opgeschrikt of door booswichten te worden verdrukt, zoals in vroegere tijden,
10それは私が私の民イスラエルの上にさばきづかさを命じた日からのことである。私はあなたのすべての敵を従わせる。さらに、主があなたのために家を建てるということを、私はあなたに告げる。
10en sinds de dag, dat Ik rechters heb aangesteld over Israël, mijn volk. Ik zal al uw vijanden aan u onderwerpen. Ook kondig Ik u aan, dat Jahweh u een huis zal bouwen.
11あなたの日が満ち、父祖たちのもとへ行くとき、私はあなたのあとに、あなたの子らのうちの一人であるあなたの子孫を起こし、彼の王国を堅く立てる。
11Wanneer uw dagen ten einde zijn, en gij bij uw vaderen te ruste zult gaan, dan zal Ik een van uw zonen tot uw nazaat verheffen, en zijn koningschap bestendig doen zijn.
12彼は私のために家を建て、私は彼の王座をとこしえまでも堅く立てる。
12Hij zal Mij een tempel bouwen, en Ik zal zijn troon voor altijd bestendigen.
13私は彼の父となり、彼は私の子となる。私があなたの前にいた者から慈しみを取り去ったように、私が彼から私の慈しみを取り去ることはない。
13Ik zal voor hem een vader zijn, en hij Mij een zoon. Nooit zal ik hem mijn gunst onthouden, zoals Ik dat gedaan heb met uw voorganger.
14私は私の家と私の王国において、彼をとこしえに据える。彼の王座はとこしえまでも堅く立てられる。」』」
14Voor eeuwig zal Ik hem aanstellen over mijn tempel en over mijn koninkrijk, en zijn troon zal vaststaan voor eeuwig!
15ナタンはこれらすべての言葉と、このすべての幻のとおりにダビデに語った。
15Toen Natan al deze woorden en openbaringen trouw aan David had overgebracht,
16そこでダビデ王は主の御前に進み出て座り、言った。「主なる神よ。私が何者であり、私の家が何であるからといって、あなたは私をここまで導いてくださったのですか。
16ging koning David heen, zette zich voor Jahweh neer en sprak: Wie ben ik, Jahweh, o God, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe hebt gebracht!
17神よ。これはあなたの御目には小さなことでした。それなのに、あなたはあなたのしもべの家について、はるか先のことまで語り、高い身分の者として私を顧みてくださいました。主なる神よ。
17Maar ook dit was nog te gering in uw ogen, o God. Ook voor de verre toekomst hebt Gij over het huis van uw dienaar gesproken, en mij, een mens, de toekomstige glorie doen zien, Jahweh, mijn God!
18あなたのしもべに与えられた誉れについて、ダビデはこれ以上あなたに何を言えましょうか。あなたはご自分のしもべをご存じだからです。
18Wat kan David dan nog meer tot U zeggen, tot U, die uw dienaar kent?
19主よ。あなたのしもべのために、また御心に従って、あなたはこれらすべての偉大なみわざを行い、これらすべての偉大なことを知らせてくださいました。
19Jahweh, terwille van uw dienaar, en naar de neiging uws harten hebt Gij gehandeld, en tevens uw dienaar al die grootheid geopenbaard.
20主よ。私たちが耳で聞いたすべてのことによれば、あなたのような方はほかになく、あなたのほかに神はいません。
20Daarom, Jahweh, er is niemand als Gij, en geen God buiten U, juist als onze oren het altijd hebben gehoord.
21地上のどの国民が、あなたの民イスラエルのようでしょうか。神はご自分のために一つの民を贖い出し、ご自分のために名を成すために、偉大で恐るべきみわざを行われました。あなたがエジプトから贖い出されたあなたの民の前から、国々を追い出されたのです。
21En wie kan vergeleken worden met Israël, uw volk? Het is het enige volk ter wereld, dat God kwam vrijkopen, om het tot zijn volk te verkiezen, om U een grote en ontzagwekkende naam te geven, door volken voor uw volk te verdrijven, dat Gij uit Egypte hebt vrijgekocht.
22あなたはご自分の民イスラエルを、とこしえにあなたの民とされました。主よ、あなたが彼らの神となられたのです。
22Voor eeuwig hebt Gij Israël, uw volk, tot uw volk gemaakt, en zijt Gij Jahweh, hun God.
23今、主よ。あなたがあなたのしもべと彼の家について語られた言葉が、とこしえに堅く立てられますように。あなたが語られたとおりに行ってください。
23Welnu dan Jahweh, laat voor eeuwig het woord in vervulling gaan, dat Gij over uw dienaar en over zijn huis hebt gesproken, en doe, zoals Gij beloofd hebt.
24御名がとこしえに堅く立てられ、あがめられますように。人々が『万軍の主はイスラエルの神、イスラエルにとっての神である。あなたのしもべダビデの家は御前に堅く立てられる』と言うようにしてください。
24Dan zal uw Naam vaststaan en groot zijn in eeuwigheid, en zal men zeggen: Jahweh der heirscharen, de God van Israël, is waarlijk Israëls God, en het huis van David, uw dienaar, is bestendig voor uw aanschijn.
25私の神よ。あなたはこのしもべのために家を建てると、私に啓示されました。それゆえ、あなたのしもべは御前で祈る勇気を得たのです。
25Mijn God, zelf hebt Gij het uw dienaar geopenbaard: Ik zal u een huis bouwen! Daarom heeft uw dienaar het aangedurfd, dit smeekgebed tot U te richten.
26今、主よ。あなたは神であり、この良いことをあなたのしもべに約束されました。
26Welnu dan Jahweh, Gij zijt God. Gij hebt deze weldaad aan uw dienaar beloofd.
27今、あなたはあなたのしもべの家を祝福し、それが御前にとこしえに続くことを良いとされました。主よ、あなたが祝福されたものは、とこしえに祝福されます。」
27Begin dan, van nu af, het huis van uw dienaar te zegenen, opdat het voor altijd bestendig zij voor uw aanschijn. Want wat Gij hebt gezegend, o Jahweh, is gezegend in eeuwigheid!.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.