ΨΑΛΜΟΙ
Chapter 90
Septuagint (Greek Old Te…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΨΑΛΜΟΙ 90

Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Αἶνος ᾠδῆς τῷ Δαυΐδ. Ο ΚΑΤΟΙΚΩΝ ἐν βοηθείᾳ τοῦ Ὑψίστου, ἐν σκέπῃ τοῦ Θεοῦ τοῦ οὐρανοῦ αὐλισθήσεται.
1Een gebed van Moses, den man Gods. Heer, Gij waart ons een schuts van geslacht tot geslacht,
2ἐρεῖ τῷ Κυρίῳ· ἀντιλήπτωρ μου εἶ καὶ καταφυγή μου, ὁ Θεός μου, καὶ ἐλπιῶ ἐπ᾿ αὐτόν,
2Voordat de bergen waren geboren; Eer aarde en wereld werden gebaard, Zijt Gij, o God, in de eeuwen der eeuwen!
3ὅτι αὐτὸς ρύσεταί σε ἐκ παγίδος θηρευτῶν καὶ ἀπὸ λόγου ταραχώδους.
3Maar de mensen laat Gij tot stof vergaan, En zegt: Keert er toe terug, gij kinderen der mensen!
4ἐν τοῖς μεταφρένοις αὐτοῦ ἐπισκιάσει σοι, καὶ ὑπὸ τὰς πτέρυγας αὐτοῦ ἐλπιεῖς· ὅπλῳ κυκλώσει σε ἡ ἀλήθεια αὐτοῦ.
4Ja, duizend jaren zijn als de dag van gisteren in uw oog, En als een nachtwaak, wanneer ze voorbij is.
5οὐ φοβηθήσῃ ἀπὸ φόβου νυκτερινοῦ, ἀπὸ βέλε ἡ ἀλήθμένου ἡμέρας,
5Gij laat ze verdwijnen als slaap in de morgen, En als het welig tierende gras,
6ἀπὸ πράγματος ἐν σκότει διαπορευομένου, ἀπὸ συμπτώματος καὶ δαιμονίου μεσημβρινοῦ.
6Dat ‘s morgens opgroeit en bloeit, Maar ‘s avonds verwelkt en verdort.
7πεσεῖται ἐκ τοῦ κλίτους σου χιλιὰς καὶ μυριὰς ἐκ δεξιῶν σου, πρὸς σὲ δὲ οὐκ ἐγγιεῖ·
7Want wij komen om door uw toorn, Verdwijnen plotseling door uw gramschap.
8πλὴν τοῖς ὀφθαλμοῖς σου κατανοήσεις καὶ ἀνταπόδοσιν ἁμαρτωλῶν ὄψει.
8Gij hebt U onze zonden voor ogen gesteld, Onze geheime fouten in het licht van uw aanschijn:
9ὅτι σύ, Κύριε, ἡ ἐλπίς μου· τὸν Ὓψιστον ἔθου καταφυγήν σου.
9Zo snellen door uw toorn onze dagen voorbij, En vliegen onze jaren heen als een zucht.
10οὐ προσελεύσεται πρὸς σὲ κακά, καὶ μάστιξ οὐκ ἐγγιεῖ ἐν τῷ σκηνώματί σου.
10Ons leven duurt maar zeventig jaren, Of zijn we krachtig, tachtig jaar. Het meeste daarvan is nog onheil en jammer, Want de verzwakking komt snel, en dan vlieden we heen.
11ὅτι τοῖς ἀγγέλοις αὐτοῦ ἐντελεῖται περὶ σοῦ τοῦ διαφυλάξαι σε ἐν πάσαις ταῖς ὁδοῖς σου·
11Ach, mochten we toch de kracht van uw gramschap beseffen, En uw toorn leren vrezen!
12ἐπὶ χειρῶν ἀροῦσί σε, μήποτε προσκόψῃς πρὸς λίθον τὸν πόδα σου·
12Leer ons dan zó onze dagen tellen, Dat we er verstandig van harte door worden.
13ἐπὶ ἀσπίδα καὶ βασιλίσκον ἐπιβήσῃ καὶ καταπατήσεις λέοντα καὶ δράκοντα.
13Ach Jahweh, wend U eindelijk toch eens tot ons, En ontferm U over uw dienaars;
14ὅτι ἐπ᾿ ἐμὲ ἤλπισε, καὶ ρύσομαι αὐτόν· σκεπάσω αὐτόν, ὅτι ἔγνω τὸ ὄνομά μου.
14Verzadig ons met uw genade, als we nog jong zijn, Opdat we heel ons leven mogen jubelen en juichen.
15κεκράξεται πρός με, καὶ ἐπακούσομαι αὐτοῦ, μετ᾿ αὐτοῦ εἰμι ἐν θλίψει· ἐξελοῦμαι αὐτόν, καὶ δοξάσω αὐτόν.
15Geef ons vreugde, even lang als Gij ons hebt gekastijd; Evenveel jaren als wij ellende doorstonden.
16μακρότητα ἡμερῶν ἐμπλήσω αὐτὸν καὶ δείξω αὐτῷ τὸ σωτήριόν μου.
16Laat uw dienaars uw machtige daden aanschouwen, En hun kinderen uw glorie!
no verse 17 in this text
17Moge de goedheid van Jahweh, onzen God, met ons blijven, En het werk onzer handen doen gedijen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.