ΨΑΛΜΟΙ 84
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Εἰς τὸ τέλος· τοῖς υἱοῖς Κορὲ ψαλμός.
1Voor muziekbegeleiding; op de gittiet. Een psalm van de zonen van Kore. Hoe lieflijk is uw woning, Jahweh der heirscharen!
2ΕΥΔΟΚΗΣΑΣ, Κύριε, τὴν γῆν σου, ἀπέστρεψας τὴν αἰχμαλωσίαν Ἰακώβ·
2Mijn ziel smacht van verlangen Naar de voorhoven van Jahweh; Mijn hart en mijn lichaam heffen een jubelzang aan Voor den levenden God!
3ἀφῆκας τὰς ἀνομίας τῷ λαῷ σου, ἐκάλυψας πάσας τὰς ἁμαρτίας αὐτῶν. (διάψαλμα).
3Ook de mus vindt een woning, De zwaluw een nest, waar ze haar jongen kan leggen: Bij uw altaren, Jahweh der heirscharen, Mijn Koning en God.
4κατέπαυσας πᾶσαν τὴν ὀργήν σου, ἀπέστρεψας ἀπὸ ὀργῆς θυμοῦ σου.
4Gelukkig, die in uw huis mogen wonen, En eeuwig U loven!
5ἐπίστρεψον ἡμᾶς, ὁ Θεὸς τῶν σωτηρίων ἡμῶν, καὶ ἀπόστρεψον τὸν θυμόν σου ἀφ᾿ ἡμῶν.
5Gelukkig de mensen, die hun kracht in U vinden, Als ze met blijdschap ter bedevaart gaan!
6μὴ εἰς τοὺς αἰῶνας ὀργισθῇς ἡμῖν; ἢ διατενεῖς τὴν ὀργήν σου ἀπὸ γενεᾶς εἰς γενεάν;
6Het dorre dal wordt hun een bron, En de lenteregen bedekt het met vijvers;
7ὁ Θεός, σὺ ἐπιστρέψας ζωώσεις ἡμᾶς, καὶ ὁ λαός σου εὐφρανθήσεται ἐπὶ σοί.
7Zo gaan ze steeds krachtiger voort, Totdat ze voor God op de Sion verschijnen.
8δεῖξον ἡμῖν, Κύριε, τὸ ἔλεός σου καὶ τὸ σωτήριόν σου δῴης ἡμῖν.
8Jahweh der heirscharen, hoor mijn gebed; Jakobs God, ach, luister toch!
9ἀκούσομαι τί λαλήσει ἐν ἐμοὶ Κύριος ὁ Θεός, ὅτι λαλήσει εἰρήνην ἐπὶ τὸν λαὸν αὐτοῦ καὶ ἐπὶ τοὺς ὁσίους αὐτοῦ καὶ ἐπὶ τοὺς ἐπιστρέφοντας καρδίαν ἐπ᾿ αὐτόν.
9Waarachtig, één dag in uw voorhoven Is beter dan duizend daarbuiten; Liever wil ik op de drempel van Gods huis blijven staan, Dan wonen in de tenten der bozen.
10πλὴν ἐγγὺς τῶν φοβουμένων αὐτὸν τὸ σωτήριον αὐτοῦ τοῦ κατασκηνῶσαι δόξαν ἐν τῇ γῇ ἡμῶν.
no verse 10 in this text
11ἔλεος καὶ ἀλήθεια συνήντησαν, δικαιοσύνη καὶ εἰρήνη κατεφίλησαν·
11Want Jahweh is een zon en een schild; God geeft genade en glorie. Nooit weigert Jahweh een weldaad aan hen, Die onberispelijk leven.
12ἀλήθεια ἐκ τῆς γῆς ἀνέτειλε, καὶ δικαιοσύνη ἐκ τοῦ οὐρανοῦ διέκυψε.
12Jahweh der heirscharen: Gelukkig de mens, die op U blijft vertrouwen!
13καὶ γὰρ ὁ Κύριος δώσει χρηστότητα, καὶ ἡ γῆ ἡμῶν δώσει τὸν καρπὸν αὐτῆς·
no verse 13 in this text
14δικαιοσύνη ἐναντίον αὐτοῦ προπορεύσεται καὶ θήσει εἰς ὁδὸν τὰ διαβήματα αὐτοῦ.
no verse 14 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.