Psalms 90
World English BibleTranslation
World English Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Lord, you have been our dwelling place for all generations.
1Een gebed van Moses, den man Gods. Heer, Gij waart ons een schuts van geslacht tot geslacht,
2Before the mountains were born, before you had formed the earth and the world, even from everlasting to everlasting, you are God.
2Voordat de bergen waren geboren; Eer aarde en wereld werden gebaard, Zijt Gij, o God, in de eeuwen der eeuwen!
3You turn man to destruction, saying, “Return, you children of men.”
3Maar de mensen laat Gij tot stof vergaan, En zegt: Keert er toe terug, gij kinderen der mensen!
4For a thousand years in your sight are just like yesterday when it is past, like a watch in the night.
4Ja, duizend jaren zijn als de dag van gisteren in uw oog, En als een nachtwaak, wanneer ze voorbij is.
5You sweep them away as they sleep. In the morning they sprout like new grass.
5Gij laat ze verdwijnen als slaap in de morgen, En als het welig tierende gras,
6In the morning it sprouts and springs up. By evening, it is withered and dry.
6Dat ‘s morgens opgroeit en bloeit, Maar ‘s avonds verwelkt en verdort.
7For we are consumed in your anger. We are troubled in your wrath.
7Want wij komen om door uw toorn, Verdwijnen plotseling door uw gramschap.
8You have set our iniquities before you, our secret sins in the light of your presence.
8Gij hebt U onze zonden voor ogen gesteld, Onze geheime fouten in het licht van uw aanschijn:
9For all our days have passed away in your wrath. We bring our years to an end as a sigh.
9Zo snellen door uw toorn onze dagen voorbij, En vliegen onze jaren heen als een zucht.
10The days of our years are seventy, or even by reason of strength eighty years; yet their pride is but labor and sorrow, for it passes quickly, and we fly away.
10Ons leven duurt maar zeventig jaren, Of zijn we krachtig, tachtig jaar. Het meeste daarvan is nog onheil en jammer, Want de verzwakking komt snel, en dan vlieden we heen.
11Who knows the power of your anger, your wrath according to the fear that is due to you?
11Ach, mochten we toch de kracht van uw gramschap beseffen, En uw toorn leren vrezen!
12So teach us to count our days, that we may gain a heart of wisdom.
12Leer ons dan zó onze dagen tellen, Dat we er verstandig van harte door worden.
13Relent, LORD! How long? Have compassion on your servants!
13Ach Jahweh, wend U eindelijk toch eens tot ons, En ontferm U over uw dienaars;
14Satisfy us in the morning with your loving kindness, that we may rejoice and be glad all our days.
14Verzadig ons met uw genade, als we nog jong zijn, Opdat we heel ons leven mogen jubelen en juichen.
15Make us glad for as many days as you have afflicted us, for as many years as we have seen evil.
15Geef ons vreugde, even lang als Gij ons hebt gekastijd; Evenveel jaren als wij ellende doorstonden.
16Let your work appear to your servants, your glory to their children.
16Laat uw dienaars uw machtige daden aanschouwen, En hun kinderen uw glorie!
17Let the favor of the Lord our God be on us. Establish the work of our hands for us. Yes, establish the work of our hands.
17Moge de goedheid van Jahweh, onzen God, met ons blijven, En het werk onzer handen doen gedijen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.