Psalms 49
World English BibleTranslation
World English Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Hear this, all you peoples. Listen, all you inhabitants of the world,
1Met sopraanstemmen; Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een psalm. Volkeren, hoort dit allen aan, Luistert allen, bewoners der aarde;
2both low and high, rich and poor together.
2Kinderen uit het volk en edelgeborenen, Rijken en armen, allen te zamen!
3My mouth will speak words of wisdom. My heart will utter understanding.
3Mijn mond gaat diepe wijsheid verkonden, Mijn hart verstandige dingen bepeinzen;
4I will incline my ear to a proverb. I will solve my riddle on the harp.
4Ik spits mijn oren voor een moeilijk probleem, En bij snarenspel los ik mijn raadsel op. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
5Why should I fear in the days of evil, when iniquity at my heels surrounds me?
5Waarom zou ik de dagen der bozen benijden, En de levenskracht van mijn belagers, die mij omringen;
6Those who trust in their wealth, and boast in the multitude of their riches—
6Van allen, die op hun schatten vertrouwen, En op hun grote rijkdommen pochen?
7none of them can by any means redeem his brother, nor give God a ransom for him.
7Ach, er is niemand, die zich vrij kan kopen, Of aan God zijn losgeld betalen:
8For the redemption of their life is costly, no payment is ever enough,
8Te hoog is de prijs van zijn leven, Ontoereikend voor eeuwig. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
9that he should live on forever, that he should not see corruption.
9Of zou hij eeuwig blijven leven, En zijn graf niet aanschouwen?
10For he sees that wise men die; likewise the fool and the senseless perish, and leave their wealth to others.
10Neen, men ziet de wijzen sterven, Den dwaas met den domoor vergaan;
11Their inward thought is that their houses will endure forever, and their dwelling places to all generations. They name their lands after themselves.
11Hun graf is voor altijd hun woning, Hun verblijf van geslacht tot geslacht; En al hebben ze hele landen hun eigen genoemd, Toch laten ze hun schatten voor anderen achter.
12But man, despite his riches, doesn’t endure. He is like the animals that perish.
12De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
13This is the destiny of those who are foolish, and of those who approve their sayings. Selah.
13Dit is het lot van wie daarop bouwen, Het einde van die daarover snoeven:
14They are appointed as a flock for Sheol. Death shall be their shepherd. The upright shall have dominion over them in the morning. Their beauty shall decay in Sheol, far from their mansion.
14Als schapen worden ze het graf ingejaagd, Het is de dood, die ze weidt; Regelrecht zinken ze neer in de kuil, En hun gestalte gaat over tot de ontbinding van de dood.
15But God will redeem my soul from the power of Sheol, for he will receive me. Selah.
15Neen, God alleen kan de prijs voor mijn leven betalen. Hij alleen mij uit de macht van het dodenrijk redden! De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
16Don’t be afraid when a man is made rich, when the glory of his house is increased;
16Dus wees niet afgunstig, als iemand rijkdommen krijgt, En de schat van zijn huis zich vermeerdert;
17for when he dies he will carry nothing away. His glory won’t descend after him.
17Want niets van dit alles neemt hij mee bij zijn dood, En de schat volgt hem niet in het graf.
18Though while he lived he blessed his soul— and men praise you when you do well for yourself—
18Al prijst hij zich bij zijn leven gelukkig, En roemt zich, omdat het hem goed gaat:
19he shall go to the generation of his fathers. They shall never see the light.
19Toch komt hij in het verblijf van zijn vaderen, En nooit meer aanschouwt hij het licht.
20A man who has riches without understanding, is like the animals that perish.
20De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.