Psalms 55
World English BibleTranslation
World English Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Listen to my prayer, God. Don’t hide yourself from my supplication.
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een leerdicht van David. Hoor toch, o God, naar mijn bidden, En wend U niet af van mijn smeken;
2Attend to me, and answer me. I am restless in my complaint, and moan
2Luister naar mij, en schenk mij verhoring: Van ellende loop ik radeloos rond.
3because of the voice of the enemy, because of the oppression of the wicked. For they bring suffering on me. In anger they hold a grudge against me.
3Ik sidder voor het geschreeuw van den vijand, En het gehuil van den boze; Want ze storten rampen over mij uit, En bestoken mij grimmig.
4My heart is severely pained within me. The terrors of death have fallen on me.
4Mijn hart krimpt in mijn boezem, En doodsangst bekruipt mij;
5Fearfulness and trembling have come on me. Horror has overwhelmed me.
5Vrees en ontzetting houden mij beklemd, En de schrik grijpt mij aan.
6I said, “Oh that I had wings like a dove! Then I would fly away, and be at rest.
6Ik dacht: Had ik maar vleugels als een duif, Dan vloog ik heen, om een wijkplaats te vinden;
7Behold, then I would wander far off. I would lodge in the wilderness.” Selah.
7Ver, ver weg zou ik vluchten, En een rustoord zoeken in de woestijn.
8“I would hurry to a shelter from the stormy wind and storm.”
8Ik zou mij haastig in veiligheid stellen Voor de razende storm,
9Confuse them, Lord, and confound their language, for I have seen violence and strife in the city.
9Voor de wervelstorm, Heer, En voor de stortvloed van hun tongen. Want ik zie geweld ontketend, En de strijd tegen de stad;
10Day and night they prowl around on its walls. Malice and abuse are also within her.
10Dag en nacht trekken ze om haar heen, Over haar wallen. Daarbinnen heerst onrecht en knevelarij,
11Destructive forces are within her. Threats and lies don’t depart from her streets.
11En de misdaad troont in haar midden; En van haar pleinen wijkt Geweld noch bedrog.
12For it was not an enemy who insulted me, then I could have endured it. Neither was it he who hated me who raised himself up against me, then I would have hidden myself from him.
12En was het een vijand, die mij beschimpte, Ik zou het verdragen; Of een van mijn haters, die mij hoonde, Ik zou mij verschuilen.
13But it was you, a man like me, my companion, and my familiar friend.
13Maar gij, een man van mijn stam, Mijn vriend en mijn makker,
14We took sweet fellowship together. We walked in God’s house with company.
14Met wien ik vertrouwelijk omging, Eendrachtig leefde in Gods huis!
15Let death come suddenly on them. Let them go down alive into Sheol. For wickedness is among them, in their dwelling.
15Moge de dood ze verrassen, Zodat ze levend in het dodenrijk dalen! Want boosheid heerst in hun woning, En slechtheid in hun gemoed.
16As for me, I will call on God. The LORD will save me.
16Maar ìk roep tot God, En Jahweh komt mij te hulp.
17Evening, morning, and at noon, I will cry out in distress. He will hear my voice.
17‘s Avonds, ‘s morgens en ‘s middags klaag ik en zucht ik, En Hij hoort naar mijn smeken.
18He has redeemed my soul in peace from the battle that was against me, although there are many who oppose me.
18Hij zal mij vrede schenken, mij van mijn belagers bevrijden, Al staan ze nog zo talrijk tegen mij op.
19God, who is enthroned forever, will hear and answer them. Selah. They never change and don’t fear God.
19God verhoort mij: Hij zal ze vernederen, Hij, die van eeuwigheid op zijn troon is gezeten. Want ze zijn onverbeterlijk, En vrezen God niet;
20He raises his hands against his friends. He has violated his covenant.
20Ze slaan de hand aan hun vrienden, En schenden hun trouw.
21His mouth was smooth as butter, but his heart was war. His words were softer than oil, yet they were drawn swords.
21Hun mond is gladder dan boter, Maar vijandig hun hart; Hun woorden zijn zachter dan olie, Maar steken als dolken.
22Cast your burden on the LORD and he will sustain you. He will never allow the righteous to be moved.
22Werp daarom uw kommer op Jahweh, Hij zal voor u zorgen; En nooit zal Hij dulden, Dat de rechtvaardige wankelt.
23But you, God, will bring them down into the pit of destruction. Bloodthirsty and deceitful men shall not live out half their days, but I will trust in you.
23Maar stort in het diepst van het graf, o mijn God, Die mannen van bloed en bedrog; Laat ze de helft van hun dagen niet zien, Doch laat mìj op U blijven hopen!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.