民數記 33
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1以色列 人按着軍隊,在 摩西 、 亞倫 的手下出 埃及 地所行的路程記在下面。
1Dit zijn de halten van de Israëlieten, nadat zij onder leiding van Moses en Aäron met hun legerscharen uit Egypte waren opgetrokken.
2摩西 遵着耶和華的吩咐記載他們所行的路程,其路程乃是這樣:
2Op bevel van Jahweh schreef Moses hun zwerftochten op volgens de halten, die zij hadden gemaakt. En dit waren hun verschillende halten, die zij op hun zwerftochten hadden gemaakt.
3正月十五日,就是逾越節的次日, 以色列 人從 蘭塞 起行,在一切 埃及 人眼前昂然無懼地出去。
3Op de vijftiende dag van de eerste maand, braken zij op van Raämses, daags na Pasen trokken de Israëlieten onder machtige schutse ten aanschouwen van heel Egypte weg,
4那時, 埃及 人正葬埋他們的長子,就是耶和華在他們中間所擊殺的;耶和華也敗壞他們的神。
4terwijl de Egyptenaren al de eerstgeborenen begroeven, die Jahweh onder hen had getroffen, en Jahweh aan hun goden de strafgerichten voltrok.
5以色列 人從 蘭塞 起行,安營在 疏割 。
5Nadat de Israëlieten van Raämses waren opgetrokken, legerden zij zich te Soekkot.
6從 疏割 起行,安營在曠野邊的 以倘 。
6Van Soekkot trokken zij verder en legerden zich te Etam, dat op de grens van de woestijn ligt.
7從 以倘 起行,轉到 比‧哈希錄 ,是在 巴力‧洗分 對面,就在 密奪 安營。
7Van Etam trokken zij verder, maar sloegen de richting in naar Pi-Hachirot, dat ten oosten van Báal-Sefon ligt, en legerden zich voor Migdol.
8從 比‧哈希錄 對面起行,經過海中到了 書珥 曠野,又在 伊坦 的曠野走了三天的路程,就安營在 瑪拉 。
8Van Pi-Hachirot trokken zij verder, gingen midden door de zee naar de woestijn, trokken drie dagreizen ver de woestijn Etam in, en legerden zich te Mara.
9從 瑪拉 起行,來到 以琳 ( 以琳 有十二股水泉,七十棵棕樹),就在那裏安營。
9Van Mara trokken zij verder, en kwamen te Elim; te Elim waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich daar.
10從 以琳 起行,安營在 紅海 邊。
10Van Elim trokken zij verder, en legerden zich aan de Rode Zee.
11從 紅海 邊起行,安營在 汛 的曠野。
11Van de Rode Zee trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn Sin.
12從 汛 的曠野起行,安營在 脫加 。
12Van de woestijn Sin trokken zij verder, en legerden zich te Dofka.
13從 脫加 起行,安營在 亞錄 。
13Van Dofka trokken zij verder, en legerden zich te Aloesj.
14從 亞錄 起行,安營在 利非訂 ;在那裏,百姓沒有水喝。
14Van Aloesj trokken zij verder, en legerden zich te Refidim; daar was geen water voor het volk, om te drinken.
15從 利非訂 起行,安營在 西奈 的曠野。
15Van Refidim trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn van de Sinaï.
16從 西奈 的曠野起行,安營在 基博羅‧哈他瓦 。
16Van de woestijn Sinaï trokken zij verder, en legerden zich te Kibrot-Hattaäwa.
17從 基博羅‧哈他瓦 起行,安營在 哈洗錄 。
17Van Kibrot-Hattaäwa trokken zij verder, en legerden zich te Chaserot.
18從 哈洗錄 起行,安營在 利提瑪 。
18Van Chaserot trokken zij verder, en legerden zich te Ritma.
19從 利提瑪 起行,安營在 臨門‧帕烈 。
19Van Ritma trokken zij verder, en legerden zich te Rimmon-Péres.
20從 臨門‧帕烈 起行,安營在 立拿 。
20Van Rimmon-Péres trokken zij verder, en legerden zich te Libna.
21從 立拿 起行,安營在 勒撒 。
21Van Libna trokken zij verder, en legerden zich te Rissa.
22從 勒撒 起行,安營在 基希拉他 。
22Van Rissa trokken zij verder, en legerden zich te Keheláta.
23從 基希拉他 起行,安營在 沙斐山 。
23Van Keheláta trokken zij verder, en legerden zich bij de berg Sjéfer.
24從 沙斐山 起行,安營在 哈拉大 。
24Van de berg Sjéfer trokken zij verder, en legerden zich te Charada.
25從 哈拉大 起行,安營在 瑪吉希錄 。
25Van Charada trokken zij verder, en legerden zich te Makhelot.
26從 瑪吉希錄 起行,安營在 他哈 。
26Van Makhelot trokken zij verder, en legerden zich te Táchat.
27從 他哈 起行,安營在 他拉 。
27Van Táchat trokken zij verder, en legerden zich te Térach.
28從 他拉 起行,安營在 密加 。
28Van Térach trokken zij verder, en legerden zich te Mitka.
29從 密加 起行,安營在 哈摩拿 。
29Van Mitka trokken zij verder, en legerden zich te Chasjmona.
30從 哈摩拿 起行,安營在 摩西錄 。
30Van Chasjmona trokken zij verder, en legerden zich te Moserot.
31從 摩西錄 起行,安營在 比尼‧亞干 。
31Van Moserot trokken zij verder, en legerden zich te Bene-Jaäkan.
32從 比尼‧亞干 起行,安營在 曷‧哈及甲 。
32Van Bene-Jaäkan trokken zij verder, en legerden zich te Chor-Haggidgad.
33從 曷‧哈及甲 起行,安營在 約巴他 。
33Van Chor-Haggidgad trokken zij verder, en legerden zich te Jotbáta.
34從 約巴他 起行,安營在 阿博拿 。
34Van Jotbáta trokken zij verder, en legerden zich te Abrona.
35從 阿博拿 起行,安營在 以旬‧迦別 。
35Van Abrona trokken zij verder, en legerden zich te Es-jon-Géber.
36從 以旬‧迦別 起行,安營在 尋 的曠野,就是 加低斯 。
36Van Es-jon-Géber trokken zij verder, en legerden zich in de woestijn Sin, dat is Kadesj.
37從 加低斯 起行,安營在 何珥山 , 以東 地的邊界。
37Van Kadesj trokken zij verder, en legerden zich bij de berg Hor aan de grens van het land Edom.
38以色列 人出了 埃及 地後四十年,五月初一日,祭司 亞倫 遵着耶和華的吩咐上 何珥山 ,就死在那裏。
38De priester Aäron besteeg op bevel van Jahweh de berg Hor, en stierf daar in het veertigste jaar na de uittocht van de Israëlieten uit Egypte, op de eerste van de vijfde maand.
39亞倫 死在 何珥山 的時候年一百二十三歲。
39Aäron was honderd drie en twintig jaar oud, toen hij op de berg Hor stierf.
40住在 迦南 南地的 迦南 人 亞拉得 王聽說 以色列 人來了。
40Daar de kanaänietische koning van Arad, die in de Négeb van het land Kanaän woonde, vernomen had, dat de Israëlieten in aantocht waren,
41以色列 人從 何珥山 起行,安營在 撒摩拿 。
41trokken zij van de berg Hor verder, en legerden zich te Salmona.
42從 撒摩拿 起行,安營在 普嫩 。
42Van Salmona trokken zij verder, en legerden zich te Poenon.
43從 普嫩 起行,安營在 阿伯 。
43Van Poenon trokken zij verder, en legerden zich te Obot.
44從 阿伯 起行,安營在 以耶‧亞巴琳 , 摩押 的邊界。
44Van Obot trokken zij verder, en legerden zich te Ijje-Haäbarim, in het gebied van Moab.
45從 以耶‧亞巴琳 起行,安營在 底本‧迦得 。
45Van Ijje-Haäbarim trokken zij verder, en legerden zich te Dibon-Gad.
46從 底本‧迦得 起行,安營在 亞門‧低比拉太音 。
46Van Dibon-Gad trokken zij verder, en legerden zich te Almon-Diblatáim.
47從 亞門‧低比拉太音 起行,安營在 尼波 對面的 亞巴琳山 裏。
47Van Almon-Diblatáim trokken zij verder, en legerden zich bij het gebergte Abarim tegenover Nebo.
48從 亞巴琳山 起行,安營在 摩押 平原- 約旦河 邊、 耶利哥 對面。
48Van het gebergte Abarim trokken zij verder, en legerden zich in de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho.
49他們在 摩押 平原沿 約旦河 邊安營,從 伯‧耶施末 直到 亞伯‧什亭 。
49Hun legerplaatsen bij de Jordaan strekten zich uit van Bet-Hajjesjimot af tot aan Abel-Hassjittim in de velden van Moab.
50耶和華在 摩押 平原- 約旦河 邊、 耶利哥 對面曉諭 摩西 說:
50In de velden van Moab aan de Jordaan bij Jericho sprak Jahweh tot Moses:
51「你吩咐 以色列 人說:你們過 約旦河 進 迦南 地的時候,
51Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer gij de Jordaan zijt overgetrokken naar het land Kanaän,
52就要從你們面前趕出那裏所有的居民,毀滅他們一切鏨成的 石 像和他們一切鑄成的偶像,又拆毀他們一切的邱壇。
52dan moet gij al de bewoners van het land verjagen, en al hun gehouwen beelden stukslaan, al hun gegoten beelden vernielen en al hun hoogten verwoesten.
53你們要奪那地,住在其中,因我把那地賜給你們為業。
53Dan zult gij het land in bezit nemen en er u vestigen; want aan u heb Ik het land in eigendom gegeven.
54你們要按家室拈鬮,承受那地;人多的,要把產業多分給他們;人少的,要把產業少分給他們。拈出何地給何人,就要歸何人。你們要按宗族的支派承受。
54Gij moet het land door loting onder uw geslachten verdelen; aan een talrijk geslacht moet gij een groot stuk geven, aan een minder talrijk een klein. Ge moet het dus onder de voorvaderlijke stammen zo verdelen, dat iedereen krijgt, wat hem door het lot wordt toegewezen.
55倘若你們不趕出那地的居民,所容留的居民就必作你們眼中的刺,肋下的荊棘,也必在你們所住的地上擾害你們。
55Maar wanneer gij de bewoners van het land niet verjaagt, dan zullen zij, die gij ervan overlaat, als doornen in uw ogen zijn en als prikkels in uw zijden; zij zullen u in uw eigen land verdrukken.
56而且我素常有意怎樣待他們,也必照樣待你們。」
56En zoals Ik besloten had, hen te behandelen, zo zal Ik het u doen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.