Titovi
Chapter 2

Titovi

Kralice Bible (1613)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Titovi 2

Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ty pak mluv, což sluší na zdravé učení.
1Maar gij moet verkondigen, wat in overeenstemming is met de gezonde leer.
2Starci ať jsou střízliví, vážní, opatrní, zdraví u víře, v lásce, v snášelivosti.
2De bejaarde mannen moeten sober zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in geloof, liefde en geduld.
3Tak také i staré ženy ať chodí zbožně, v oděvu příslušném a ať nejsou převrhlé, ani mnoho vína pijící, dobrým věcem učící,
3Eveneens moeten bejaarde vrouwen zich gedragen, zoals het heiligen betaamt; ze moeten geen lastertongen zijn en niet verslaafd aan de wijn, maar ze moeten het goede voorbeeld geven.
4Aby mladice vyučovaly, kterak by muže své i dítky řádně milovaly,
4Want aan de jonge vrouwen moeten ze leren, bezonnen te zijn, haar mannen en kinderen lief te hebben;
5A byly šlechetné, čistotné, netoulavé, dobrotivé, mužům svým poddané, aby nebylo dáno v porouhání slovo Boží.
5zich te beheersen, kuis te zijn, huishoudelijk en goedig; onderdanig ook aan haar mannen, opdat Gods woord niet gelasterd wordt.
6Takž i mládenců napomínej k středmosti,
6Vermaan eveneens de jonge mannen, zich in alles te beheersen;
7Ve všech věcech sebe samého vydávaje za příklad dobrých skutků, a zachovávaje v učení celost, vážnost,
7toon hun uw eigen voorbeeld van goede werken, zuiverheid in de leer, eerbaarheid,
8Slovo zdravé bez úhony, aby ten, jenž by se protivil, zastyděti se musil, nemaje co zlého mluviti o vás.
8gezonde, onberispelijke taal, zodat de tegenstander beschaamd mag staan, daar hij van ons geen kwaad kan zeggen.
9Služebníky uč, ať jsou poddáni pánům svým, ve všem jim se líbíce, neodmlouvajíce,
9De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn en voorkómend in alles; ze moeten niet tegenspreken,
10Neokrádajíce, ale ve všem věrnosti pravé dokazujíce, aby učení Spasitele našeho Boha ve všem ozdobovali.
10niet oneerlijk zijn, maar steeds zich goed betrouwbaar tonen, opdat ze in ieder opzicht de leer van God onzen Zaligmaker tot sieraad strekken.
11Zjevilať se jest zajisté ta milost Boží spasitelná všechněm lidem,
11Want Gods genade is verschenen, redding brengend aan alle mensen.
12Vyučující nás, abychom odřeknouce se bezbožnosti a světských žádostí, střízlivě, a spravedlivě, a zbožně živi byli na tomto světě,
12Zij voedt ons op, om goddeloosheid te verzaken en wereldse begeerlijkheid; om ingetogen, rechtschapen, godvruchtig in deze wereld te leven;
13Očekávajíce té blahoslavené naděje a příští slávy velikého Boha a Spasitele našeho Jezukrista,
13om de zalige hoop te verwachten en de openbaring der glorie van onzen groten God en Zaligmaker Christus Jesus.
14Kterýž dal sebe samého za nás, aby nás vykoupil od všeliké nepravosti, a očistil sobě samému lid zvláštní, horlivě následovný dobrých skutků.
14Hij heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheid te verlossen, en ons te reinigen als zijn eigen volk, vol van ijver in goede werken.
15Toto mluv, a napomínej, a tresci mocně. Žádný tebou nepohrzej.
15Zó moet ge spreken, vermanen en straffen met volle gezag; niemand mag minachtend op u neerzien.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.