Titum 2
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Tu autem loquere quæ decent sanam doctrinam:
1Maar gij moet verkondigen, wat in overeenstemming is met de gezonde leer.
2senes ut sobrii sint, pudici, prudentes, sani in fide, in dilectione, in patientia:
2De bejaarde mannen moeten sober zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in geloof, liefde en geduld.
3anus similiter in habitu sancto, non criminatrices, non multo vino servientes, bene docentes:
3Eveneens moeten bejaarde vrouwen zich gedragen, zoals het heiligen betaamt; ze moeten geen lastertongen zijn en niet verslaafd aan de wijn, maar ze moeten het goede voorbeeld geven.
4ut prudentiam doceant adolescentulas, ut viros suos ament, filios suos diligant,
4Want aan de jonge vrouwen moeten ze leren, bezonnen te zijn, haar mannen en kinderen lief te hebben;
5prudentes, castas, sobrias, domus curam habentes, benignas, subditas viris suis, ut non blasphemetur verbum Dei.
5zich te beheersen, kuis te zijn, huishoudelijk en goedig; onderdanig ook aan haar mannen, opdat Gods woord niet gelasterd wordt.
6Juvenes similiter hortare ut sobrii sint.
6Vermaan eveneens de jonge mannen, zich in alles te beheersen;
7In omnibus teipsum præbe exemplum bonorum operum, in doctrina, in integritate, in gravitate,
7toon hun uw eigen voorbeeld van goede werken, zuiverheid in de leer, eerbaarheid,
8verbum sanum, irreprehensibile: ut is qui ex adverso est, vereatur, nihil habens malum dicere de nobis.
8gezonde, onberispelijke taal, zodat de tegenstander beschaamd mag staan, daar hij van ons geen kwaad kan zeggen.
9Servos dominis suis subditos esse, in omnibus placentes, non contradicentes,
9De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn en voorkómend in alles; ze moeten niet tegenspreken,
10non fraudantes, sed in omnibus fidem bonam ostendentes: ut doctrinam Salvatoris nostri Dei ornent in omnibus.
10niet oneerlijk zijn, maar steeds zich goed betrouwbaar tonen, opdat ze in ieder opzicht de leer van God onzen Zaligmaker tot sieraad strekken.
11Apparuit enim gratia Dei Salvatoris nostri omnibus hominibus,
11Want Gods genade is verschenen, redding brengend aan alle mensen.
12erudiens nos, ut abnegantes impietatem, et sæcularia desideria, sobrie, et juste, et pie vivamus in hoc sæculo,
12Zij voedt ons op, om goddeloosheid te verzaken en wereldse begeerlijkheid; om ingetogen, rechtschapen, godvruchtig in deze wereld te leven;
13exspectantes beatam spem, et adventum gloriæ magni Dei, et Salvatoris nostri Jesu Christi:
13om de zalige hoop te verwachten en de openbaring der glorie van onzen groten God en Zaligmaker Christus Jesus.
14qui dedit semetipsum pro nobis, ut nos redimeret ab omni iniquitate, et mundaret sibi populum acceptabilem, sectatorem bonorum operum.
14Hij heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheid te verlossen, en ons te reinigen als zijn eigen volk, vol van ijver in goede werken.
15Hæc loquere, et exhortare, et argue cum omni imperio. Nemo te contemnat.
15Zó moet ge spreken, vermanen en straffen met volle gezag; niemand mag minachtend op u neerzien.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.