Амоса 7
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1От що дав менї Господь Бог у видиві побачити: Ось він натворив сарани тодї, як почала лїтня трава виростати. Се була трава по царській косовицї.
1Dit liet Jahweh, de Heer, mij schouwen. Zie, Hij joeg een sprinkhanenzwerm bijeen, juist toen het nagewas begon op te schieten; het was het nagewas na de snit voor den koning.
2І як вона повиїдала зелену траву на землї, благав я: Господи Боже, змилосердись! Як устояти Яковові? він же й так малолюден.
2Maar toen ze het gewas op het land begonnen af te vreten, zeide ik: Ach Jahweh, mijn Heer; heb toch medelijden! Hoe zal Jakob blijven bestaan; het is toch zo klein!
3І змилосердився Господь у тому, та й сказав Господь: Не станеться.
3Toen kreeg Jahweh er spijt van. Het zal niet gebeuren, sprak Jahweh.
4От що дав менї Господь Бог у видиві побачити: Ось, Господь Бог визвав задля суду огонь; і пожер він велику пропасть та й пожер велику часть землї.
4Dit liet Jahweh, de Heer, mij nog schouwen. Zie, Hij liet een geweldige vuurgloed komen, die de onmetelijke oceaan verteerde, en het akkerland ging verslinden.
5І благав я: Господи Боже, зʼупини! Як бо встоїть Яков? він же й так малолюден.
5Ik zeide: Ach Jahweh, mijn Heer, houd toch op! Hoe zal Jakob blijven bestaan; het is toch zo klein!
6І пожалував Господь: і се не станеться, сказав Господь Бог.
6Toen kreeg Jahweh er spijt van. Ook dit zal niet gebeuren, sprak Jahweh, de Heer.
7От що ще дав менї побачити Господь: Стояв Господь на мурі, мурованому по шнуру, з оловяною ваговиною й держав у руцї ваговину оловяну.
7Nog het volgende liet Jahweh mij schouwen. Zie, Jahweh stond op een muur, met een houweel in de hand.
8І промовив до мене Господь: Що ти бачиш, Амосе? Я відказав: Оловяну ваговину. І каже Господь: Ось, я положу оловяну ваговину серед мого люду, Ізраїля; не буду вже терпіти йому.
8En Jahweh sprak tot mij: Wat ziet ge, Amos? Ik gaf ten antwoord: Een houweel. Toen sprak de Heer: Zie, Ik sla het houweel midden in Israël, mijn volk; Ik zal het niet langer meer sparen.
9Опустошені будуть висоти в Ізаака, й повалені божницї в Ізраїля, а проти Еробоамового дому встану з мечем.
9De offerhoogten van Isaak zullen worden verwoest, Israëls heiligdommen vernield; tegen het huis van Jeroboam verhef Ik Mij met het zwaard.
10І послав Амасія, Бетелський сьвященник до Еробоама, царя Ізраїлського, сказати: Амос будить ворохобню проти тебе серед царства Ізраїлського; країна не може вже терпіти слів його;
10Toen liet Amas-ja, de priester van Betel, Jeroboam, den koning van Israël berichten: Amos zet in het huis van Israël een samenzwering tegen u op touw; het land zal niet bestand zijn tegen al zijn godsspraken.
11Ось бо, як говорить Амос: Від меча вмре Еробоам, а Ізраїля певно займуть у неволю з його землї.
11Want dit heeft Amos verkondigd: Jeroboam sterft door het zwaard, en Israël zal in ballingschap gaan, ver van zijn land!
12І сказав Амасія Амосові: Видовидцю! Йди, забирайся в Юдину землю; там їж собі хлїб та й пророкуй там;
12En tot Amos zelf sprak Amas-ja: Ziener, pak u weg, en vlucht in uw eigen belang naar het land van Juda; daar kunt ge de kost met profeteren verdienen.
13А в Бетелї перестань пророкувати: тут бо царська сьвятиня і царева столиця.
13Maar in Betel moogt ge niet meer profeteren; want dit is een koninklijk heiligdom en rijks-tempel.
14І відказав Амос, та й сказав Амасії: Я нї пророк анї син пророчий; я пастух та й збірав дикі фиґи (сикомори);
14Amos gaf Amas-ja ten antwoord: Ik ben profeet noch profetenleerling; ik ben maar een herder en vijgenkweker.
15Та Господь взяв мене від овець, і сказав менї Господь: Ійди, пророкуй серед мого народу, серед Ізраїля.
15Maar Jahweh heeft mij weggehaald achter de kudde, en Jahweh heeft mij gezegd: Ga profeteren tegen Israël, mijn volk!
16А тепер почуй і ти слово Господнє. Ти говориш: Не пророкуй на Ізраїля та й на Ізаака не виповідай нїяких речей.
16Nu dan, hoor het woord van Jahweh: Gij zegt: Ge moogt tegen Israël niet profeteren, Uw woorden tegen het huis van Isaak niet laten kletteren!
17За се ж ось що говорить Господь: Жінка твоя тут у містї буде обезчещена, сини й дочки твої од меча поляжуть; поле твоє буде за шнуром розпайоване, ти помреш у землї нечистій, та й Ізраїль напевно буде виведений із землї своєї.
17Daarom spreekt Jahweh: Uw vrouw zal in de stad zich veil moeten geven, Uw zonen en dochters zullen vallen door het zwaard, Uw akker zal met het meetsnoer worden verdeeld. Zelf zult ge sterven op onreine bodem, En Israël zal in ballingschap gaan, ver van zijn land!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.