Амоса 3
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Вислухайте слова, що Господь вирік проти вас, ви, сини Ізрайлеві, проти всього роду, що я вивів із Египту, й каже:
1Hoort dit woord, Dat Jahweh heeft gesproken Over u, kinderen van Israël: Over heel het geslacht, Dat Ik geleid heb Uit het land van Egypte!
2Вас одних зміж усїх народів на землї признав я за своїх, тим то й пошукувати буду на вас всї провини ваші.
2Voor u alleen heb Ik zorg gedragen Onder alle geslachten der aarde: Maar daarom zal Ik u ook bestraffen Voor al uw zonden!
3Хиба пійдуть двоє укупі, як не згодились на се?
3Wandelt men ooit tezamen, Zonder iets met elkaar te bespreken?
4Чи рикати ме лев у гаю, не почувши ловитви? Чи з свого лїгва левчук озоветься, покіль не піймає?
4Brult ooit een leeuw in het woud, Als hij geen prooi heeft bemachtigd; Of gromt de jonge leeuw uit zijn hol, Als hij geen buit heeft gemaakt?
5Чи попадеться пташка в сїло на землї, як не наставлено сїла на неї? Чи підіймуть із землї сїло, як нїщо не піймалось?
5Werpt zich een vogel in de knip op de grond, Wanneer er geen lokaas voor hem ligt; Of springt een knip van de bodem op, Zonder dat ze iets vangt?
6Чи затрубить труба в містї, й люде не злякаються? Чи ж складеться в містї лихо без Божої волї?
6Wordt de bazuin in de stad geblazen, Zonder dat het volk ervan schrikt; Of barst er een onheil los in de stad, Dat Jahweh niet heeft beschikt?
7Тим же то, що нї чинить Господь, відкриває він свою тайну слугам своїм, пророкам.
7Zeker, niets doet Jahweh, de Heer, Zonder de profeten, zijn dienaars, zijn plan te openbaren:
8Лев став рикати, й хто не злякається? Господь Бог заговорив, як же пророкам не пророкувати?
8Maar de leeuw heeft al gebruld, Wie zou er niet vrezen; Jahweh, de Heer, heeft gesproken, Wie profeteert er dan niet?
9Покликнїте ж голосно з домів ув Азотї й з домів у землї Египецькій і скажіть: Зійдїтесь на гори Самарийські, та й побачте безглуздє й притїснених посеред неї.
9Roept het uit op de burchten van Assjoer, Op de burchten in het land van Egypte; Schreeuwt het uit: Komt bijeen Op Samaria’s gebergte! Aanschouwt in zijn veste de grote ontreddering, De verdrukkingen binnen zijn muren!
10Там не знають справедливостї, говорить Господь: насилуваннєм і рабунком громадять скарби в свої палати.
10Ze weten niet meer rechtschapen te handelen, Is de godsspraak van Jahweh; Ze stapelen in hun paleizen De schatten van onrecht en geweldpleging op!
11Тим то так говорить Господь Бог: От, ворог навкруг всієї землї! він повалить всю потугу твою, ограбить палати твої.
11Daarom spreekt Jahweh, de Heer: De vijand zal uw land omsingelen; Uw sterkten worden gesloopt, Uw burchten geplunderd!
12Так говорить Господь: Як пастух із пельки в лева вирве часом ноги або кусень уха, — от стільки хиба врятується з синів Ізрайлевих, що в Самариї спочивають собі в кутку постелї та в Дамасцї на ліжку.
12Zo spreekt Jahweh! Zoals een herder uit de muil van de leeuw Een paar schenkels redt, of een lap van een oor: Zo worden de kinderen van Israël gered, Die binnen Samaria in een hoek van een rustbank zitten, Of op kussens van damast!
13Слухайте ж і засьвідчіть се домові Яковому, говорить Господь Бог, Бог Саваот.
13Hoort en betuigt het aan Jakobs huis: Spreekt Jahweh, de Heer, der heirscharen God!
14Бо того дня, коли буду доходити в Ізраїлї проступків його, скараю його й за жертівники в Бетелї, й будуть повідбивані роги олтарів та й попадають на землю.
14Wanneer Ik op Israël zijn zonden ga wreken, Zal Ik Mij wreken op de altaren van Betel; De hoornen van het altaar worden afgehouwen, En storten neer op de grond!
15І збурю всяку палату зимову разом із палатою лїтною, й зникнуть ті доми, прикрашені слоновою кістю, та й не буде вже тих многих домів, говорить Господь.
15Ik verniel de winter- en zomerverblijven, De ivoren paleizen worden verwoest, En talloze huizen gesloopt: Is de godsspraak van Jahweh!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.