2 Петра
Chapter 2

2 Петра

Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

2 Петра 2

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Були ж і лжепророки між людьми, як і між вами будуть лжеучителї, котрі введуть єресї погибелї, і відцуравшись викупившого їх Владики, приведуть на себе скору погибіль.
1Maar er waren ook valse profeten opgestaan onder het Volk, zoals er ook valse leraars zullen zijn onder ú. Ze zullen verderflijke ketterijen binnensmokkelen, den Meester verloochenen, die hen heeft vrijgekocht, en zich zó een ras verderf berokkenen.
2І многі підуть за їх погибіллю, котрі дорогу правди хулити муть;
2En velen zullen hun losbandigheid volgen; door hun toedoen zal de weg der Waarheid worden gelasterd.
3і в зажерливостї придуманими словами вас підходити муть, для котрих суд з давнього часу не гаїть ся, і погибіль їх не дрімає.
3Ook zullen ze, door winzucht gedreven, u uitbuiten met sluwe woorden. Sinds lang reeds staat hun vonnis klaar, en hun ondergang sluimert niet in.
4Бо коли Бог ангелів, що згрішили, не пощадив, а кинув їх в окови пекольної темряви, і передав, щоб хоронено їх на суд;
4Want wanneer God de zondige engelen niet spaarde, maar ze naar de hel verwees, en opsloot in donkere holen, om ze vast te houden voor het oordeel;
5і коли первого сьвіта не пощадив, а самовосьмого Ноя, проповідника правди, охоронив, повідь на сьвіт нечестивих допустивши;
5wanneer Hij de oude wereld niet spaarde, maar de zondvloed bracht over de wereld der goddelozen, maar het achttal van Noë, den heraut der gerechtigheid, in het leven behield;
6і коли городи Содому й Гоморру засудив на руїну, обернувши в попіл, і поставивши, яко приклад для будучих безбожників,
6wanneer Hij de steden Sódoma en Gomorra in as legde, ze ten ondergang doemde en ze tot voorbeeld stelde voor goddelozen uit later tijd,
7а ізбавив праведного Лота, омерзенного розпустним життєм безбожників;
7maar Lot den rechtvaardige redde, die door het liederlijk gedrag van tuchteloze lieden gekweld werd,
8(живучи бо між ними праведник той, дивлячись і слухаючи про беззаконні дїла, день в день мучив праведну душу;)
8daar deze rechtschapen man in hun midden vertoefde, en, dag in, dag uit, zijn rechtvaardige ziel heeft gefolterd door de schandelijke daden die hij zien moest en horen;
9то й знає Господь побожних з покуси вибавляти, неправедних же хоронити про судний день на муки, —
9dan staat het wel vast: de Heer weet de vromen uit de beproeving te redden, maar de bozen afgezonderd te houden, om ze te straffen op de dag van het oordeel;
10найбільше ж тих, що ходять в слїд за тїлом в нечистому хотїнню, і зневажають начальство; що сьміливі, самолюбні, не лякають ся хулити власть,
10hen bovenal, die leven naar het vlees in onreine begeerten, en die de Heerschappij verachten. Vermetel en verwaand schromen ze niet, de Heerlijkheden te beschimpen.
11хоч ангели, кріпостю і силою більшими бувши, не приносять проти них перед Господа докоряючого суду.
11En terwijl de Engelen, hun meerderen in kracht en in macht, tegen haar geen smalend oordeel uitspreken bij den Heer,
12Сї ж, як безсловесні зьвірі, природні, що родять ся на лови і забиттє, хулять, чого не розуміють, і в зотлїнню своїм загинуть,
12smalen zij wat ze niet kennen, als redeloos vee, van nature tot grijpen en moorden bestemd. En aan hun eigen verderf zullen ze ten verderve gaan;
13і нагороду неправди приймуть. Солодкими вважають вони дочасні розкоші; вони — самий сором і беззаконнє, розкошують в обманьстві своїм, їдаючи з вами;
13ze worden bedrogen als loon voor bedrog. Slempen des daags is hun een genot, dat vuil, die schandvlekken; en als ze met u de gemeenschappelijke maaltijd houden, brassen ze van hun bedriegerijen.
14очі мають повні прелюбодїяння і неперестаючого гріха, надять душі неутверджені; серце в них навчене до зажерливости, се — дїти прокляття;
14Hun ogen zijn vol overspel en rusteloos in de zonde; wankelende zielen verlokken ze er mee. Hun hart is in hebzucht volleerd; die kinderen der vervloeking!
15котрі, опустивши праву дорогу, заблудили, йдучи дорогою Валаама, сина Восорового, що полюбив неправедну нагороду,
15Ze hebben de rechte weg verlaten, en zijn aan het dwalen geraakt; ze hebben de weg van Bálaäm gevolgd, van Beórs zoon, die het loon der ongerechtigheid liefhad,
16тільки ж мав кару за своє беззаконнє, бо підяремник нїмий, проговоривши чоловічим голосом, остановив нерозум пророка.
16maar een berisping voor zijn overtreding ontving: het stomme lastdier, sprekend met menselijke stem, stuitte de waanzin van den profeet.
17Се жерела безводні, хмари, хуртовиною гонимі, котрим чорна темрява на віки захована.
17Ze zijn bronnen zonder water, nevelwolken opgestuwd door de wind; de uiterste duisternis staat hen te wachten.
18Промовляючи бо великими і марними словами, принаджують хотїннєм тїла та розпустою тих, що ледво утїкли від живучих в блудї,
18Want met hun ijdele grootspraak en losbandige vleselijke lusten verlokken ze hen, die zich ternauwernood van de dolende heidenen hebben afgewend.
19обіцяючи їм волю, самі бувши слуги зотлїння; хто бо ким подужаний, того він і невольник.
19Vrijheid spiegelen ze hun voor, maar zelf zijn ze slaven van het bederf; want door wien men overwonnen is, van hem is men de slaaf.
20Коли бо, утїкши від нечистоти сьвіта через пізнаннє Господа і Спаса Ісуса Христа, однакож, знов замотавшись, бувають подужані, то останнє їх — гірше первого.
20Wanneer men immers door de kennis van Jesus Christus, onzen Heer en Verlosser, de besmetting der wereld is ontvlucht, maar er weer in verstrikt raakt en het onderspit delft, dan is voor zo iemand het laatste erger nog dan het eerste.
21Лучче би їм було не пізнати дороги правди, як, пізнавши, одвернутись від переданої їм сьвятої заповіди.
21Want beter was het voor hen, de weg der gerechtigheid niet te hebben gekend, dan het heilig gebod, dat ze kregen, wèl te kennen, maar het de rug toe te keren.
22Довело ся ж їм по правдивій приповістї: „Пес вертаєть ся до своєї блювотини‟, а „свиня, скупавшись, (іде) валятись у калюжу‟.
22Voor hen blijft gelden, wat het toepasselijke spreekwoord zegt: “Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel,” en “een schoon-gewassen zwijn wentelt zich weer in de modder.”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.