הָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַ

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 2

הָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַ

Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

הָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַ 2

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1וגם נביאי שקר היו בעם כאשר יהיו גם בכם מורי שקר אשר יכניסו כתות משחיתות ובכחשם במשל אשר קנם יביאו על נפשם כליון פתאם׃
1Maar er waren ook valse profeten opgestaan onder het Volk, zoals er ook valse leraars zullen zijn onder ú. Ze zullen verderflijke ketterijen binnensmokkelen, den Meester verloochenen, die hen heeft vrijgekocht, en zich zó een ras verderf berokkenen.
2ורבים ילכו אחרי תועבותם ובעבורם יתן דרך האמת לגדופים׃
2En velen zullen hun losbandigheid volgen; door hun toedoen zal de weg der Waarheid worden gelasterd.
3ובדברי בדוי יעשו אתכם למחסר להם למען בצע בצע אשר משפטם מעולם לא יתמהמה ושברם לא ינום׃
3Ook zullen ze, door winzucht gedreven, u uitbuiten met sluwe woorden. Sinds lang reeds staat hun vonnis klaar, en hun ondergang sluimert niet in.
4כי לא חס אלהים על המלאכים אשר חטאו כי אם הורידם לקצבי הרים ויסגירם בכבלי אפל לשמרם למשפט׃
4Want wanneer God de zondige engelen niet spaarde, maar ze naar de hel verwees, en opsloot in donkere holen, om ze vast te houden voor het oordeel;
5וגם על דורות קדם לא חס וישמר רק את נח השמיני קרא הצדק בהביאו את המבול על דור הרשעים׃
5wanneer Hij de oude wereld niet spaarde, maar de zondvloed bracht over de wereld der goddelozen, maar het achttal van Noë, den heraut der gerechtigheid, in het leven behield;
6ואת ערי סדום ועמרה הפך לאפר והאשימם במהפכה וישימם למשל לאשר עתידים לעשות זמה׃
6wanneer Hij de steden Sódoma en Gomorra in as legde, ze ten ondergang doemde en ze tot voorbeeld stelde voor goddelozen uit later tijd,
7ויצל את לוט הצדיק אשר הלאוהו אנשי בליעל ההם בדרך זמתם׃
7maar Lot den rechtvaardige redde, die door het liederlijk gedrag van tuchteloze lieden gekweld werd,
8כי הצדיק הזה בשבתו בתוכם האדיב את נפשו הישרה יום יום בראותו ובשמעו מעשי רשעם׃
8daar deze rechtschapen man in hun midden vertoefde, en, dag in, dag uit, zijn rechtvaardige ziel heeft gefolterd door de schandelijke daden die hij zien moest en horen;
9כי יודע יהוה להציל את חסידיו מנסיון ולחשך את הרשעים ליום המשפט להשיב גמולם להם׃
9dan staat het wel vast: de Heer weet de vromen uit de beproeving te redden, maar de bozen afgezonderd te houden, om ze te straffen op de dag van het oordeel;
10וביותר את ההלכים אחרי הבשר בתאות תבל ובזים את הממשלה עזי פנים הלכים בשרירות לבם ולא יחרדו מחרף את השררות׃
10hen bovenal, die leven naar het vlees in onreine begeerten, en die de Heerschappij verachten. Vermetel en verwaand schromen ze niet, de Heerlijkheden te beschimpen.
11אשר אף המלאכים הגדולים מהם בעז וכח לא יגדפום לפני יהוה במשפטם׃
11En terwijl de Engelen, hun meerderen in kracht en in macht, tegen haar geen smalend oordeel uitspreken bij den Heer,
12והמה כבהמות הסכלות הנולדות כחק טבעם ללכד ולשחת יאבדו באבוד נפשם יען חרפו את אשר לא הבינו וישאו גמול עולתם׃
12smalen zij wat ze niet kennen, als redeloos vee, van nature tot grijpen en moorden bestemd. En aan hun eigen verderf zullen ze ten verderve gaan;
13אשר עדנת יומם לענג יחשבו מטנפים ומום בם המתפנקים במדוחי נפשם ואכלים ושתים עמכם׃
13ze worden bedrogen als loon voor bedrog. Slempen des daags is hun een genot, dat vuil, die schandvlekken; en als ze met u de gemeenschappelijke maaltijd houden, brassen ze van hun bedriegerijen.
14עינים להם מלאות נאפים אשר לא תחדלות מחטוא ואת נפשות הפתאים יצודדו ולב מלמד בצע להם בני המארה׃
14Hun ogen zijn vol overspel en rusteloos in de zonde; wankelende zielen verlokken ze er mee. Hun hart is in hebzucht volleerd; die kinderen der vervloeking!
15את הדרך הישר עזבו ויתעו וילכו בדרך בלעם בן בעור אשר אהב שכר העולה׃
15Ze hebben de rechte weg verlaten, en zijn aan het dwalen geraakt; ze hebben de weg van Bálaäm gevolgd, van Beórs zoon, die het loon der ongerechtigheid liefhad,
16ותהי לו תוכחת על חטאתו כי הבהמה האלמת דברה בקול אדם ותעצר באולת הקסם׃
16maar een berisping voor zijn overtreding ontving: het stomme lastdier, sprekend met menselijke stem, stuitte de waanzin van den profeet.
17בארות בלי מים המה עבים נדפים בסערה אשר שמור להם חשך אפלה לעולם׃
17Ze zijn bronnen zonder water, nevelwolken opgestuwd door de wind; de uiterste duisternis staat hen te wachten.
18כי בדברם בגאות דברי שוא יצודו בתאות הבשר על ידי זמתם את אשר אך נמלטו מידי ההלכים בדרך תועה׃
18Want met hun ijdele grootspraak en losbandige vleselijke lusten verlokken ze hen, die zich ternauwernood van de dolende heidenen hebben afgewend.
19חפשה יבטיחו להם והם בעצמם עבדים לשחת כי האיש עבד לאשר נכבש ממנו׃
19Vrijheid spiegelen ze hun voor, maar zelf zijn ze slaven van het bederf; want door wien men overwonnen is, van hem is men de slaaf.
20כי אחרי המלטם מטמאת העולם בדעת אדנינו ומושיענו ישוע המשיח אם שבו והטבעו בתוכן ונכבשו אחריתם תהיה רעה מראשיתם׃
20Wanneer men immers door de kennis van Jesus Christus, onzen Heer en Verlosser, de besmetting der wereld is ontvlucht, maar er weer in verstrikt raakt en het onderspit delft, dan is voor zo iemand het laatste erger nog dan het eerste.
21טוב היה להם לא לדעת את דרך הצדקה מאשר ידעהו ונסגו אחור מן המצוה הקדושה המסורה להם׃
21Want beter was het voor hen, de weg der gerechtigheid niet te hebben gekend, dan het heilig gebod, dat ze kregen, wèl te kennen, maar het de rug toe te keren.
22ויקר להם כאשר יאמר משל האמת הכלב שב על קאו והחזיר עלה מן הרחצה להתגלל ברפש׃
22Voor hen blijft gelden, wat het toepasselijke spreekwoord zegt: “Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel,” en “een schoon-gewassen zwijn wentelt zich weer in de modder.”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.