2 Царів
Chapter 2
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

2 Царів 2

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Того часу, як Господь схотїв взяти Ілию у вихрі на небо, йшов Ілия з Елисеєм із Галгалу.
1Toen Jahweh Elias in een stormwind ten hemel wilde opnemen, vertrok Elias van Gilgal, en Eliseus ging met hem mee.
2І сказав Ілия до Елисея: Зостанься тут, бо Господь послав мене в Бетель. Та Елисей відказав: Так певно, як Господь живе, не покину тебе. От і пійшли вони в Бетель.
2Elias sprak echter tot Eliseus: Blijf hier; want Jahweh heeft mij naar Betel gezonden. Maar Eliseus antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, en bij uw leven; ik verlaat u niet. Toen zij te Betel aankwamen,
3І повиходили сини (ученики) пророцькі, що були в Бетелї, до Елисея та й кажуть йому: Чи знаєш, що Господь сьогоднї вознесе пана твого над головою твоєю? Відказав він: І я се знаю; мовчіть!
3gingen de profetenzonen uit Betel naar Eliseus, en zeiden tot hem: Weet gij, dat Jahweh thans uw heer, boven uw hoofd uit, gaat wegnemen? Hij antwoordde: Ik weet het; houdt u maar stil.
4І рече йому Ілия: Елисею, зостанься тут, бо Господь посилає мене в Ерихон. Він же відказав: Так певно, як Господь живе, й так вірно, як ти живеш, я не покину тебе. От і пійшли вони в Ерихон.
4Nu sprak Elias tot hem: Eliseus, blijf hier; want Jahweh heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, en bij uw leven; ik verlaat u niet. Toen zij te Jericho aankwamen,
5І повиходили сини пророків, що були в Ерохонї до Елисея, та й промовили до його: Чи знаєш, що Господь сьогоднї вознесе твого пана над головою твоєю? Відказав він: І я се знаю; мовчіть!
5gingen de profetenzonen van Jericho naar Eliseus, en zeiden tot hem: Weet gij, dat Jahweh uw heer, boven uw hoofd uit, gaat wegnemen? Hij antwoordde: Ik weet het; houdt u maar stil.
6І рече Ілия до його: Зостанься ж тут, бо Господь послав мене на Йордань. Він же відказує: Так певно, як Господь живе, й як ти живеш, не покину тебе! От і пійшли вони обидва.
6Nu sprak Elias tot hem: Blijf hier; want Jahweh heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij antwoordde: Zo waar Jahweh leeft, en bij uw leven; ik verlaat u niet. Daarop gingen ze samen verder.
7Пятьдесять же чоловіка синів пророцьких пійшли на бік та й стояли оддалеки їх, вони ж оба станули над Йорданню.
7Vijftig van de profetenzonen volgden hen, maar bleven in de verte staan, toen ze samen bij de Jordaan stil hielden.
8І взяв Елия гуню свою, згорнув її та й ударив по водї, й розступилась вода на обидва боки, так що вони обидва перейшли по сусї.
8Nu nam Elias zijn mantel, rolde hem op, en sloeg er mee op het water. En dit verdeelde zich in tweeën, zodat zij beiden droogvoets konden oversteken.
9Як перейшли, промовив Ілия до Елисея: Проси, що тобі вчинити, перш нїж буду взятий від тебе. Відказав Елисей: Нехай би у менї було удвоє духа, що в тобі.
9Aan de overkant aangekomen, sprak Elias tot Eliseus: Doe nu een verzoek; wat moet ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen. Eliseus antwoordde: Dat ik een dubbel deel van uw geest mag ontvangen.
10І сказав той: Важкого просиш. Та коли бачити меш, як я буду взятий від тебе, так воно й станеться; коли ж не побачиш, то не станеться.
10Elias sprak: Ge vraagt heel veel; maar als ge mij ziet, wanneer ik van u word weggenomen, wordt uw bede vervuld; ziet ge me niet, dan geschiedt het niet.
11Тим часом, як вони в такій розмові йшли далїй, зявилась несподївано поломяна колесниця з поломяними кіньми. Вони їх розлучили, й понесли Ілию в бурі на небо.
11Terwijl ze nu al sprekende verder gingen, kwam er opeens een vurige wagen met vurige paarden; ze werden van elkander gescheiden, en Elias voer in een stormwind ten hemel.
12Вбачаючи се, Елисей закричав: Батеньку мій, батеньку! ой колеснице Ізрайлева й візниче його! Та не бачив його більш. І вхопив одежу свою та й роздер надвоє.
12Toen Eliseus dit zag, riep hij uit: Vader, mijn vader; Israëls strijdwagens en ruiterij! Maar hij zag hem niet meer; en hij greep zijn klederen, en scheurde ze vaneen.
13І підняв Ілиїну гуню, що впала з його, й вернувсь та й став на березї Йорданї.
13Nu raapte hij de mantel op, die Elias had laten vallen, keerde terug en bleef bij de Jordaanoever staan.
14І взяв гуню Ілиїну, що з його впала, й вдарив нею по водї, та вода не розступилась. І сказав він: Де ж є Бог Ілиїн? І вдарив вдруге по водї, й вона розступилась сюди й туди, й перейшов Елисей.
14Daar nam hij de mantel van Elias, en sloeg er mee op het water; maar het verdeelde zich niet. Toen riep hij uit: Waar is Jahweh dan toch, de God van Elias? En weer sloeg hij op het water; nu verdeelde het zich in tweeën, zodat hij kon oversteken.
15І побачили сини пророків, що були в Ерихонї навпроти, та й промовили: Дух Ілиїн опочив на Елисеї. І пійшли зустріч йому, й вклонились перед ним до землї;
15Toen de profetenzonen van Jericho dit uit de verte zagen, zeiden ze: De geest van Elias rust op Eliseus! Ze gingen hem tegemoet, en wierpen zich voor hem ter aarde neer.
16І промовили до його: Ось у нас тут, у твоїх рабів, пятьдесять кріпких мужів; нехай йдуть та шукають пана твого; може дух Господень занїс його та покинув на котрій горі, або на якій долинї. Він же сказав: Не посилайте.
16Toen zeiden ze tot hem: Er zijn onder uw dienaren vijftig flinke mannen. Laat die toch naar uw meester gaan zoeken; misschien heeft de geest van Jahweh hem opgenomen, en hem ergens op een berg of in een dal neergezet. Maar hij antwoordde: Laat ze niet zoeken.
17Як же вони всиловувались аж надто, сказав він: То посилайте. І послали вони пятьдесять чоловіка, й шукали три днї, та не знайшли.
17Toen ze echter maar bleven aandringen, zei hij eindelijk: Stuur ze dan maar. Ze zonden dus vijftig mannen uit, die drie dagen lang naar Elias zochten; maar ze vonden hem niet.
18І вернулись до його, покіль він гаявсь у Ерихонї. І сказав їм: Чи я ж вам не казав, щоб не ходили?
18Toen ze bij Eliseus in Jericho terugkeerden, sprak hij tot hen: Heb ik u niet gezegd, dat gij niet behoefde te gaan?
19І казали міські люде Елисеєві: Гарний видом сей город, як сам бачиш, добродїю, та вода непогожа, й земля не родить.
19Nu zeiden de bewoners der stad tot Eliseus: De ligging van de stad is goed, zoals mijn heer zelf kan zien; maar het water is slecht, zodat het land onvruchtbaar is.
20І промовив він: Принесїть менї нову посудину й вкиньте соли туди. Як же ж вони принесли,
20Hij antwoordde: Haalt mij een nieuwe schotel met zout. Toen ze die hadden gebracht,
21Пійшов він до криничаного жерела, вкинув соли, й рече: Так говорить Господь: Я зробив сю воду здоровою, тепер уже не буде від неї нї смертї, нї невроджаю.
21ging hij naar de bron, wierp het zout erin, en zei: Zo spreekt Jahweh! Ik maak dit water gezond; het zal nu niet langer dood en onvruchtbaarheid brengen.
22Так і зробилась вода погожою по сей день, по слову, що промовив Елисей.
22Zo werd op het woord, dat Eliseus sprak, het water goed tot op deze dag.
23Звідти ж пійшов він у Бетель. Як же він ійшов дорогою, повибігали малі дїти з городу та й сьміялись із його, покликуючи: Ходи лисий, ходи лисий!
23Vandaar ging Eliseüs naar Betel. Toen hij de weg daarheen opging, kwamen er kleine jongens uit de stad, die hem spottend toeriepen: Kom hier, kaalkop! Kom hier, kaalkop!
24Він же обернувсь і, побачивши їх, прокляв їх імям Господнїм. І вийшли дві ведмедицї з гаю та й роздерли сорок і двоє дїтей.
24Eliseus keerde zich om, en toen hij ze zag, vervloekte hij ze in de naam van Jahweh. En onmiddellijk kwamen er uit het bos twee berinnen, die twee en veertig van die jongens verscheurden.
25Звідти подався він на Кармель-гору, а відсї вернувсь в Самарию.
25Vandaar ging hij naar de berg Karmel, en keerde toen naar Samaria terug.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.