2 Царів 4
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Одна з жінок синів пророцьких, голосючи, промовила до Елисея: Мій муж, твій раб, умер, а ти знаєш, що він, твій раб, був богобоязний по всяк час; тепер же прийшов позичальник і хоче моїх обох хлопцїв забрати в невольники.
1Eens riep de vrouw van een der profetenzonen Eliseus, en zei: Uw dienaar, mijn man, is gestorven; gij weet, dat uw dienaar godvrezend was. En nu komt een schuldeiser mijn twee jongens halen, om er slaven van te maken.
2Елисей відказав їй: Що ж маю тобі вчинити? Скажи менї, що в тебе є в господї? Вона сказала: Нема нїчого в твоєї служебки в хатинї, як олїйна посудина, а в їй трошки олїї.
2Eliseus sprak tot haar: Wat kan ik voor u doen? Zeg mij eens: Wat hebt ge in huis? Zij zeide: Uw dienares heeft niets anders in huis dan een kruik olie.
3І сказав він: Ійди, напозичай порожнього посуду по всїх сусїдах твоїх, та назбірай не трохи;
3Toen sprak hij: Ga bij al uw buren lege vaten vragen, maar vooral niet te weinig.
4Тодї ввійдеш, позасовуєш двері позад себе й синків твоїх та й наливати меш в кожну посудину, а котра буде повна, відстав на бік.
4Dan moet ge naar huis gaan, en de deur achter u en uw jongens sluiten. Giet dan olie in al die vaten, en zet de volle op zij.
5І пійшла вона від його та й засунула за собою й за синками своїми двері; вони їй подавали, а вона, знай, наливала.
5Nadat ze van hem was weggegaan, sloot ze de deur achter zich en haar jongens, en terwijl dezen de vaten aanreikten, bleef zij ze maar vol gieten.
6Як же посуди були вже повні, каже синові свойму: Подай ще посудину. Відказує він: Нема більш посудини. І не текло більш олїї.
6Toen de vaten vol waren, zei ze tot haar zoon: Geef me nog een ander vat. Maar hij antwoordde haar: Er is geen meer. En nu hield de olie op met vloeien.
7Як же пійшла вона й оповідала се Божому чоловікові, сказав він їй: Іди, продай олїю та й заплати твою позичку, а з останку жити меш сама й сини твої.
7Ze ging het aan den godsman vertellen, en deze sprak: Ga de olie verkopen en uw schuld betalen; van het overschot kunt ge met uw zonen leven.
8Одного дня прийшов Елисей в Сунам. Там жила багата женщина, й запросила його, в неї трапезувати. От він що-разу, як ійде було мимо, заверне туди попоїсти.
8Toen Eliseus op zekere dag te Sjoenem kwam, werd hij daar door een voorname vrouw aan tafel genodigd. En wanneer hij in het vervolg daar voorbijkwam, ging hij er altijd heen, om te eten.
9І каже вона раз чоловікові: От я постерегаю, що сей Божий чоловік, що попри нас проходить, є сьвятий.
9Daarom zei de vrouw tot haar man: Zie eens; ik heb gemerkt, dat de gast, die altijd bij ons komt, een heilige godsman is.
10Змуруймо ж невеличку верхню сьвітлицю та й поставмо йому там ліжко, стола, стільчика й каганець, щоб, як зайде коли, так і притулився там.
10Laat ons boven een klein kamertje voor hem inrichten, en er een bed, een tafel, een stoel en een lamp neerzetten; dan kan hij daar zijn intrek nemen, wanneer hij bij ons komt.
11Одного дня прийшов він ізнов, і зайшов у верхню сьвітличку та й відпочивав там;
11Toen Eliseus dus op zekere dag weer aankwam, kon hij de bovenkamer betrekken en ging er rusten.
12І звелїв слузї свойму Гієзієві: Поклич сюди тую Сунамійку. І покликав той її, й прийшла вона до його.
12Daarna beval hij zijn dienaar Gechazi: Roep de Sjoenamietische. Hij riep haar, en ze kwam bij hem.
13І звелїв йому: Скажи лишень їй: Оце ти так дбаєш про нас; що ж би вчинив я про тебе? Може треба перемовитись за тебе з царем або з гетьманом? Та вона відказала: Нї, я живу собі серед мого люду.
13Te voren had Eliseüs al tot Gechazi gezegd, haar te vragen: Ge hebt nu zo uitstekend voor ons gezorgd; wat kunnen wij nu voor u doen? Misschien een goed woordje bij den koning of bij den legeroverste? Maar ze had geantwoord: Ik woon te midden van mijn volk.
14І спитав він: Що ж би таке про неї вчинити? Відказав Гієзій: Та ось, сина в її нема, чоловік же її старий.
14Hierop had hij aan Gechazi gevraagd: Maar kunnen we dan helemaal niets voor haar doen? En deze had geantwoord: Wel zeker; ze heeft geen zoon, en haar man is oud.
15І звелїв він: Поклич її близче. Той кликнув її, й ввійшла вона в двері.
15Toen had Eliseüs gezegd: Roep haar. Zo was Gechazi haar gaan roepen, en nu stond ze aan de deur.
16І сказав він: Через рік о сїм часї держати меш на руках синка. Вона ж каже: Ой нї, добродїю, чоловіче Божий! не обманюй служебки твоєї!
16En Eliseus sprak: Het volgend jaar om deze tijd drukt ge een zoon aan uw hart. Ze antwoordde: Neen heer; man Gods, misleid uw dienares toch niet.
17І завагонїла женщина й породила о тім часї другого року сина, як заповів їй Елисей.
17Maar de vrouw werd zwanger, en het volgende jaar om dezelfde tijd baarde zij een zoon, zoals Eliseus voorspeld had.
18Як же хлопчик підріс, пійшов одного дня до батька свого до женцїв:
18Toen de jongen wat groter geworden was, ging hij eens met zijn vader mee naar de maaiers.
19І кволиться батькові свойму: Голова моя, голова болить! Той же звелїв слузї: Одведи його до матусї.
19Daar riep hij opeens tot zijn vader: Mijn hoofd, mijn hoofd! Deze zei tot een knecht: Neem hem op, en breng hem bij zijn moeder.
20І взяв той хлопя та й одвів до матері. І седїло воно до самих обід на колїнах у її, й вмерло.
20De knecht nam hem op, en bracht hem bij zijn moeder. Tot de middag lag hij op haar schoot; toen stierf hij.
21І пійшла вона, положила його в Божого чоловіка на постелї, зачинила двері й пійшла;
21Nu ging zij naar boven, legde hem op het bed van den godsman, en deed de deur achter hem toe. Toen liep ze naar buiten,
22І кликнула чоловіка свого й каже: Пошли до мене которого слугу з ослицею, поїду хутко до чоловіка Божого, та зараз і вернусь.
22riep haar man en zei: Stuur me een van de knechts met een ezelin; ik wil dadelijk naar den godsman, en kom gauw terug.
23Він же каже: Чого тобі до його? Хиба сьогоднї новомісяччє, чи субота? Та вона відказала: Дарма, таки пійду.
23Hij zei: Waarom gaat ge nu vandaag naar hem toe? Het is toch geen nieuwe maan of sabbat. Maar ze antwoordde: Tot ziens!
24Осїдлавши ослицю, звелїла слузї: Веди й іди. Не гай мене в дорозї, докіль не скажу.
24Ze zadelde de ezelin, en beval den knecht: Drijf ze maar gedurig aan en houd nergens stil, tenzij ik het u zeg.
25От і поїхала та й прибула до чоловіка Божого на Кармель-гору. Як же загледїв її чоловік Божий оддалїк, сказав слузї свойму: Та се ж Сунамійка!
25Zo ging ze op weg, en begaf zich naar den godsman op de berg Karmel. Toen de godsman haar in de verte zag aankomen, zei hij tot zijn dienaar Gechazi: Daar is die Sjoenamietische.
26Біжи зараз їй зустріч та поспитай: Чи все гаразд у тебе? Чи все гаразд у чоловіка? Чи гаразд із хлопям? Відказала вона: Гаразд.
26Ga haar tegemoet, en vraag haar, hoe het gaat met haarzelf, haar man en haar kind. Zij antwoordde: Goed.
27Як знялась вона на гору до чоловіка Божого, обняла йому ноги. І приступив Гієзій, щоб одвести її. Чоловік же Божий сказав: Лиши її, бо вона тяжко сумна, а Господь потаїв се від мене й не обявив менї.
27Maar toen ze bij den godsman op de berg was gekomen, omklemde ze zijn voeten. Gechazi trachtte haar weg te duwen, maar de godsman sprak: Laat haar begaan, want ze is diep bedroefd; Jahweh houdt het voor mij verborgen, en heeft het mij niet geopenbaard.
28І каже вона: Чи я ж прохала сина в мого добродїя? Чи я ж бо не казала: Не обманюй мене?
28Nu sprak zij: Heer, heb ik u soms om een zoon gevraagd? Heb ik u niet gezegd: Misleid mij toch niet!
29І звелїв Гієзієві: Підпережи чересла твої, возьми палицю мою в руку та й іди. Коли зустрінеш кого, не вітай його, а коли хто вітати ме тебе, не дякуй! та й положи палицю мою на лице хлопяткові.
29Toen beval hij Gechazi: Omgord uw lenden, neem mijn staf in de hand, en ga hem op den jongen leggen; en als ge iemand ontmoet, groet hem niet, en wanneer men u groet, antwoord dan niet.
30Мати ж хлопчикова промовила: Як певно, що Бог живе, й як певно, що ти живеш, я не покину тебе! Тодї метнувсь він і пійшов слїдом за нею.
30Maar de moeder van den jongen zei: Zo waar Jahweh leeft en bij uw leven; ik verlaat u niet. Toen stond hij zelf op, en ging met haar mee.
31Гієзій же випередив їх, та й положив палицю на лице в хлопятка. Та не було нї голосу нї слуху. І вернувся зустріч йому й зʼясував: Хлопя не прокинулось.
31Gechazi, die hun vooruit was gegaan, legde de staf op den knaap; maar deze gaf geen geluid of teken van leven. Daarom keerde hij terug. En toen hij Eliseus tegenkwam, zei hij hem: De jongen is niet ontwaakt.
32Як же ввійшов Елисей в господу, знайшов хлопятко мертве — лежить у його на постелї.
32Nu trad Eliseus het huis binnen, en zag den jongen dood op zijn bed liggen.
33І ввійшов він, засунув двері від їх, та й молився Господеві;
33Hij ging de kamer in, deed de deur achter hen beiden toe, en bad tot Jahweh.
34Тодї нахилився над хлопятком, і притулив уста свої до його уст, очі свої до його оченят і руки свої до його рученят, та й пригорнувсь до його, й огрілось тїло в хлопятка.
34Daarna strekte hij zich uit op het kind, en legde de mond op zijn mond, de ogen op zijn ogen, en de handen op zijn handen. Zo bleef hij op hem uitgestrekt, totdat het lichaam van het kind warm was geworden.
35І знявсь ізнов, походив по сьвітлицї сюди й туди, підойшов та й схиливсь над ним. І чхнуло хлопя сїм раз, та й розкрило оченята хлопятко.
35Toen liep hij eenmaal in huis op en neer, ging weer naar boven, en strekte zich nogmaals op hem uit. Nu begon de jongen te niezen, tot zeven maal toe, en eindelijk deed hij zijn ogen open.
36І кликнув тодї Гієзія й звелїв: Поклич сюди Сунамійку. І як увійшла покликана, сказав він: Возьми синка твого.
36Eliseus riep Gechazi en sprak: Roep de Sjoenamietische. Hij riep haar, en ze kwam. En Eliseus zeide tot haar: Hier hebt ge uw zoon.
37І приступила вона й упала йому в ноги та й уклонилась до самого долу; тодї взяла синка свого й вийшла.
37Ze liep naar hem toe, zonk neer aan zijn voeten, en boog zich diep ter aarde; daarna nam ze haar kind op en ging heen.
38Елисей же пійшов знов у Галгал. А була тодї голоднеча в тій землї; ученики пророцькі седїли перед ним. І звелїв він слузї свойму: Постав найбільшого казана та й звари юшку синам пророцьким.
38Terwijl er in het land hongersnood heerste, kwam Eliseus weer eens naar Gilgal. En toen de profetenzonen bij hem zaten, beval hij zijn dienaar: Zet de grote pot op, en kook wat moes voor de profetenzonen.
39І пійшов один у поле, щоб назбірати зела, й знайшов дику вючу ростину, нарвав із неї овощів повну одежину, й прийшов та й накришив їх в котел з юшкою, бо вони незнали їх.
39Daarom ging er iemand het veld in, om groenten te zoeken. Hij vond een slingerplant op het veld, en plukte daarvan wilde komkommers, zijn mantel vol. Thuis gekomen, sneed hij ze in de pot met moes; want hij kende ze niet.
40І налили їм їсти; та скоро вони покушали юшки, закричали, кажучи: Смерть у казанї, чоловіче Божий! і не змогли їсти.
40Nu schepte men voor de mannen op; maar nauwelijks waren ze van de moes aan het eten, of ze schreeuwden het uit: Man Gods, de dood is in de pot! En ze durfden er niet meer van eten.
41Він же сказав: Принесїть лишень борошна сюди. І всипав муку в казан та й звелїв: Наливай людям, нехай їдять. І не було вже нїчого шкідного в кітлї.
41Maar Eliseus sprak: Haal wat meel! Dit wierp hij in de pot, en sprak: Schep nu op voor het volk, en laat ze er rustig van eten. En werkelijk, er was niets schadelijks meer in de pot.
42Прийшов чоловік із Баал Салиси та й принїс чоловікові Божому первоплід хлїба — двайцять ячмінних боханцїв і стовченого зерна в саквах. І звелїв Елисей: Дай людям, нехай їдять.
42Eens kwam er iemand uit Báal-Sjalisja, die voor den godsman twintig gerstebroden als eerstelingenbrood en een zak vers koren had meegebracht. Eliseus beval: Geef het aan het volk te eten.
43Слуга ж його відказав: Що тут класти перед сотнею чоловіка? Він же каже: Дай людям, нехай їдять, так бо говорить Господь: Їсти муть, та ще й зостанеться.
43Zijn dienaar antwoordde: Hoe kan ik dit nu aan honderd man voorzetten? Maar Eliseus hernam: Geef het aan het volk te eten; want zo spreekt Jahweh! Ge zult eten, en nog overhouden.
44І положив перед ними, й їли вони, ще й зісталось, по слову Господньому.
44Nu zette hij het hun voor; en toen ze gegeten hadden, hielden ze nog over, zoals Jahweh gezegd had.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.