Плач Иеремии

Old Testament

New Testament

Chapter 5

Плач Иеремии

Synodal Translation (Син…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Synodal Translation (Синодальный перевод)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Вспомни, Господи, что над нами совершилось; призри и посмотри на поругание наше.
1Gedenk toch, Jahweh, wat wij verduren, Zie toe, en aanschouw onze smaad:
2Наследие наше перешло к чужим, домы наши - к иноплеменным;
2Ons erfdeel is aan anderen vervallen, Onze huizen aan vreemden.
3мы сделались сиротами, без отца; матери наши - как вдовы.
3Wezen zijn wij, vaderloos, Als weduwen zijn onze moeders;
4Воду свою пьем за серебро, дрова наши достаются нам за деньги.
4Ons water drinken wij voor geld, Wij moeten ons eigen hout betalen.
5Нас погоняют в шею, мы работаем, и не имеем отдыха.
5Voortgezweept, met het juk om de hals, Uitgeput, maar men gunt ons geen rust!
6Протягиваем руку к Египтянам, к Ассириянам, чтобы насытиться хлебом.
6Naar Egypte steken wij de handen uit, Naar Assjoer om brood!
7Отцы наши грешили: их уже нет, а мы несем наказание за беззакония их.
7Onze vaderen hebben gezondigd: zij zijn niet meer, Wij dragen hun schuld:
8Рабы господствуют над нами, и некому избавить от руки их.
8Slaven zijn onze heersers, En niemand, die ons uit hun handen verlost.
9С опасностью жизни от меча, в пустыне достаем хлеб себе.
9Met gevaar voor ons leven halen wij brood, Voor het dreigende zwaard der woestijn;
10Кожа наша почернела, как печь, от жгучего голода.
10Onze huid is heet als een oven, Door de koorts van de honger.
11Жен бесчестят на Сионе, девиц - в городах Иудейских.
11De vrouwen worden in Sion onteerd, De maagden in de steden van Juda;
12Князья повешены руками их, лица старцев не уважены.
12Vorsten door hen opgehangen, Geen oudsten gespaard.
13Юношей берут к жерновам, и отроки падают под ношами дров.
13De jongens moeten de molensteen torsen, De knapen bezwijken onder het hout;
14Старцы уже не сидят у ворот; юноши не поют.
14Geen grijsaards meer in de poorten, Geen jonge mannen meer met hun lier.
15Прекратилась радость сердца нашего; хороводы наши обратились в сетование.
15Geen blijdschap meer voor ons hart, Onze reidans veranderd in rouw,
16Упал венец с головы нашей; горе нам, что мы согрешили!
16Gevallen de kroon van ons hoofd: Wee onzer, wij hebben gezondigd!
17От сего-то изнывает сердце наше; от сего померкли глаза наши.
17Hierom is ons hart verslagen, Staan onze ogen zo dof:
18Оттого, что опустела гора Сион, лисицы ходят по ней.
18Om de Sionsberg, die ligt verlaten, Waar enkel jakhalzen lopen.
19Ты, Господи, пребываешь во веки; престол Твой - в род и род.
19Maar Gij zetelt in eeuwigheid, Jahweh; Uw troon van geslacht tot geslacht!
20Для чего совсем забываешь нас, оставляешь нас на долгое время?
20Waarom zoudt Gij ons dan altijd vergeten, Ten einde toe ons verlaten?
21Обрати нас к Тебе, Господи, и мы обратимся; обнови дни наши, как древле.
21Ach Jahweh, breng ons tot U terug: wij willen bekeren; Maak onze dagen weer als voorheen!
22Неужели Ты совсем отверг нас, прогневался на нас безмерно?
22Neen, Gij hebt ons niet voor immer verworpen, Gij blijft op ons niet zo hevig verbolgen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.