Juízes
Chapter 14
Bíblia Portuguesa Mundia…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Sansão desceu a Timna, e viu em Timna uma mulher das filhas dos filisteus.
1Toen Samson eens naar Timna afdaalde. zag hij daar een filistijns meisje.
2Ele subiu e contou a seu pai e a sua mãe, dizendo: “Vi uma mulher em Timna, das filhas dos filisteus. Agora, portanto, consigam-na para ser minha mulher.”
2Bij zijn terugkomst vertelde hij aan zijn vader en moeder: Te Timna heb ik een filistijns meisje gezien, dat ge voor mij tot vrouw moest nemen.
3Então seu pai e sua mãe lhe disseram: “Por acaso não há mulher entre as filhas dos seus irmãos, ou entre todo o meu povo, para que você vá buscar mulher entre os filisteus incircuncisos?” Sansão disse a seu pai: “Consiga-a para mim, pois ela me agrada muito.”
3Doch zijn vader en moeder zeiden hem: Is er dan onder de dochters van uw verwanten en in heel uw volk geen vrouw te vinden, dat ge er een uit die onbesneden Filistijnen wilt nemen? Maar Samson antwoordde zijn vader: Toch moet ge haar voor mij nemen, want zij behaagt me.
4Mas seu pai e sua mãe não sabiam que isso vinha do SENHOR; pois ele buscava uma ocasião contra os filisteus. Ora, naquele tempo os filisteus dominavam sobre Israel.
4Zijn vader en moeder nu wisten niet, dat dit door Jahweh zo was beschikt, en dat Samson een aanleiding zocht, om met de Filistijnen, die in die tijd Israël overheersten, in twist te geraken.
5Então Sansão desceu a Timna com seu pai e sua mãe, e chegaram às vinhas de Timna; e eis que um leão novo veio rugindo na direção dele.
5Samson ging dus met zijn vader en moeder naar Timna. Vlak bij de wijnbergen van Timna sprong een jonge leeuw brullend op hem af.
6O Espírito do SENHOR veio poderosamente sobre ele, e ele o rasgou ao meio como quem rasga um cabrito, com as próprias mãos, mas não contou a seu pai nem a sua mãe o que havia feito.
6De geest van Jahweh grijpt hem aan, en zonder iets bij de hand te hebben, scheurt hij hem vaneen, zoals men een geitebokje vaneen scheurt. Aan zijn vader en moeder vertelde hij echter niet wat hij gedaan had.
7Ele desceu e falou com a mulher, e ela agradou muito a Sansão.
7Samson daalde verder af, sprak met de vrouw, en ze bleef hem behagen.
8Depois de algum tempo, ele voltou para tomá-la, e desviou-se do caminho para ver o cadáver do leão; e eis que havia um enxame de abelhas no corpo do leão, e mel.
8Toen hij enige tijd later terugkeerde, om haar tot vrouw te nemen, week hij wat van zijn weg af, om eens naar het kreng van den leeuw te gaan kijken; en daar zag hij in het geraamte van den leeuw een zwerm bijen en honing.
9Ele o tirou com as mãos e seguiu o seu caminho, comendo enquanto andava. Chegou a seu pai e a sua mãe, deu-lhes do mel, e eles comeram, mas não lhes contou que havia tirado o mel do corpo do leão.
9Hij haalde die er met zijn hand uit, at er onderweg van, en ging er ook zijn vader en moeder van brengen. Ze aten er van; maar hij vertelde hun niet, dat hij de honing uit het geraamte van den leeuw had gehaald.
10Seu pai desceu à casa da mulher; e Sansão deu um banquete ali, pois os jovens costumavam fazer assim.
10Toen Samson dan bij de vrouw was gekomen, bood hij een maaltijd aan; want dat was de gewoonte der jongelieden.
11Quando eles o viram, trouxeram trinta companheiros para estarem com ele.
11Maar daar men bang voor hem was, koos men dertig feestgenoten uit, om bij hem te blijven.
12Sansão lhes disse: “Deixem-me propor-lhes agora um enigma. Se puderem me dar a resposta nos sete dias do banquete, e o descobrirem, então lhes darei trinta vestes de linho e trinta mudas de roupa;
12Tot hen nu zei Samson: Ik zal u eens een raadsel opgeven. Als gij het mij gedurende de zeven dagen van het feest oplost, geef ik u dertig onder- en dertig bovenklederen;
13mas se não puderem me dar a resposta, então vocês me darão trinta vestes de linho e trinta mudas de roupa.” Eles lhe disseram: “Proponha o seu enigma, para que possamos ouvi-lo.”
13kunt ge het mij niet oplossen, dan moet ge mij dertig onder- en dertig bovenklederen geven. Ze antwoordden: Geef uw raadsel maar op; we willen het wel eens horen.
14Ele lhes disse: “Do comedor saiu comida. Do forte saiu doçura.” Eles não conseguiram decifrar o enigma em três dias.
14En hij zei hun: Uit den vraat kwam spijs te voorschijn, En zoetigheid uit den sterke! Toen ze na drie dagen het raadsel niet hadden kunnen oplossen,
15No sétimo dia, disseram à mulher de Sansão: “Persuada o seu marido a nos explicar o enigma, caso contrário, queimaremos você e a casa de seu pai com fogo. Vocês nos convidaram para nos empobrecer? Não é assim?”
15zeiden ze op de vierde dag tot Samsons vrouw: Praat eens met uw man, dat hij u de oplossing geeft; anders verbranden we u en het huis van uw vader. Of hebt ge ons soms hier uitgenodigd, om ons arm te maken?
16A mulher de Sansão chorou diante dele e disse: “Você apenas me odeia, e não me ama. Você propôs um enigma aos filhos do meu povo, e não o explicou para mim.” Ele lhe disse: “Eis que não o expliquei a meu pai nem a minha mãe; por que haveria de explicá-lo a você?”
16Nu viel Samsons vrouw hem wenend om de hals, en sprak: Ge hebt het land aan me, ge houdt niet van me; ge hebt mijn landgenoten een raadsel opgegeven, en mij wilt ge de oplossing niet zeggen. Maar hij zei haar: Zie, zelfs aan mijn vader en moeder heb ik die niet verteld, en zou ik ze u dan zeggen?
17Ela chorou diante dele os sete dias enquanto durou o banquete deles; e no sétimo dia ele lhe explicou, porque ela o pressionava severamente; e ela contou o enigma aos filhos do seu povo.
17Doch wenend bleef ze bij hem aandringen al de zeven feestdagen lang, totdat hij het haar op de zevende dag maar vertelde, omdat zij zo bij hem aanhield. Toen verklapte ze de oplossing aan haar landgenoten.
18Os homens da cidade lhe disseram no sétimo dia, antes de o sol se pôr: “O que é mais doce do que o mel? O que é mais forte do que um leão?” Ele lhes respondeu: “Se vocês não tivessem arado com a minha novilha, não teriam descoberto o meu enigma.”
18En op de zevende dag, juist toen hij de bruidskamer wilde binnengaan, zeiden hem de bewoners der stad: Wat is zoeter dan honing; Wat is sterker dan een leeuw? Hij gaf hun ten antwoord: Hadt gij niet met mijn koe geploegd, ge hadt mijn raadsel niet opgelost.
19O Espírito do SENHOR veio poderosamente sobre ele, e ele desceu a Asquelom e matou trinta homens deles. Tomou os seus despojos, e deu as mudas de roupa àqueles que haviam explicado o enigma. A sua ira se acendeu, e ele subiu para a casa de seu pai.
19Nu greep de geest van Jahweh hem aan; hij daalde naar Asjkelon af, versloeg er dertig man, beroofde hen van al wat ze hadden, en gaf hun kleren aan hen, die het raadsel hadden opgelost. Daarna ging Samson woedend heen naar het huis van zijn vader,
20Mas a mulher de Sansão foi dada ao seu companheiro, que havia sido o seu amigo.
20terwijl de vrouw van Samson aan een van zijn makkers werd gegeven, die zijn feestgenoot was geweest.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.