2 Reis
Chapter 16
Bíblia Portuguesa Mundia…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1No décimo sétimo ano de Peca, filho de Remalias, Acaz, filho de Jotão, rei de Judá, começou a reinar.
1In het zeventiende jaar der regering van Pékach, den zoon van Remaljáhoe, werd Achaz, de zoon van Jotam, koning van Juda.
2Acaz tinha vinte anos de idade quando começou a reinar, e reinou dezesseis anos em Jerusalém. Ele não fez o que era reto aos olhos do SENHOR, seu Deus, como Davi, seu pai.
2Achaz was twintig jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde zestien jaar te Jerusalem. Hij deed niet wat recht was in de ogen van Jahweh, zijn God, zoals zijn vader David,
3Mas ele andou no caminho dos reis de Israel, e até mesmo fez seu filho passar pelo fogo, de acordo com as abominações das nações que o SENHOR expulsou de diante dos filhos de Israel.
3maar volgde het wangedrag van de koningen van Israël. Zelfs heeft hij zijn zoon in het vuur geofferd volgens de afschuwelijke gebruiken van de volkeren, die Jahweh voor de Israëlieten had uitgedreven.
4Ele sacrificou e queimou incenso nos altos, nas colinas e debaixo de toda árvore verde.
4Ook offerde en brandde hij wierook op hoogten en heuvels en onder elke groene boom.
5Então Rezim, rei da Síria, e Peca, filho de Remalias, rei de Israel, subiram a Jerusalém para fazer guerra. Eles cercaram Acaz, mas não conseguiram vencê-lo.
5In zijn tijd trokken Resin, de koning van Aram, en Pekach, de zoon van Remaljanoe en koning van Israël, tegen Jerusalem op. Zij belegerden Achaz, maar konden geen overwinning op hem behalen.
6Naquele tempo, Rezim, rei da Síria, recuperou Elate para a Síria, e expulsou os judeus de Elate; e os sírios vieram para Elate, e habitam lá até o dia de hoje.
6Terzelfdertijd heroverde Resin, de koning van Aram, Elat voor de Edomieten. Hij verdreef de Judeërs uit Elat, waarop de Edomieten er zich kwamen vestigen, die er gebleven zijn tot op deze dag.
7Então Acaz enviou mensageiros a Tiglate-Pileser, rei da Assíria, dizendo: “Eu sou seu servo e seu filho. Suba e salve-me da mão do rei da Síria e da mão do rei de Israel, que se levantam contra mim.”
7Daarom zond Achaz gezanten naar koning Tiglat-Piléser van Assjoer met het verzoek: Ik ben uw dienaar en uw zoon; trek op, om mij te verlossen uit de greep van den koning van Aram en den koning van Israël, die als vijanden tegenover mij staan.
8Acaz tomou a prata e o ouro que se achavam na casa do SENHOR e nos tesouros da casa do rei, e os enviou como presente ao rei da Assíria.
8En Achaz nam het goud en het zilver, dat in de tempel van Jahweh en in de schatkamers van het koninklijk paleis lag opgeborgen, en zond het aan den koning van Assjoer ten geschenke.
9O rei da Assíria o ouviu; e o rei da Assíria subiu contra Damasco e a tomou, e levou seu povo cativo para Quir, e matou Rezim.
9De koning van Assjoer willigde zijn verzoek in, trok naar Damascus op en veroverde het; de bevolking voerde hij gevangen weg, en Resin doodde hij.
10O rei Acaz foi a Damasco para se encontrar com Tiglate-Pileser, rei da Assíria, e viu o altar que estava em Damasco; e o rei Acaz enviou ao sacerdote Urias um desenho do altar e os planos para construí-lo.
10Toen koning Achaz nu naar Damascus ging, om bij Tiglat-Pileser, den koning van Assjoer, zijn opwachting te maken, zag hij het altaar van Damascus. Hij zond er een model van aan den priester Oeri-ja, met een afbeelding van alle bijzonderheden.
11O sacerdote Urias construiu um altar. De acordo com tudo o que o rei Acaz havia enviado de Damasco, assim o sacerdote Urias o fez para a chegada do rei Acaz de Damasco.
11De priester Oeri-ja bouwde nu een altaar volgens de gegevens, die koning Achaz hem uit Damascus gezonden had, en kwam met het werk klaar, nog eer koning Achaz uit Damascus terug was.
12Quando o rei chegou de Damasco, o rei viu o altar; e o rei se aproximou do altar e ofereceu sacrifícios sobre ele.
12Toen de koning dus uit Damascus was teruggekeerd, en het altaar had bezien, trad hij toe, om op het altaar te offeren;
13Ele queimou o seu holocausto e a sua oferta de cereais, derramou a sua oferta de bebida e aspergiu o sangue das suas ofertas pacíficas sobre o altar.
13hij ontstak zijn brand- en spijsoffer, goot zijn plengoffer uit, en besprenkelde het altaar met het bloed van het vredeoffer, dat hij gebracht had.
14O altar de bronze, que estava perante o SENHOR, ele trouxe da frente da casa, de entre o seu altar e a casa do SENHOR, e o colocou no lado norte do seu altar.
14Het bronzen altaar, dat voor Jahweh was blijven staan, tussen het nieuwe altaar en de tempel, liet hij voor het tempelgebouw weghalen en aan de noordkant van het nieuwe altaar plaatsen.
15O rei Acaz ordenou ao sacerdote Urias, dizendo: “No grande altar, queime o holocausto da manhã, a oferta de cereais da tarde, o holocausto do rei e a sua oferta de cereais, com o holocausto de todo o povo da terra, a sua oferta de cereais e as suas ofertas de bebida; e asperja sobre ele todo o sangue do holocausto e todo o sangue do sacrifício; mas o altar de bronze será para eu buscar orientação.”
15Hierop gaf koning Achaz aan den priester Oeri-ja bevel: Op het grote altaar moet ge ‘s morgens het brandoffer en ‘s avonds het spijsoffer opdragen, met de brand- en spijsoffers van den koning en de brand-, spijs- en plengoffers van het gewone volk, en al het bloed van de brand- en slachtoffers er op sprenkelen. Het bronzen altaar behoud ik mij voor, om de godheid te raadplegen.
16O sacerdote Urias fez assim, de acordo com tudo o que o rei Acaz ordenou.
16En de priester Oeri-ja deed al wat koning Achaz hem bevolen had.
17O rei Acaz cortou os painéis das bases, e removeu a pia de cima delas, e tirou o mar de cima dos bois de bronze que estavam debaixo dele, e o colocou sobre um pavimento de pedra.
17Verder liet koning Achaz de panelen uit de wagentjes snijden, en nam er de waterbekkens af. Ook lichtte hij de zee van de bronzen runderen af, en zette haar op een stenen plaveisel.
18Ele removeu a passagem coberta para o sábado que haviam construído na casa, e a entrada externa do rei para a casa do SENHOR, por causa do rei da Assíria.
18Tenslotte liet hij de rustzetel, die in de tempel gebouwd was, en de buitenste koninklijke toegangspoort tot de tempel verwijderen. Dit geschiedde terwille van den koning van Assjoer.
19Ora, o restante dos atos de Acaz que ele fez, não estão escritos no livro das crônicas dos reis de Judá?
19De verdere geschiedenis van Achaz, met al wat hij deed, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda.
20Acaz dormiu com seus pais, e foi sepultado com seus pais na Cidade de Davi; e Ezequias, seu filho, reinou em seu lugar.
20Achaz ging bij zijn vaderen te ruste, en werd in de Davidstad begraven. Zijn zoon Ezekias volgde hem op.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.