Titus 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Maar gij moet verkondigen, wat in overeenstemming is met de gezonde leer.
1А ти говори шта пристоји здравој науци:
2De bejaarde mannen moeten sober zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in geloof, liefde en geduld.
2Старцима да буду трезни, поштени, чисти, здрави у вери, у љубави, у трпљењу;
3Eveneens moeten bejaarde vrouwen zich gedragen, zoals het heiligen betaamt; ze moeten geen lastertongen zijn en niet verslaafd aan de wijn, maar ze moeten het goede voorbeeld geven.
3старицама, такође, да живе као што се пристоји светима, да не буду опадљиве, да се не предају врло вину, да уче добру,
4Want aan de jonge vrouwen moeten ze leren, bezonnen te zijn, haar mannen en kinderen lief te hebben;
4да уче младе да љубе мужеве, да љубе децу,
5zich te beheersen, kuis te zijn, huishoudelijk en goedig; onderdanig ook aan haar mannen, opdat Gods woord niet gelasterd wordt.
5да буду поштене, чисте, добре домаћице, благе, покорне својим мужевима, да се не хули на реч Божију.
6Vermaan eveneens de jonge mannen, zich in alles te beheersen;
6Тако и младиће саветуј да буду поштени.
7toon hun uw eigen voorbeeld van goede werken, zuiverheid in de leer, eerbaarheid,
7А у свему сам себе подај за углед добрих дела, у науци целост, поштење,
8gezonde, onberispelijke taal, zodat de tegenstander beschaamd mag staan, daar hij van ons geen kwaad kan zeggen.
8реч здраву, незазорну: да се посрами онај који се противи, не имајући ништа зло говорити за нас.
9De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn en voorkómend in alles; ze moeten niet tegenspreken,
9Слуге да слушају своје господаре, да буду угодни у свачему, да не одговарају,
10niet oneerlijk zijn, maar steeds zich goed betrouwbaar tonen, opdat ze in ieder opzicht de leer van God onzen Zaligmaker tot sieraad strekken.
10да не краду, него у свачему да показују добру веру, да науку Спаситеља нашег Бога украшују у свачему.
11Want Gods genade is verschenen, redding brengend aan alle mensen.
11Јер се показа благодат Божја која спасава све људе,
12Zij voedt ons op, om goddeloosheid te verzaken en wereldse begeerlijkheid; om ingetogen, rechtschapen, godvruchtig in deze wereld te leven;
12учећи нас да се одрекнемо безбожности и жеља овог света, и да поштено и праведно и побожно поживимо на овом свету,
13om de zalige hoop te verwachten en de openbaring der glorie van onzen groten God en Zaligmaker Christus Jesus.
13чекајући блажену наду и јављање славе великог Бога и Спаса нашег Исуса Христа,
14Hij heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheid te verlossen, en ons te reinigen als zijn eigen volk, vol van ijver in goede werken.
14који је дао себе за нас да нас избави од сваког безакоња, и да очисти себи народ избрани који чезне за добрим делима.
15Zó moet ge spreken, vermanen en straffen met volle gezag; niemand mag minachtend op u neerzien.
15Ово говори, и саветуј, и карај са сваком заповешћу да те нико не презире.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.