Titus 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Maar gij moet verkondigen, wat in overeenstemming is met de gezonde leer.
1But speak thou the things which become sound doctrine:
2De bejaarde mannen moeten sober zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in geloof, liefde en geduld.
2That the aged men be sober, grave, temperate, sound in faith, in charity, in patience.
3Eveneens moeten bejaarde vrouwen zich gedragen, zoals het heiligen betaamt; ze moeten geen lastertongen zijn en niet verslaafd aan de wijn, maar ze moeten het goede voorbeeld geven.
3The aged women likewise, that they be in behaviour as becometh holiness, not false accusers, not given to much wine, teachers of good things;
4Want aan de jonge vrouwen moeten ze leren, bezonnen te zijn, haar mannen en kinderen lief te hebben;
4That they may teach the young women to be sober, to love their husbands, to love their children,
5zich te beheersen, kuis te zijn, huishoudelijk en goedig; onderdanig ook aan haar mannen, opdat Gods woord niet gelasterd wordt.
5To be discreet, chaste, keepers at home, good, obedient to their own husbands, that the word of God be not blasphemed.
6Vermaan eveneens de jonge mannen, zich in alles te beheersen;
6Young men likewise exhort to be sober minded.
7toon hun uw eigen voorbeeld van goede werken, zuiverheid in de leer, eerbaarheid,
7In all things shewing thyself a pattern of good works: in doctrine shewing uncorruptness, gravity, sincerity,
8gezonde, onberispelijke taal, zodat de tegenstander beschaamd mag staan, daar hij van ons geen kwaad kan zeggen.
8Sound speech, that cannot be condemned; that he that is of the contrary part may be ashamed, having no evil thing to say of you.
9De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn en voorkómend in alles; ze moeten niet tegenspreken,
9Exhort servants to be obedient unto their own masters, and to please them well in all things ; not answering again;
10niet oneerlijk zijn, maar steeds zich goed betrouwbaar tonen, opdat ze in ieder opzicht de leer van God onzen Zaligmaker tot sieraad strekken.
10Not purloining, but shewing all good fidelity; that they may adorn the doctrine of God our Saviour in all things.
11Want Gods genade is verschenen, redding brengend aan alle mensen.
11For the grace of God that bringeth salvation hath appeared to all men,
12Zij voedt ons op, om goddeloosheid te verzaken en wereldse begeerlijkheid; om ingetogen, rechtschapen, godvruchtig in deze wereld te leven;
12Teaching us that, denying ungodliness and worldly lusts, we should live soberly, righteously, and godly, in this present world;
13om de zalige hoop te verwachten en de openbaring der glorie van onzen groten God en Zaligmaker Christus Jesus.
13Looking for that blessed hope, and the glorious appearing of the great God and our Saviour Jesus Christ;
14Hij heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheid te verlossen, en ons te reinigen als zijn eigen volk, vol van ijver in goede werken.
14Who gave himself for us, that he might redeem us from all iniquity, and purify unto himself a peculiar people, zealous of good works.
15Zó moet ge spreken, vermanen en straffen met volle gezag; niemand mag minachtend op u neerzien.
15These things speak, and exhort, and rebuke with all authority. Let no man despise thee.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.