Romeinen 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Hoe heeft dan, naar onze redenering, Abraham, onze Vader naar het vlees, de gerechtigheid verkregen?
1Что же, скажем, Авраам, отец наш, приобрел по плоти?
2Wanneer Abraham gerechtvaardigd is op grond van zijn werken, dan inderdaad kan hij roemen. Maar hij kan dit niet tegenover God.
2Если Авраам оправдался делами, он имеет похвалу, но не пред Богом.
3Want wat zegt de Schrift? “Abraham heeft in God geloofd, en dit werd hem als gerechtigheid toegerekend.”
3Ибо что говорит Писание? Поверил Авраам Богу, и это вменилось ему в праведность.
4Welnu, wanneer iemand werkt, dan wordt hem het loon niet toegerekend als gunst, maar volgens recht;
4Воздаяние делающему вменяется не по милости, но по долгу.
5maar wanneer iemand niet werkt, doch in Hem gelooft, die den goddeloze rechtvaardig maakt, dan wordt zijn geloof hem als gerechtigheid toegerekend.
5А не делающему, но верующему в Того, Кто оправдывает нечестивого, вера его вменяется в праведность.
6Zó ook prijst David den mens zalig, wien God gerechtigheid toerekent zonder werken:
6Так и Давид называет блаженным человека, которому Бог вменяет праведность независимо от дел:
7“Gelukkig zij, wier ongerechtigheden zijn vergeven, En wier zonden zijn bedekt.
7Блаженны, чьи беззакония прощены и чьи грехи покрыты.
8Gelukkig de mens, wien de Heer de zonde niet toerekent.”
8Блажен человек, которому Господь не вменит греха.
9Geldt nu deze zaligspreking de besnedenen of ook de onbesnedenen? We houden immers vol: “Aan Abraham werd het geloof als gerechtigheid toegerekend”.
9Блаженство сие относится к обрезанию или к необрезанию? Мы говорим, что Аврааму вера вменилась в праведность.
10In welke staat dan is het hem toegerekend; besneden of onbesneden? Niet toen hij besneden, maar toen hij onbesneden was;
10Когда вменилась? По обрезании или до обрезания? Не по обрезании, а до обрезания.
11het teken der besnijdenis ontving hij slechts als bezegeling van de gerechtigheid door het geloof, die hij vóór de besnijdenis had ontvangen. Zó is hij de Vader geworden van allen, die geloven zonder besneden te zijn, opdat ook hùn de gerechtigheid zou worden toegerekend;
11И знак обрезания он получил, как печать праведности через веру, которую имел в необрезании, так что он стал отцом всех верующих в необрезании, чтобы и им вменилась праведность,
12maar ook de Vader van de besnedenen, die niet enkel besneden zijn, doch ook het geloof navolgen, dat onze vader Abraham vóór zijn besnijdenis bezat.
12и отцом обрезанных, не только принявших обрезание, но и ходящих по следам веры отца нашего Авраама, которую имел он в необрезании.
13Neen, niet ter wille van de Wet, maar terwille. van de gerechtigheid des geloofs is aan Abraham en zijn kroost de Belofte gedaan, dat hij de wereld zou erven.
13Ибо не законом даровано Аврааму или семени его обетование - быть наследником мира, но праведностью веры.
14Want wanneer zij erfgenamen waren geweest uit kracht van de Wet, dan was het geloof waardeloos en de Belofte zonder gevolg;
14Если утверждающиеся на законе суть наследники, то тщетна вера, бездейственно обетование;
15de Wet toch verwekt toorn, maar waar geen wet is, daar is ook geen overtreding.
15ибо закон производит гнев, потому что, где нет закона, нет и преступления.
16Dus zijn ze het uit kracht van het geloof, opdat ze het zouden wezen uit genade, en opdat de Belofte aan heel het nageslacht verzekerd zou zijn: niet alleen aan hen, die uit de Wet, maar ook aan hen, die uit het geloof van Abraham stammen. Hij is ons aller Vader,
16Итак по вере, чтобы было по милости, дабы обетование было непреложно для всех, не только по закону, но и по вере потомков Авраама, который есть отец всем нам
17zoals geschreven staat: “Tot een vader van vele volken heb ik u gesteld,” juist omdat hij geloofde in God, die de doden ten leven verwekt en bij name noemt wat niet bestaat, als was het er reeds.
17как написано: Я поставил тебя отцом многих народов пред Богом, Которому он поверил, животворящим мертвых и называющим несуществующее как существующее.
18Hij heeft tegen alle hoop in toch geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, zoals was gezegd: “Zo talrijk zal uw nakroost zijn”.
18Он, сверх надежды, поверил с надеждою, через что сделался отцом многих народов, по сказанному: “Так многочисленно будет семя твое”.
19En zonder in het geloof te verflauwen, peinsde hij over zijn eigen uitgeleefd lichaam, hij was reeds ongeveer honderd jaar oud, -en over Sara’s dode schoot.
19И, не изнемогши в вере, он не помышлял, что тело его, почти столетнего, уже омертвело и утроба Саррина в омертвении;
20Neen, hij heeft niet door ongeloof aan Gods belofte getwijfeld, maar hij werd in zijn geloof nog versterkt, gaf eer aan God,
20не поколебался в обетовании Божием неверием, но пребыл тверд в вере, воздав славу Богу
21en bleef ten volle overtuigd, dat Deze machtig is, om te verwezenlijken, wat Hij beloofd heeft.
21и будучи вполне уверен, что Он силен и исполнить обещанное.
22Dit werd hem dan ook tot gerechtigheid toegerekend.
22Потому и вменилось ему в праведность.
23Maar het is niet om hèm alleen, dat er geschreven staat: “het werd hem toegerekend,”
23А впрочем, не в отношении к нему одному написано, что вменилось ему,
24doch ook terwille van ons, wien het toegerekend zal worden, zo we geloven in Hem, die Jesus uit de doden heeft opgewekt; onzen Heer,
24но и в отношении к нам; вменится и нам, верующим в Того, Кто воскресил из мертвых Иисуса Христа, Господа нашего,
25die overgeleverd werd om onze ongerechtigheden, en opgewekt om onze rechtvaardiging.
25Который предан за грехи наши и воскрес для оправдания нашего.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.