Apokalyps
Chapter 19
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Douay-Rheims Bible…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Daarna hoorde ik een machtige stem als van een talrijke schare in de hemel, die riep: Alleluja! Het heil, de glorie en macht Behoren onzen God;
1After these things I heard as it were the voice of much people in heaven, saying: Alleluia. Salvation, and glory, and power is to our God.
2Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen! De grote Boeleerster heeft Hij geoordeeld, Haar, die de aarde bedierf door haar ontucht: Hij heeft het bloed van zijn dienaars opgeëist uit haar hand!
2For true and just are his judgments, who hath judged the great harlot which corrupted the earth with her fornication, and hath revenged the blood of his servants, at her hands.
3En ze herhaalden: Alleluja! Haar rook stijgt op in de eeuwen der eeuwen!
3And again they said: Alleluia. And her smoke ascendeth for ever and ever.
4En de vier en twintig Oudsten en de vier Dieren vielen neer, aanbaden God, die op de troon is gezeten, en antwoordden: Amen! Alleluja!
4And the four and twenty ancients, and the four living creatures fell down and adored God that sitteth upon the throne, saying: Amen; Alleluia.
5Toen ging er een stem uit van de troon, en deze sprak: Looft onzen God, Gij allen, zijn dienaars, Gij die Hem vreest, Kleinen en groten!
5And a voice came out from the throne, saying: Give praise to our God, all ye his servants; and you that fear him, little and great.
6En ik hoorde als het gejuich van een talrijke schare, als het geruis van vele wateren, als het rollen van geweldige donder: Alleluja! Want de Heer, onze God, De Almachtige heeft zijn koningschap aanvaard!
6And I heard as it were the voice of a great multitude, and as the voice of many waters, and as the voice of great thunders, saying, Alleluia: for the Lord our God the Almighty hath reigned.
7Laat ons blij zijn en juichen, En Hem de glorie geven! Want gekomen is de bruiloft van het Lam, En zijn Vrouw heeft er zich toe bereid;
7Let us be glad and rejoice, and give glory to him; for the marriage of the Lamb is come, and his wife hath prepared herself.
8In blinkend rein lijnwaad mag ze zich kleden, In lijnwaad: de gerechtige werken der heiligen.
8And it is granted to her that she should clothe herself with fine linen, glittering and white. For the fine linen are the justifications of saints.
9Toen sprak hij tot mij: Schrijf op! Zalig zij, die geroepen zijn tot het Bruiloftsmaal van het Lam. En hij vervolgde: Dit zijn de waarachtige woorden van God!
9And he said to me: Write: Blessed are they that are called to the marriage supper of the Lamb. And he saith to me: These words of God are true.
10Toen viel ik voor zijn voeten neer, om hem te aanbidden. Maar hij sprak tot mij: Houd op! Ik ben uw mededienstknecht, en die uwer broeders, die de getuigenis van Jesus bezitten. Gòd moet gij aanbidden! Want de getuigenis van Jesus is de geest der profetie.
10And I fell down before his feet, to adore him. And he saith to me: See thou do it not: I am thy fellow servant, and of thy brethren, who have the testimony of Jesus. Adore God. For the testimony of Jesus is the spirit of prophecy.
11Toen zag ik de hemel geopend, en zie: Een wit paard. En Die er op was gezeten, wordt “Getrouwe en Waarachtige” genoemd; met rechtvaardigheid leidt Hij het oordeel, en voert Hij de strijd.
11And I saw heaven opened, and behold a white horse; and he that sat upon him was called faithful and true, and with justice doth he judge and fight.
12Zijn ogen waren als een vuurvlam; op zijn hoofd waren talrijke kronen. Hij droeg een Naam, die niemand verstaat dan Hijzelf.
12And his eyes were as a flame of fire, and on his head were many diadems, and he had a name written, which no man knoweth but himself.
13Hij was omhangen met een kleed, gedrenkt in bloed. Zijn Naam wordt geheten: “Het Woord van God!”
13And he was clothed with a garment sprinkled with blood; and his name is called, THE WORD OF GOD.
14Op witte rossen volgen Hem de legerscharen des hemels, gekleed in lijnwaad, wit en rein.
14And the armies that are in heaven followed him on white horses, clothed in fine linen, white and clean.
15En uit zijn mond kwam een scherp zwaard te voorschijn, om er de volkeren mee te treffen. Hij zal ze weiden met ijzeren staf; Hij zelf treedt de perskuip van de grimmige toorn van den almachtigen God.
15And out of his mouth proceedeth a sharp two edged sword; that with it he may strike the nations. And he shall rule them with a rod of iron; and he treadeth the winepress of the fierceness of the wrath of God the Almighty.
16En op zijn kleed en op zijn heup draagt Hij de Naam geschreven: “Koning der koningen, en Heer der heren”.
16And he hath on his garment, and on his thigh written: KING OF KINGS, AND LORD OF LORDS.
17En ik zag een engel staan in de zon; hij riep met machtige stem al de vogels toe, die vliegen hoog in de lucht: Hierheen! Verzamelt u aan de grote maaltijd van God,
17And I saw an angel standing in the sun, and he cried with a loud voice, saying to all the birds that did fly through the midst of heaven: Come, gather yourselves together to the great supper of God:
18Om het vlees van koningen te eten! Het vlees van krijgsoversten en machtigen, Het vlees van paarden en ruiters, Het vlees van alle vrijen en slaven, Van alle kleinen en groten!
18That you may eat the flesh of kings, and the flesh of tribunes, and the flesh of mighty men, and the flesh of horses, and of them that sit on them, and the flesh of all freemen and bondmen, and of little and of great.
19Toen zag ik het Beest en de koningen der aarde met hun legerscharen, die zich hadden verzameld, om strijd te voeren met Hem, die op het paard was gezeten, en met zijn legermacht.
19And I saw the beast, and the kings of the earth, and their armies gathered together to make war with him that sat upon the horse, and with his army.
20En gegrepen werd het Beest, en met hem de valse profeet, die onder zijn ogen de wonderen verricht had, waarmee hij hèn had verleid, die het teken van het Beest hadden aanvaard en zijn beeld hadden aanbeden: Levend werden beiden in de vuurpoel geworpen, met zwavel gestookt.
20And the beast was taken, and with him the false prophet, who wrought signs before him, wherewith he seduced them who received the character of the beast, and who adored his image. These two were cast alive into the pool of fire, burning with brimstone.
21En de overigen werden gedood met het zwaard uit de mond van Hem, die op het paard was gezeten; en alle vogels vraten zich zat aan hun vlees.
21And the rest were slain by the sword of him that sitteth upon the horse, which proceedeth out of his mouth; and all the birds were filled with their flesh.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.