Apokalyps 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Daarna hoorde ik een machtige stem als van een talrijke schare in de hemel, die riep: Alleluja! Het heil, de glorie en macht Behoren onzen God;
1After this I heard a sound like the roar of a great multitude in heaven, shouting: “Hallelujah! Salvation and glory and power belong to our God!
2Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen! De grote Boeleerster heeft Hij geoordeeld, Haar, die de aarde bedierf door haar ontucht: Hij heeft het bloed van zijn dienaars opgeëist uit haar hand!
2For His judgments are true and just. He has judged the great prostitute who corrupted the earth with her immorality. He has avenged the blood of His servants that was poured out by her hand.”
3En ze herhaalden: Alleluja! Haar rook stijgt op in de eeuwen der eeuwen!
3And a second time they called out: “Hallelujah! Her smoke rises forever and ever.”
4En de vier en twintig Oudsten en de vier Dieren vielen neer, aanbaden God, die op de troon is gezeten, en antwoordden: Amen! Alleluja!
4And the twenty-four elders and the four living creatures fell down and worshiped God who sits on the throne, saying: “Amen, Hallelujah!”
5Toen ging er een stem uit van de troon, en deze sprak: Looft onzen God, Gij allen, zijn dienaars, Gij die Hem vreest, Kleinen en groten!
5Then a voice came from the throne, saying: “Praise our God, all you who serve Him, and those who fear Him, small and great alike!”
6En ik hoorde als het gejuich van een talrijke schare, als het geruis van vele wateren, als het rollen van geweldige donder: Alleluja! Want de Heer, onze God, De Almachtige heeft zijn koningschap aanvaard!
6And I heard a sound like the roar of a great multitude, like the rushing of many waters, and like a mighty rumbling of thunder, crying out: “Hallelujah! For the Lord our God the Almighty reigns.
7Laat ons blij zijn en juichen, En Hem de glorie geven! Want gekomen is de bruiloft van het Lam, En zijn Vrouw heeft er zich toe bereid;
7Let us rejoice and be glad and give Him the glory. For the marriage of the Lamb has come, and His bride has made herself ready.
8In blinkend rein lijnwaad mag ze zich kleden, In lijnwaad: de gerechtige werken der heiligen.
8She was given clothing of fine linen, bright and pure.” For the fine linen she wears is the righteous acts of the saints.
9Toen sprak hij tot mij: Schrijf op! Zalig zij, die geroepen zijn tot het Bruiloftsmaal van het Lam. En hij vervolgde: Dit zijn de waarachtige woorden van God!
9Then the angel told me to write, “Blessed are those who are invited to the marriage supper of the Lamb.” And he said to me, “These are the true words of God.”
10Toen viel ik voor zijn voeten neer, om hem te aanbidden. Maar hij sprak tot mij: Houd op! Ik ben uw mededienstknecht, en die uwer broeders, die de getuigenis van Jesus bezitten. Gòd moet gij aanbidden! Want de getuigenis van Jesus is de geest der profetie.
10So I fell at his feet to worship him. But he told me, “Do not do that! I am a fellow servant with you and your brothers who rely on the testimony of Jesus. Worship God! For the testimony of Jesus is the spirit of prophecy.”
11Toen zag ik de hemel geopend, en zie: Een wit paard. En Die er op was gezeten, wordt “Getrouwe en Waarachtige” genoemd; met rechtvaardigheid leidt Hij het oordeel, en voert Hij de strijd.
11Then I saw heaven standing open, and there before me was a white horse. And its rider is called Faithful and True. With righteousness He judges and wages war.
12Zijn ogen waren als een vuurvlam; op zijn hoofd waren talrijke kronen. Hij droeg een Naam, die niemand verstaat dan Hijzelf.
12He has eyes like blazing fire, and many royal crowns on His head. He has a name written on Him that only He Himself knows.
13Hij was omhangen met een kleed, gedrenkt in bloed. Zijn Naam wordt geheten: “Het Woord van God!”
13He is dressed in a robe dipped in blood, and His name is The Word of God.
14Op witte rossen volgen Hem de legerscharen des hemels, gekleed in lijnwaad, wit en rein.
14The armies of heaven, dressed in fine linen, white and pure, follow Him on white horses.
15En uit zijn mond kwam een scherp zwaard te voorschijn, om er de volkeren mee te treffen. Hij zal ze weiden met ijzeren staf; Hij zelf treedt de perskuip van de grimmige toorn van den almachtigen God.
15And from His mouth proceeds a sharp sword with which to strike down the nations, and He will rule them with an iron scepter. He treads the winepress of the fury of the wrath of God the Almighty.
16En op zijn kleed en op zijn heup draagt Hij de Naam geschreven: “Koning der koningen, en Heer der heren”.
16And He has a name written on His robe and on His thigh: KING OF KINGS AND LORD OF LORDS.
17En ik zag een engel staan in de zon; hij riep met machtige stem al de vogels toe, die vliegen hoog in de lucht: Hierheen! Verzamelt u aan de grote maaltijd van God,
17Then I saw an angel standing in the sun, and he cried out in a loud voice to all the birds flying overhead, “Come, gather together for the great supper of God,
18Om het vlees van koningen te eten! Het vlees van krijgsoversten en machtigen, Het vlees van paarden en ruiters, Het vlees van alle vrijen en slaven, Van alle kleinen en groten!
18so that you may eat the flesh of kings and commanders and mighty men, of horses and riders, of everyone slave and free, small and great.”
19Toen zag ik het Beest en de koningen der aarde met hun legerscharen, die zich hadden verzameld, om strijd te voeren met Hem, die op het paard was gezeten, en met zijn legermacht.
19Then I saw the beast and the kings of the earth with their armies assembled to wage war against the One seated on the horse, and against His army.
20En gegrepen werd het Beest, en met hem de valse profeet, die onder zijn ogen de wonderen verricht had, waarmee hij hèn had verleid, die het teken van het Beest hadden aanvaard en zijn beeld hadden aanbeden: Levend werden beiden in de vuurpoel geworpen, met zwavel gestookt.
20But the beast was captured along with the false prophet, who on its behalf had performed signs deceiving those who had the mark of the beast and worshiped its image. Both the beast and the false prophet were thrown alive into the fiery lake of burning sulfur.
21En de overigen werden gedood met het zwaard uit de mond van Hem, die op het paard was gezeten; en alle vogels vraten zich zat aan hun vlees.
21And the rest were killed with the sword that proceeded from the mouth of the One seated on the horse. And all the birds gorged themselves on their flesh.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.