Apokalyps
Chapter 18
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Douay-Rheims Bible…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Daarna zag ik een anderen engel uit de hemel nederdalen, toegerust met grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn luister.
1And after these things, I saw another angel come down from heaven, having great power: and the earth was enlightened with his glory.
2Hij riep met machtige stem, en hij sprak: Gevallen, gevallen het grote Bábylon! Het is een woonplaats van duivels geworden, Een schuiloord van allerlei onreine geesten, Een toevlucht van allerlei onreine, afschuwelijke vogels.
2And he cried out with a strong voice, saying: Babylon the great is fallen, is fallen; and is become the habitation of devils, and the hold of every unclean spirit, and the hold of every unclean and hateful bird:
3Want alle volken hebben de driftwijn harer ontucht gedronken, De koningen der aarde hebben met haar geboeleerd; De kooplieden der aarde hebben zich verrijkt Door haar ontzaglijke weelde.
3Because all nations have drunk of the wine of the wrath of her fornication; and the kings of the earth have committed fornication with her; and the merchants of the earth have been made rich by the power of her delicacies.
4Toen hoorde ik een andere stem uit de hemel, die sprak: Gaat uit van haar, o mijn volk! Om geen deel te nemen aan haar zonden, En geen deel te krijgen van haar plagen.
4And I heard another voice from heaven, saying: Go out from her, my people; that you be not partakers of her sins, and that you receive not of her plagues.
5Want tot de hemel zijn opgestapeld haar zonden, En God gedenkt haar ongerechtigheid.
5For her sins have reached unto heaven, and the Lord hath remembered her iniquities.
6Zet haar betaald, zoals zij betaald heeft, Geeft haar het dubbele terug van haar werken. In de beker, waarin zij gemengd heeft, Mengt haar het dubbele terug.
6Render to her as she also hath rendered to you; and double unto her double according to her works: in the cup wherein she hath mingled, mingle ye double unto her.
7In zoveel glorie en weelde zij baadde, Geeft haar evenveel kwelling en rouw. Omdat ze zegt in haar hart: “Ik troon als koningin, Ben geen weduwe, en ken geen rouw;”
7As much as she hath glorified herself, and lived in delicacies, so much torment and sorrow give ye to her; because she saith in her heart: I sit a queen, and am no widow; and sorrow I shall not see.
8Daarom zullen op één dag haar plagen komen: Dood en rouw en hongersnood, En met vuur zal ze worden verbrand; Want God de Heer, die haar oordeelt, is machtig!
8Therefore shall her plagues come in one day, death, and mourning, and famine, and she shall be burnt with the fire; because God is strong, who shall judge her.
9En de koningen der aarde, die met haar ontucht hebben bedreven en in weelde gebaad, ze zullen wenen en klagen over haar, als ze de rook aanschouwen van haar brand.
9And the kings of the earth, who have committed fornication, and lived in delicacies with her, shall weep, and bewail themselves over her, when they shall see the smoke of her burning:
10Van verre zullen ze blijven staan uit vrees voor haar plagen, en roepen: Wee, Wee, de grote stad, Bábylon, de machtige stad; In één uur is uw oordeel gekomen!
10Standing afar off for fear of her torments, saying: Alas! alas! that great city Babylon, that mighty city: for in one hour is thy judgment come.
11Ook de kooplieden der aarde zullen wenen en klagen over haar, omdat niemand hun lading meer koopt:
11And the merchants of the earth shall weep, and mourn over her: for no man shall buy their merchandise any more.
12Lading van goud en van zilver, van edelstenen en paarlen, Van fijn linnen en purper, van zijde en scharlaken, Allerlei reukhout en allerlei werk van ivoor, Van het kostbaarste hout, van koper, ijzer en marmer.
12Merchandise of gold and silver, and precious stones; and of pearls, and fine linen, and purple, and silk, and scarlet, and all thyine wood, and all manner of vessels of ivory, and all manner of vessels of precious stone, and of brass, and of iron, and of marble,
13Kaneel en geurige zalf, reukwerk, balsem en wierook, Wijn, olie, meelbloem en tarwe; Runderen en schapen, paarden en wagens, Mensen-lichamen en mensen-zielen.
13And cinnamon, and odours, and ointment, and frankincense, and wine, and oil, and fine flour, and wheat, and beasts, and sheep, and horses, and chariots, and slaves, and souls of men.
14Het ooft, waar uw ziel naar smacht, ging van u heen, Met alles, wat schittert en blinkt; Het is voor u verloren gegaan, En nimmermeer zal men het vinden.
14And the fruits of the desire of thy soul are departed from thee, and all fat and goodly things are perished from thee, and they shall find them no more at all.
15De handelaars in al deze dingen, die door haar zijn rijk geworden, zullen van verre blijven staan uit vrees voor haar plagen, en zullen roepen, wenend en klagend:
15The merchants of these things, who were made rich, shall stand afar off from her, for fear of her torments, weeping and mourning.
16Wee, Wee, de grote stad, Die gekleed was in linnen, purper, scharlaken, Gesmukt met goud, edelstenen en paarlen:
16And saying: Alas! alas! that great city, which was clothed with fine linen, and purple, and scarlet, and was gilt with gold, and precious stones, and pearls.
17In één uur is al die rijkdom verwoest! En alle stuurlieden, kustvaarders, scheepsvolk, en al wie zee bouwt, ook zij zullen van verre blijven staan,
17For in one hour are so great riches come to nought; and every shipmaster, and all that sail into the lake, and mariners, and as many as work in the sea, stood afar off.
18en roepen bij het zien van de rook van haar brand: “Welke stad is gelijk aan die Grote?”
18And cried, seeing the place of her burning, saying: What city is like to this great city?
19En ze zullen stof op hun hoofden strooien, en roepen wenend en klagend: Wee, Wee, de grote stad, Waarin allen, die schepen bezitten op zee, Rijk zijn geworden door haar weelde: Want in één uur werd ze verwoest!
19And they cast dust upon their heads, and cried, weeping and mourning, saying: Alas! alas! that great city, wherein all were made rich, that had ships at sea, by reason of her prices: for in one hour she is made desolate.
20Maar gij, hemel, verheug u om haar, gij heiligen, apostelen, profeten; want God heeft aan haar uw vonnis voltrokken!
20Rejoice over her, thou heaven, and ye holy apostles and prophets; for God hath judged your judgment on her.
21Toen hief een machtige engel een steen op, groot als een molensteen; hij wierp hem in zee, en hij sprak: Zó zal met één slag Bábylon worden neergeworpen, De grote stad; Men zal haar nimmermeer vinden!
21And a mighty angel took up a stone, as it were a great millstone, and cast it into the sea, saying: With such violence as this shall Babylon, that great city, be thrown down, and shall be found no more at all.
22Geen muziek van citerspelers en muzikanten, Van fluitspelers en trompetters zal in u worden gehoord, Geen beoefenaar van enige kunst In u nog worden gevonden, Het geluid van een molen zal nooit meer worden gehoord,
22And the voice of harpers, and of musicians, and of them that play on the pipe, and on the trumpet, shall no more be heard at all in thee; and no craftsman of any art whatsoever shall be found any more at all in thee; and the sound of the mill shall be heard no more at all in thee;
23Het licht ener lamp nooit meer in u schijnen, De stem van bruidegom en bruid Nooit meer in u worden vernomen. Want uw kooplieden waren de groten der aarde, En door uw toverdrank werden alle volkeren verleid;
23And the light of the lamp shall shine no more at all in thee; and the voice of the bridegroom and the bride shall be heard no more at all in thee: for thy merchants were the great men of the earth, for all nations have been deceived by thy enchantments.
24In haar werd het bloed van profeten en heiligen gevonden, Van allen, die vermoord zijn op aarde.
24And in her was found the blood of prophets and of saints, and of all that were slain upon the earth.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.