Jesaja 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Want zie, de Heer, Jahweh der heirscharen, Neemt van Jerusalem weg en van Juda Alle steun en alle stut, Alle verkwikking van brood en van water;
1כי הנה האדון יהוה צבאות מסיר מירושלם ומיהודה משען ומשענה כל משען לחם וכל משען מים׃
2Held, krijgsman en rechter, Profeet, waarzegger en oudste,
2גבור ואיש מלחמה שופט ונביא וקסם וזקן׃
3Hoofdman, adel en raadsheer, Tovenaar en bezweerder.
3שר חמשים ונשוא פנים ויועץ וחכם חרשים ונבון לחש׃
4Tot vorsten stel Ik knapen aan, En kinderen zullen over hen heersen:
4ונתתי נערים שריהם ותעלולים ימשלו בם׃
5Dan zal het volk beginnen te vechten, Man tegen man, En vriend tegen vriend; Kwajongens vallen grijsaards aan, En vlegels mannen van aanzien;
5ונגש העם איש באיש ואיש ברעהו ירהבו הנער בזקן והנקלה בנכבד׃
6Ja, de ene broer stormt los op den ander! De eigen familie zal zeggen: Gij hebt nog een mantel; Wees dus ons hoofd, En neem deze puinen onder uw hoede.
6כי יתפש איש באחיו בית אביו שמלה לכה קצין תהיה לנו והמכשלה הזאת תחת ידך׃
7Maar de ander schreeuwt het uit op die dag: Ik wil de meester niet zijn, Ik heb geen brood en geen kleren in huis; Plaats mij niet aan het hoofd van het volk!
7ישא ביום ההוא לאמר לא אהיה חבש ובביתי אין לחם ואין שמלה לא תשימני קצין עם׃
8Ja, Jerusalem wankelt, En Juda valt! Want hun woord en hun daden zijn tegen Jahweh gericht, Om de blik van zijn Majesteit te tarten.
8כי כשלה ירושלם ויהודה נפל כי לשונם ומעלליהם אל יהוה למרות עני כבודו׃
9Hun onbeschaamd gezicht klaagt ze aan, Als Sodoma lopen ze openlijk met hun zonden te koop: Wee over hen; Want ze bereiden hun eigen verderf!
9הכרת פניהם ענתה בם וחטאתם כסדם הגידו לא כחדו אוי לנפשם כי גמלו להם רעה׃
10Heil den rechtvaardige, want hém gaat het goed: Hij eet de vrucht van zijn werken;
10אמרו צדיק כי טוב כי פרי מעלליהם יאכלו׃
11Maar wee den boze, want hèm gaat het slecht: Hij zal krijgen wat hij verdiende.
11אוי לרשע רע כי גמול ידיו יעשה לו׃
12Mijn volk wordt door uitzuigers verdrukt, En door afpersers gedrild; Mijn volk: die u leiden, zijn uw misleiders, Die u de weg moeten wijzen, laten u dolen.
12עמי נגשיו מעולל ונשים משלו בו עמי מאשריך מתעים ודרך ארחתיך בלעו׃
13Daar richt Jahweh zich op, om vonnis te vellen, Staat gereed, om zijn volk te gaan richten;
13נצב לריב יהוה ועמד לדין עמים׃
14Daar komt Jahweh ten oordeel Tegen de oudsten, tegen de vorsten van zijn volk: Gij hebt de wijngaard gestolen, De buit der armen in uw huizen gesleept;
14יהוה במשפט יבוא עם זקני עמו ושריו ואתם בערתם הכרם גזלת העני בבתיכם׃
15Met welk recht vertrapt ge mijn volk, verschopt ge den arme, Is de godsspraak des Heren, van Jahweh der heirscharen!
15מלכם תדכאו עמי ופני עניים תטחנו נאם אדני יהוה צבאות׃
16En Jahweh spreekt: Omdat de dochters van Sion zo trots zijn, Rondlopen met het hoofd in de nek, En met lonkende ogen, Met trippelende pasjes, Met rinkelende ringen aan haar voeten:
16ויאמר יהוה יען כי גבהו בנות ציון ותלכנה נטוות גרון ומשקרות עינים הלוך וטפוף תלכנה וברגליהם תעכסנה׃
17Daarom scheert de Heer de schedel van Sions dochters kaal, Zal Jahweh haar schaamte ontbloten.
17ושפח אדני קדקד בנות ציון ויהוה פתהן יערה׃
18Op die dag neemt Jahweh de sieraden weg: Voetringen, zonnen en maantjes,
18ביום ההוא יסיר אדני את תפארת העכסים והשביסים והשהרנים׃
19Oorbellen, ketens en sluiers,
19הנטפות והשרות והרעלות׃
20Hoofddoeken, armbanden, linten en flesjes,
20הפארים והצעדות והקשרים ובתי הנפש והלחשים׃
21Amuletten, halssnoer en ringen,
21הטבעות ונזמי האף׃
22Feestkleren, mantels en doeken,
22המחלצות והמעטפות והמטפחות והחריטים׃
23Tasjes en spiegels, Kapsels, mutsen en sjaals.
23הגלינים והסדינים והצניפות והרדידים׃
24En dan zal het wezen: In plaats van balsemgeur, stank: Voor gordel, een strop; Voor haarvlechten, schurft; Voor statie, een zak; Voor schoonheid, een brandmerk!
24והיה תחת בשם מק יהיה ותחת חגורה נקפה ותחת מעשה מקשה קרחה ותחת פתיגיל מחגרת שק כי תחת יפי׃
25Uw mannen zullen vallen door het zwaard, Uw helden door krijg;
25מתיך בחרב יפלו וגבורתך במלחמה׃
26Dan zullen ze klagen en rouwen onder haar poorten, En eenzaam zitten op de grond.
26ואנו ואבלו פתחיה ונקתה לארץ תשב׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.