Jesaja 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Nu zendt men de zonen Van den vorst van het land Van Petra in de woestijn Naar de berg van de dochter van Sion;
1שלחו כר משל ארץ מסלע מדברה אל הר בת ציון׃
2En als vluchtende vogels Uit een opgejaagd nest Staan de dochters van Moab Aan de passen van de Arnon!
2והיה כעוף נודד קן משלח תהיינה בנות מואב מעברת לארנון׃
3Ach, schaf ons toch raad, En kom ons te hulp; Maak uw schaduw tot nachtelijk duister Op klaarlichte dag; Verberg de vervolgden, Verraad de vluchtenden niet;
3הביאו עצה עשו פלילה שיתי כליל צלך בתוך צהרים סתרי נדחים נדד אל תגלי׃
4Laat bij U schuilen De verjaagden van Moab! Wees hun een toevlucht tegen den verdelger, Tot de verdrukking voorbij is, De verwoesting ten einde, De vernieler weg uit het land;
4יגורו בך נדחי מואב הוי סתר למו מפני שודד כי אפס המץ כלה שד תמו רמס מן הארץ׃
5Dan zal uw troon door die goedheid worden bevestigd, En Een zal er bestendig op zetelen in Davids tent: Een rechter, een vriend van het recht, Een, die voor de gerechtigheid ijvert!
5והוכן בחסד כסא וישב עליו באמת באהל דוד שפט ודרש משפט ומהר צדק׃
6Maar wij hebben van Moabs hoogmoed gehoord, En van zijn grenzeloze trots, Van zijn waan, zijn bluffen en pralen, Zijn ijdel gezwets.
6שמענו גאון מואב גא מאד גאותו וגאונו ועברתו לא כן בדיו׃
7Daarom houdt het gejammer van Moab aan, Wordt Moab door allen beklaagd; Snakken ze naar de rozijnkoek van Kir-Charéset, Geheel verslagen!
7לכן ייליל מואב למואב כלה ייליל לאשישי קיר חרשת תהגו אך נכאים׃
8Want de wingerd van Chesjbon ligt uitgeput neer, Met de wijnstok van Sibma: Die de heersers der volken Met hun vrucht konden temmen; Die reikten tot Jazer, En in de steppen verdoolden; Wier ranken zich verder en verder verspreidden, En hingen tot over de zee.
8כי שדמות חשבון אמלל גפן שבמה בעלי גוים הלמו שרוקיה עד יעזר נגעו תעו מדבר שלחותיה נטשו עברו ים׃
9Daarom beween ik met Jazer de wijnstok van Sibma Besproei ik u met tranen, Chesjbon, Elale; Want over uw oogst en gewas Schalt het hoezee der soldaten.
9על כן אבכה בבכי יעזר גפן שבמה אריוך דמעתי חשבון ואלעלה כי על קיצך ועל קצירך הידד נפל׃
10Weg is de blijdschap en vreugd uit uw gaarden, Op uw wijnbergen geen jubelen en juichen; Men treedt er geen wijn in de kuipen, Het hoezee van de persers verstomt.
10ונאסף שמחה וגיל מן הכרמל ובכרמים לא ירנן לא ירעע יין ביקבים לא ידרך הדרך הידד השבתי׃
11Daarom trilt mijn hart als een harp over Moab, En heel mijn binnenste over Kir-Cháres;
11על כן מעי למואב ככנור יהמו וקרבי לקיר חרש׃
12Want al ziet men Moab Op de hoogten zijn best doen, Al treedt het zijn heiligdom binnen, om er te bidden: Het zal niet meer baten!
12והיה כי נראה כי נלאה מואב על הבמה ובא אל מקדשו להתפלל ולא יוכל׃
13Dit is het woord, Door Jahweh vanouds over Moab gesproken.
13זה הדבר אשר דבר יהוה אל מואב מאז׃
14Maar nu spreekt Jahweh: In drie jaren tijds, De diensttijd van een soldaat, Zal de glorie van Moab verdwijnen Met heel zijn ontzaglijke rijkdom; Maar weinig blijft er van over, Vervallen en weerloos!
14ועתה דבר יהוה לאמר בשלש שנים כשני שכיר ונקלה כבוד מואב בכל ההמון הרב ושאר מעט מזער לוא כביר׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.