Jesaja
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1-
1הדבר אשר חזה ישעיהו בן אמוץ על יהודה וירושלם׃
2Maar op het einde der tijden zal de Berg van Jahweh’s tempel Boven de toppen der bergen staan, zich verheffen boven de heuvels. Alle volken stromen er heen,
2והיה באחרית הימים נכון יהיה הר בית יהוה בראש ההרים ונשא מגבעות ונהרו אליו כל הגוים׃
3Talloze naties maken zich op. Komt, zeggen ze, trekken we naar de Berg van Jahweh, Naar het huis van Jakobs God: Hij zal ons zijn wegen doen kennen, Wij zullen zijn paden betreden. Want uit Sion komt de wet, Uit Jerusalem Jahweh’s woord.
3והלכו עמים רבים ואמרו לכו ונעלה אל הר יהוה אל בית אלהי יעקב וירנו מדרכיו ונלכה בארחתיו כי מציון תצא תורה ודבר יהוה מירושלם׃
4Hij zal tussen de volkeren scheidsrechter zijn, En recht verschaffen aan machtige naties: Dan smeden ze hun zwaarden tot ploegijzers om, En hun lansen tot sikkels; Geen volk trekt zijn zwaard meer tegen een ander, En niemand oefent zich voor de strijd.
4ושפט בין הגוים והוכיח לעמים רבים וכתתו חרבותם לאתים וחניתותיהם למזמרות לא ישא גוי אל גוי חרב ולא ילמדו עוד מלחמה׃
5Op, huis van Jakob; Laat ons wandelen in Jahweh’s licht!
5בית יעקב לכו ונלכה באור יהוה׃
6Maar Jahweh heeft zijn volk verstoten, Het huis van Jakob. Want het is vol van waarzeggerij uit het oosten, Vol tovenaars als Filistea; En van de kinderen der barbaren Is het geheel overstroomd.
6כי נטשתה עמך בית יעקב כי מלאו מקדם ועננים כפלשתים ובילדי נכרים ישפיקו׃
7Hun land is vol zilver en goud: Geen eind aan hun schatten; Hun land is vol paarden: Geen eind aan hun wagens;
7ותמלא ארצו כסף וזהב ואין קצה לאצרתיו ותמלא ארצו סוסים ואין קצה למרכבתיו׃
8Hun land is vol goden: Geen eind aan hun beelden; Ze werpen zich neer voor het werk hunner handen, Voor hun eigen maaksel.
8ותמלא ארצו אלילים למעשה ידיו ישתחוו לאשר עשו אצבעתיו׃
9Maar die mensen worden te schande, Die mannen vernederd, nooit staan ze meer op!
9וישח אדם וישפל איש ואל תשא להם׃
10Ze sluipen weg in de rotsen, en kruipen diep in de grond, Uit angst voor Jahweh, en de glans van zijn luister.
10בוא בצור והטמן בעפר מפני פחד יהוה ומהדר גאנו׃
11De trotse blik van die mensen moet neer, De hoogmoed dier mannen gebroken: Hoog verheven blijft Jahweh alleen Op die dag!
11עיני גבהות אדם שפל ושח רום אנשים ונשגב יהוה לבדו ביום ההוא׃
12Want de dag van Jahweh der heirscharen komt Tegen al wat verwaand is en trots; Tegen al wat zich opheft, Wat hoog is zal vallen.
12כי יום ליהוה צבאות על כל גאה ורם ועל כל נשא ושפל׃
13Tegen alle rijzige Libanon-ceders, En alle hoge eiken van Basjan;
13ועל כל ארזי הלבנון הרמים והנשאים ועל כל אלוני הבשן׃
14Tegen alle reusachtige bergen, En alle geweldige heuvels.
14ועל כל ההרים הרמים ועל כל הגבעות הנשאות׃
15Tegen alle machtige torens, En alle ongenaakbare wallen;
15ועל כל מגדל גבה ועל כל חומה בצורה׃
16Tegen alle schepen van Tarsjisj, En alle fiere galjoenen.
16ועל כל אניות תרשיש ועל כל שכיות החמדה׃
17Dan wordt de trots van die mensen gebroken, De hoogmoed dier mannen vernederd: Hoog verheven blijft Jahweh alleen Op die dag!
17ושח גבהות האדם ושפל רום אנשים ונשגב יהוה לבדו ביום ההוא׃
18Ook de goden zullen allen verdwijnen,
18והאלילים כליל יחלף׃
19Wegsluipen in de spelonken en in de holen der aarde, Uit angst voor Jahweh en de glans van zijn luister, Als Hij opstaat, om de aarde met ontzetting te slaan.
19ובאו במערות צרים ובמחלות עפר מפני פחד יהוה ומהדר גאונו בקומו לערץ הארץ׃
20En op die dag gooien de mensen Hun zilveren goden weg met hun goden van goud, Die ze maakten om ze te aanbidden: Weg, voor de ratten en muizen.
20ביום ההוא ישליך האדם את אלילי כספו ואת אלילי זהבו אשר עשו לו להשתחות לחפר פרות ולעטלפים׃
21Als ge dan wegsluipt in de spelonken En in de spleten der klippen, Uit angst voor Jahweh en de glans van zijn luister, Als Hij opstaat, om de aarde met ontzetting te slaan:
21לבוא בנקרות הצרים ובסעפי הסלעים מפני פחד יהוה ומהדר גאונו בקומו לערץ הארץ׃
22Dan moet ge wel ophouden, Op mensen te steunen, Die enkel in hun neus wat adem hebben; Wat zouden ze dan voor waarde bezitten?
22חדלו לכם מן האדם אשר נשמה באפו כי במה נחשב הוא׃

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.