Jesaja 27
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Op die dag zal Jahweh bestraffen Met zijn groot, geweldig en machtig zwaard Liwjatan, de vluchtende draak, Liwjatan, de kronkelende slang; Hij zal vermoorden Het monster der zee!
1ביום ההוא יפקד יהוה בחרבו הקשה והגדולה והחזקה על לויתן נחש ברח ועל לויתן נחש עקלתון והרג את התנין אשר בים׃
2Op die dag zal men van de lieflijke wijngaard zingen:
2ביום ההוא כרם חמד ענו לה׃
3Ik, Jahweh, verzorg hem, Blijf hem altijd besproeien, Opdat zijn blaren niet vallen. Ik waak over hem dag en nacht,
3אני יהוה נצרה לרגעים אשקנה פן יפקד עליה לילה ויום אצרנה׃
4Niet langer ben Ik vertoornd! En vind Ik nog doornen en distels, Ik trek er tegen ten strijde, En zal ze allen verbranden!
4חמה אין לי מי יתנני שמיר שית במלחמה אפשעה בה אציתנה יחד׃
5Dan klampt hij zich vast aan mijn sterkte, En maakt vrede met Mij, Maakt vrede met Mij!
5או יחזק במעוזי יעשה שלום לי שלום יעשה לי׃
6Dan zal in die dagen, Jakob weer wortel schieten, Israël bloeien en vruchten dragen, En de aarde vullen met zijn oogst.
6הבאים ישרש יעקב יציץ ופרח ישראל ומלאו פני תבל תנובה׃
7Of zou Hij hem slaan, zoals Hij slaat, die hèm slaan, Hem doden, zoals Hij doodt, die hèm doden?
7הכמכת מכהו הכהו אם כהרג הרגיו הרג׃
8Zou Hij hem zijn volle wraak doen gevoelen, Hem verwerpen, wegvagen door zijn ziedende toorn Op de dag van de storm?
8בסאסאה בשלחה תריבנה הגה ברוחו הקשה ביום קדים׃
9Neen, zo bedoelt Hij het niet! Maar de misdaad van Jakob moet worden verzoend, De verdelging zijner zonde moet de vrucht er van zijn: Als hij alle altaarstenen als brokken kalk heeft verbrijzeld, En er geen heilige palen en zonnezuilen meer staan.
9לכן בזאת יכפר עון יעקב וזה כל פרי הסר חטאתו בשומו כל אבני מזבח כאבני גר מנפצות לא יקמו אשרים וחמנים׃
10Wel zal de machtige stad nog eenzaam zijn, Een ontvolkte plaats, verlaten als een woestijn. De kalveren zullen er weiden, Tussen haar struiken liggen, en ze vernielen;
10כי עיר בצורה בדד נוה משלח ונעזב כמדבר שם ירעה עגל ושם ירבץ וכלה סעפיה׃
11Haar takken zullen verdorren en knappen, De vrouwen komen, En steken ze in brand. Want nog is dit volk niet tot inzicht gekomen; Zijn Maker heeft dus voor hem geen erbarmen, Zijn Schepper geen ontferming voor hem.
11ביבש קצירה תשברנה נשים באות מאירות אותה כי לא עם בינות הוא על כן לא ירחמנו עשהו ויצרו לא יחננו׃
12Maar op die dag zal Jahweh oogsten Van de oever van de Eufraat tot de stroom van Egypte; En gij zult weer worden verzameld, Een voor een, Israëls zonen!
12והיה ביום ההוא יחבט יהוה משבלת הנהר עד נחל מצרים ואתם תלקטו לאחד אחד בני ישראל׃
13Op die dag Zal schallen de grote bazuin: En die in het land van Assjoer waren verloren, Of naar het land van Egypte waren verstoten, Zullen Jahweh komen aanbidden In Jerusalem, op de heilige berg!
13והיה ביום ההוא יתקע בשופר גדול ובאו האבדים בארץ אשור והנדחים בארץ מצרים והשתחוו ליהוה בהר הקדש בירושלם׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.