Jesaja 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Godsspraak over Egypte. Zie, Jahweh bestijgt een vlugge wolk, En rijdt Egypteland binnen: Egypte’s goden beven voor Hem, Het hart van Egypte smelt weg in zijn borst.
1משא מצרים הנה יהוה רכב על עב קל ובא מצרים ונעו אלילי מצרים מפניו ולבב מצרים ימס בקרבו׃
2Ik hits Egypte op tegen Egypte, Ze vechten tegen elkander: Vriend tegen vriend, en stad tegen stad, En rijk tegen rijk!
2וסכסכתי מצרים במצרים ונלחמו איש באחיו ואיש ברעהו עיר בעיר ממלכה בממלכה׃
3Egypte verliest zijn bezinning, Zijn plannen gooi Ik dooreen; Ze vragen hun goden en bezweerders om raad, Hun schimmen en waarzeggers.
3ונבקה רוח מצרים בקרבו ועצתו אבלע ודרשו אל האלילים ואל האטים ואל האבות ואל הידענים׃
4Maar Ik lever Egypte over aan een grimmigen meester, Een wrede koning zal over hen heersen: Is de godsspraak des Heren, Van Jahweh der heirscharen!
4וסכרתי את מצרים ביד אדנים קשה ומלך עז ימשל בם נאם האדון יהוה צבאות׃
5De wateren der zee zinken weg, De stroom wordt leeg en droogt uit,
5ונשתו מים מהים ונהר יחרב ויבש׃
6De kanalen worden moerassen, De Nijlarmen van Egypte verzanden, staan droog. Riet en bies verwelken,
6והאזניחו נהרות דללו וחרבו יארי מצור קנה וסוף קמלו׃
7Met het oevergras langs de Nijl; En al wat de Nijl deed ontkiemen, Verdort, verwaait en verdwijnt.
7ערות על יאור על פי יאור וכל מזרע יאור ייבש נדף ואיננו׃
8De vissers klagen en treuren, Allen, die in de Nijl komen hengelen; En die de netten werpen, Zitten aan het water te kwijnen.
8ואנו הדיגים ואבלו כל משליכי ביאור חכה ופרשי מכמרת על פני מים אמללו׃
9De vlasbewerkers staan verlegen, Spinsters en kammers bleek van ontzetting,
9ובשו עבדי פשתים שריקות וארגים חורי׃
10De wevers verslagen, Alle loonarbeiders onthutst.
10והיו שתתיה מדכאים כל עשי שכר אגמי נפש׃
11Enkel dwazen zijn de vorsten van Sóan, Farao’s wijzen een domme raad; Hoe durft ge nog tot Farao zeggen: Ik ben een zoon der wijzen, der oude vorsten?
11אך אולים שרי צען חכמי יעצי פרעה עצה נבערה איך תאמרו אל פרעה בן חכמים אני בן מלכי קדם׃
12Waar, waar blijven uw wijzen? Laten ze u toch eens zeggen en melden, Wat Jahweh der heirscharen Over Egypte besloot!
12אים אפוא חכמיך ויגידו נא לך וידעו מה יעץ יהוה צבאות על מצרים׃
13Verdwaasd staan de vorsten van Sóan, Verbijsterd de vorsten van Nof, De stamhoofden sleuren Egypte maar rond,
13נואלו שרי צען נשאו שרי נף התעו את מצרים פנת שבטיה׃
14Want Jahweh heeft ze duizelig gemaakt. Ze laten Egypte tasten bij al wat het doet, Zoals een dronkaard in zijn uitbraaksel tuimelt;
14יהוה מסך בקרבה רוח עועים והתעו את מצרים בכל מעשהו כהתעות שכור בקיאו׃
15Geen enkel werk komt in Egypte tot stand, Van kop of staart, van palmtak of riet.
15ולא יהיה למצרים מעשה אשר יעשה ראש וזנב כפה ואגמון׃
16Op die dag zal Egypteland Sidderen en beven als vrouwen: Voor de dreigende hand van Jahweh der heirscharen, Die Hij tegen hem opheft.
16ביום ההוא יהיה מצרים כנשים וחרד ופחד מפני תנופת יד יהוה צבאות אשר הוא מניף עליו׃
17En Juda’s bodem zal een verschrikking zijn voor Egypte; Het beeft al, wanneer er maar iemand van spreekt: Om het raadsbesluit van Jahweh der heirscharen, Dat Hij over hen heeft gewezen.
17והיתה אדמת יהודה למצרים לחגא כל אשר יזכיר אתה אליו יפחד מפני עצת יהוה צבאות אשר הוא יועץ עליו׃
18Maar eens zullen er vijf steden zijn in het land van Egypte, Die Kanaäns taal zullen spreken, En aan Jahweh der heirscharen trouw zullen zweren: En één er van zal Zonnestad heten.
18ביום ההוא יהיו חמש ערים בארץ מצרים מדברות שפת כנען ונשבעות ליהוה צבאות עיר ההרס יאמר לאחת׃
19Op die dag zal een altaar voor Jahweh staan Midden in het land van Egypte, En op zijn grenzen een zuil Ter ere van Jahweh!
19ביום ההוא יהיה מזבח ליהוה בתוך ארץ מצרים ומצבה אצל גבולה ליהוה׃
20Dit zal een teken zijn en getuige Voor Jahweh der heirscharen in het land van Egypte: Wanneer ze dan tot Jahweh roepen om hun verdrukkers, Zal Hij hun een Verlosser zenden, een Wreker, die hen zal redden.
20והיה לאות ולעד ליהוה צבאות בארץ מצרים כי יצעקו אל יהוה מפני לחצים וישלח להם מושיע ורב והצילם׃
21Zo zal Jahweh zich aan Egypte openbaren, En Egypte Jahweh erkennen op die dag; Het zal Hem dienen met offers en gaven, Gelofte afleggen aan Jahweh, en trouw ze volbrengen.
21ונודע יהוה למצרים וידעו מצרים את יהוה ביום ההוא ועבדו זבח ומנחה ונדרו נדר ליהוה ושלמו׃
22Zo zal Jahweh Egypte kastijden: Het slaan ter genezing! En wanneer ze zich dan tot Jahweh bekeren, Zal Hij zich laten verbidden, en hen weer genezen!
22ונגף יהוה את מצרים נגף ורפוא ושבו עד יהוה ונעתר להם ורפאם׃
23Op die dag zal er een heirbaan ontstaan Van Egypte naar Assjoer; Assjoer zal naar Egypte komen, Egypte naar Assjoer, En Egypte zal samen met Assjoer hem dienen!
23ביום ההוא תהיה מסלה ממצרים אשורה ובא אשור במצרים ומצרים באשור ועבדו מצרים את אשור׃
24En op die dag Zal Israël als derde Met Egypte en Assjoer een zegen ontvangen In het midden der aarde!
24ביום ההוא יהיה ישראל שלישיה למצרים ולאשור ברכה בקרב הארץ׃
25Jahweh der heirscharen zal ze zegenen, En zeggen: Gezegend Egypte, mijn volk; Assjoer, het werk mijner handen; Israël, mijn erfdeel!
25אשר ברכו יהוה צבאות לאמר ברוך עמי מצרים ומעשה ידי אשור ונחלתי ישראל׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.