Ezechiel 40
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1In het vijf en twintigste jaar van onze verbanning, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, veertien jaren na de inneming van de stad, juist op die dag raakte de hand van Jahweh mij aan. Hij bracht mij derwaarts:
1در سال بیست و پنجم اسیری ما درابتدای سال، در دهم ماه که سال چهاردهم بعد از تسخیر شهر بوده، در همان روزدست خداوند بر من نازل شده، مرا به آنجا برد.
2in goddelijke gezichten bracht Hij mij naar het land Israël. Hij liet mij neer op een zeer hoge berg, en het leek alsof aan de zuidkant daarvan een stad was gebouwd.
2در رویاهای خدا مرا به زمین اسرائیل آورد. ومرا بر کوه بسیار بلند قرار داد که بطرف جنوب آن مثل بنای شهر بود.
3Hij bracht mij daarheen, en daar zag ik in de poort een man staan, wiens uiterlijk op brons geleek, en die in zijn hand een linnen snoer en een duimstok hield.
3و چون مرا به آنجا آورد، اینک مردی که نمایش او مثل نمایش برنج بود ودر دستش ریسمانی از کتان و نی برای پیمودن بود و نزد دروازه ایستاده بود.
4De man sprak tot mij: Mensenkind, kijk goed uit uw ogen, spits uw oren, en let aandachtig op alles wat ik u laat zien; want ge zijt hierheen gebracht om te worden ingelicht. Verkondig aan het huis Israël, al wat ge zien zult.
4آن مرد مرا گفت: «ای پسر انسان به چشمان خود ببین و به گوشهای خویش بشنو و دل خود را به هرچه به تو نشان دهم، مشغول ساز زیرا که تو را در اینجا آوردم تااین چیزها را به تو نشان دهم. پس خاندان اسرائیل را از هرچه میبینی آگاه ساز.»
5En zie, buiten het tempelgebouw liep aan alle zijden een muur. De man had in zijn hand een duimstok van zes el: ellen van een el en een handbreedte. En hij mat de dikte van de muurbouw, die bedroeg één roede, en de hoogte: ook één roede.
5و اینک حصاری بیرون خانه گرداگردش بود. و بهدست آن مرد نی پیمایش شش ذراعی بود که هر ذراعش یک ذراع و یک قبضه بود. پس عرض بنا را یک نی و بلندیش را یک نی پیمود.
6Hij bracht mij naar de poort die op het oosten ligt, ging de trap op, en mat de drempel van de poort; hij was één roede breed; ook de andere drempel was één roede breed.
6پس نزددروازهای که بسوی مشرق متوجه بود آمده، به پله هایش برآمد. و آستانه دروازه را پیمود که عرضش یک نی بود و عرض آستانه دیگر را که یک نی بود.
7Elke nis was één roede breed en één roede diep, en tussen de nissen was een afstand van vijf el. Ook de drempel van de poort aan gene zijde van de poorthal, aan de binnenkant, was één roede breed.
7و طول هر غرفه یک نی بود وعرضش یک نی. و میان غرفهها مسافت پنج ذراع. و آستانه دروازه نزد رواق دروازه از طرف اندرون یک نی بود.
8Hij mat de poorthal op,
8و رواق دروازه را از طرف اندرون یک نی پیمود.
9die acht el diep was; en haar deurposten, die twee el breed waren. De poorthal lag aan de binnenkant.
9پس رواق دروازه را هشت ذراع واسبرهایش را دو ذراع پیمود. و رواق دروازه بطرف اندرون بود.
10De nissen van de oosterpoort lagen tegenover elkander: drie aan de ene en drie aan de andere kant; ze hadden alle drie dezelfde afmetingen, en ook de muurvlakken aan weerskanten hadden dezelfde afmetingen.
10و حجره های دروازه بطرف شرقی، سه از اینطرف و سه از آنطرف بود. و هرسه را یک پیمایش و اسبرها را از اینطرف وآنطرف یک پیمایش بود.
11Hij nam de breedte van de poortdeur op: ze bedroeg tien el, en die van de poortweg dertien el.
11و عرض دهنه دروازه را ده ذراع و طول دروازه را سیزده ذراع پیمود.
12Vóór de nissen was er aan weerskanten een afgesloten ruimte van één el, terwijl de nissen zowel aan de ene als aan de andere zijde zes el diep waren.
12و محجری پیش روی حجرهها ازاینطرف یک ذراع و محجری از آنطرف یک ذراع و حجرهها از این طرف شش ذراع و از آنطرف شش ذراع بود.
13Gemeten van de buitenmuur van een nis af tot aan de tegenoverliggende buitenmuur, bedroeg de breedte van de poort vijf en twintig el. De ene deur lag tegenover de andere.
13و عرض دروازه را از سقف یک حجره تا سقف دیگری بیست و پنج ذراع پیمود. و دروازه در مقابل دروازه بود.
14Ook mat hij de voorhal: twintig el. Aan de voorhal grensde aan weerszijden de voorhof.
14و اسبرهاراشصت ذراع ساخت و رواق گرداگرد دروازه به اسبرها رسید.
15Vanaf de buitenzijde van de poortingang tot en met de voorzijde van de poorthal aan de binnenkant, was de afstand vijftig el.
15و پیش دروازه مدخل تا پیش رواق دروازه اندرونی پنجاه ذراع بود.
16In de poort waren in de nissen en hun muurvlakken aan weerszijden vensters, die naar binnen toe schuin toeliepen. Zo waren er ook in de voorhal aan weerszijden vensters, naar binnen toe schuin toelopend; en op de muurvlakken waren palmen aangebracht.
16وحجرهها و اسبرهای آنها را به اندرون دروازه پنجره های مشبک بهر طرف بود و همچنین رواقها را. و پنجرهها بطرف اندرون گرداگرد بود وبر اسبرها نخلها بود.
17Vervolgens bracht hij mij naar de buitenvoorhof, en daar zag ik kamers en een plaveisel, die aan alle zijden van de voorhof waren aangelegd. Dertig kamers kwamen uit op dat plaveisel,
17پس مرا به صحن بیرونی آورد و اینک اطاقها و سنگ فرشی که برای صحن از هر طرفش ساخته شده بود. و سی اطاق بر آن سنگ فرش بود.
18dat zich bezijden de poorten even ver uitstrekte als de poorten diep waren. Dit was het laagste plaveisel.
18و سنگ فرش یعنی سنگ فرش پائینی بهجانب دروازهها یعنی به اندازه طول دروازهها بود.
19Ook nam hij de afstand op van de binnenzijde van de benedenste poort af tot aan de buitenzijde van de binnenvoorhof, en die bedroeg honderd el.
19و عرضش را از برابر دروازه پایینی تا پیش صحن اندرونی از طرف بیرون صد ذراع به سمت مشرق و سمت شمال پیمود.
20Toen ging hij mij voor naar het noorden, en ik zag een poort, die op het noorden van de buitenvoorhof lag; en hij nam haar breedte en diepte op.
20و طول و عرض دروازهای را که رویش بطرف شمال صحن بیرونی بود پیمود.
21Haar drie nissen aan weerskanten, haar muurvlakken en voorhal, hadden dezelfde afmetingen als die van de eerste poort; deze zelf was eveneens vijftig el diep en vijf en twintig el breed.
21و حجره هایش سه ازاینطرف و سه از آنطرف و اسبرهایش ورواقهایش موافق پیمایش دروازه اول بود. طولش پنجاه ذراع و عرضش بیست و پنج ذراع.
22Ook haar vensters, voorhal en palmen waren van dezelfde afmetingen, als die van de oosterpoort. Men betrad haar langs zeven treden, en haar voorhal lag aan de binnenkant.
22و پنجره هایش و رواقهایش و نخلهایش موافق پیمایش دروازهای که رویش به سمت مشرق است بود. و به هفت پله به آن برمی آمدند ورواقهایش پیش روی آنها بود.
23Tegenover de noorderpoort lag er een poort naar de binnen-voorhof: de afstand tussen beide poorten bedroeg honderd el.
23و صحن اندرونی را دروازهای در مقابل دروازه دیگربطرف شمال و بطرف مشرق بود. و از دروازه تادروازه صد ذراع پیمود.
24Daarop liet hij mij zuidwaarts gaan, en ook aan de zuidkant zag ik een poort; hij nam de maat van haar nissen, muurvlakken en voorhal: ze hadden dezelfde afmetingen.
24پس مرا بطرف جنوب برد. و اینک دروازهای به سمت جنوب و اسبرهایش ورواقهایش را مثل این پیمایشها پیمود.
25Aan weerszijden van de poort en haar voorhal waren er vensters van dezelfde vorm als de andere. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed,
25و برای آن و برای رواقهایش پنجرهها مثل آن پنجره هاگرداگردش بود. و طولش پنجاه ذراع و عرضش بیست و پنج ذراع بود.
26ze had een trap van zeven treden, haar poorthal lag ook aan de binnenkant en op haar muurvlakken waren palmen aangebracht, aan weerskanten één.
26وزینه های آن هفت پله داشت. و رواقش پیش آنها بود. و آن را نخلهایکی از اینطرف و دیگری از آنطرف براسبرهایش بود.
27Tegenover de zuiderpoort lag er een poort naar de binnen-voorhof; de afstand tussen beide poorten bedroeg honderd el.
27و صحن اندرونی بطرف جنوب دروازهای داشت و از دروازه تا دروازه به سمت جنوب صد ذراع پیمود.
28Vervolgens bracht hij mij in de zuiderpoort, die naar de binnen-voorhof leidt. Hij mat de zuiderpoort op: ze had dezelfde afmetingen;
28و مرا از دروازه جنوبی به صحن اندرونی آورد. و دروازه جنوبی را مثل این پیمایشها پیمود.
29ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. In de poort en de voorhal waren aan weerskanten vensters Ze was vijftig el lang en vijf en twintig el breed.
29و حجره هایش واسبرهایش و رواقهایش موافق این پیمایشها بود. و در آن و در رواقهایش پنجرهها گرداگردش بودو طولش پنجاه ذراع و عرضش بیست و پنج ذراع بود.
30-
30و طول رواقی که گرداگردش بود بیست وپنج ذراع و عرضش پنج ذراع بود.
31Haar voorhal echter lag aan de kant van de buiten-voorhof. Ook op haar muurvlakken waren palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
31و رواقش به صحن بیرونی میرسید. و نخلها بر اسبرهایش بودو زینهاش هشت پله داشت.
32Daarna bracht hij mij naar de oostzijde van de binnen-voorhof, en hij mat de poort op. Ze had dezelfde afmetingen;
32پس مرا به صحن اندرونی به سمت مشرق آورد. و دروازه را مثل این پیمایشها پیمود.
33ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. Aan weerskanten waren er in de poort en in de voorhal vensters. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed. Ook haar voorhal lag aan de kant van de buiten-voorhof.
33وحجره هایش و اسبرهایش و رواقهایش موافق این پیمایشها بود. و درآن و در رواقهایش پنجرهها برهر طرفش بود و طولش پنجاه ذراع و عرضش بیست و پنج ذراع بود.
34Op haar muurvlakken waren aan weerskanten palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
34و رواقهایش بسوی صحن بیرونی و نخلها بر اسبرهایش از این طرف وآنطرف بود و زینهاش هفت پله داشت.
35Tenslotte bracht hij mij naar de noorderpoort, en mat haar op. Ze had dezelfde afmetingen;
35و مرا به دروازه شمالی آورد و آن را مثل این پیمایشهاپیمود.
36ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. Aan weerskanten waren er vensters. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed.
36و حجره هایش و اسبرهایش ورواقهایش را نیز. و پنجرهها گرداگردش بود وطولش پنجاه ذراع و عرضش بیست و پنج ذراع بود.
37Ook haar voorhal lag aan de kant van de buiten-voorhof, op haar muurvlakken waren aan weerskanten palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
37و اسبرهایش بسوی صحن بیرونی بود. ونخلها بر اسبرهایش از اینطرف و از آنطرف بود وزینهاش هشت پله داشت.
38In de poorthal was een kamer met ingang; daar spoelde men het brandoffer af.
38و نزد اسبرهای دروازهها اطاقی بادروازهاش بود که در آن قربانی های سوختنی رامی شستند.
39Binnen de poorthal stonden twee tafels aan de éne en twee tafels aan de andere kant, waarop het brandoffer, het zonde-offer en schuldoffer werden geslacht.
39و در رواق دروازه دو میز ازاینطرف و دو میز از آن طرف بود تا بر آنهاقربانی های سوختنی و قربانی های گناه وقربانی های جرم را ذبح نمایند.
40Ook aan de buitenkant van de poorthal stonden twee tafels aan de linkerzijde; eveneens aan de andere zijde van de poorthal stonden twee tafels.
40و به یک جانب از طرف بیرون نزد زینه دهنه دروازه شمالی دومیز بود. و بهجانب دیگر که نزد رواق دروازه بوددو میز بود.
41Er waren dus vier tafels aan de ene en vier tafels aan de andere kant van de zijwand der poort; in het geheel acht tafels, waarop geslacht werd.
41چهار میز از اینطرف و چهار میز ازآنطرف به پهلوی دروازه بود یعنی هشت میز که بر آنها ذبح میکردند.
42De vier tafels voor het brandoffer waren uit steen gehouwen, en waren anderhalf el lang, anderhalf el breed en één el hoog; daarop legde men de gereedschappen neer, waarmee het brand- en slachtoffer geslacht werden.
42و چهار میز برای قربانی های سوختنی از سنگ تراشیده بود که طول هر یک یک ذراع و نیم و عرضش یک ذراع ونیم و بلندیش یک ذراع بود و بر آنها آلاتی را که به آنها قربانی های سوختنی و ذبایح را ذبح مینمودند، مینهادند.
43Aan de tafels, die binnen stonden, was langs alle kanten een rand aangebracht, een hand breed;
43و کناره های یک قبضه قد در اندرون از هر طرف نصب بود و گوشت قربانیها بر میزها بود.
44boven de tafels buiten de poort was een overkapping gemaakt, om het offervlees tegen regen en hitte te beschermen. Vervolgens leidde hij mij in de binnen-voorhof, en daar zag ik twee zalen, één ter zijde van de noorderpoort met een gevel op het zuiden, en één terzijde van de zuiderpoort met een gevel op het noorden.
44و بیرون دروازه اندرونی، اطاقهای مغنیان در صحن اندرونی به پهلوی دروازه شمالی بود وروی آنها به سمت جنوب بود و یکی به پهلوی دروازه مشرقی که رویش بطرف شمال میبودبود.
45En hij sprak tot mij: Deze zaal, die op het zuiden ligt, is bestemd voor de priesters, die de tempeldienst waarnemen;
45و او مرا گفت: «این اطاقی که رویش به سمت جنوب است، برای کاهنانی که ودیعت خانه را نگاه میدارند میباشد.
46en de zaal, die op het noorden ligt, is bestemd voor de priesters, die de altaardienst verrichten, namelijk voor de zonen van Sadok, die van de zonen van Levi tot Jahweh mogen naderen, om zijn dienst waar te nemen.
46و اطاقی که رویش به سمت شمال است، برای کاهنانی که ودیعت مذبح را نگاه میدارند میباشد. اینانندپسران صادوق از بنی لاوی که نزدیک خداوندمی آیند تا او را خدمت نمایند.»
47Hij mat de binnen-voorhof op: honderd el bedroeg de lengte en honderd el de breedte; het was een vierkant, en het altaar stond recht tegenover de tempel.
47و طول صحن را صد ذراع پیمود و عرضش را صد ذراع و آن مربع بود و مذبح در برابر خانه بود.
48Daarna bracht hij mij naar de voorhal van de tempel, en mat de deurposten van de voorhal op: ze waren aan weerskanten vijf el diep. De poort was veertien el breed, en de zijvlakken drie el aan weerskanten.
48و مرا به رواق خانه آورد. و اسبرهای رواق را پنج ذراع از اینطرف و پنج ذراع از آنطرف پیمود. و عرض دروازه را سه ذراع از اینطرف وسه ذراع از آنطرف.
49De lengte van de voorhal bedroeg twintig el en de breedte twaalf el; langs tien treden ging men er heen, en tegen de deurposten stond aan weerskanten een zuil.
49و طول رواق بیست ذراع وعرضش یازده ذراع. و نزد زینهاش که از آن برمی آمدند، دو ستون نزد اسبرها یکی از اینطرف و دیگری از آنطرف بود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.