Ezechiel 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Mensenkind, haal een tegel; leg die voor u neer en teken er een stad op: Jerusalem.
1«و تو نیزای پسر انسان آجری بگیر و آن راپیش روی خود بگذار و شهر اورشلیم را برآن نقش نما.
2Sla het beleg er omheen, werp er verschansingen op, leg er een wal om, richt er legerkampen in, en stel aan alle zijden stormrammen op.
2و آن را محاصره کن و در برابرش برجها ساخته، سنگری در مقابلش برپا نما و به اطرافش اردو زده، منجنیقها به هر سوی آن برپاکن.
3Dan moet ge een ijzeren plaat nemen, die opstellen als een muur van ijzer tussen u en de stad, en er onafgebroken naar kijken. Zo zal ze ingesloten zijn, zo zult ge haar belegeren; zo wordt het tot een teken voor het huis van Israël.
3و تابه آهنین برای خود گرفته، آن را در میان خود و شهر، دیواری آهنین بگذار و روی خود رابر آن بدار و محاصره خواهد شد و تو آن رامحاصره کن تا آیتی به جهت خاندان اسرائیل بشود.
4Ga vervolgens op uw linkerzijde liggen, om de schuld van het huis van Israël te dragen: zoveel dagen als ge daarop blijft liggen, zult ge hun schuld dragen.
4پس تو بر پهلوی چپ خود بخواب و گناه خاندان اسرائیل را بر آن بگذار. موافق شماره روزهایی که بر آن بخوابی، گناه ایشان را متحمل خواهی شد.
5Want de jaren van hun schuld laat Ik u in een getal van dágen uitdrukken: drie honderd en negentig dagen. Zolang moet ge de schuld van het huis van Israël dragen!
5و من سالهای گناه ایشان را مطابق شماره روزها یعنی سیصد و نود روز بر تونهادهام. پس متحمل گناه خاندان اسرائیل خواهی شد.
6Als ge daarmee klaar zijt, moet ge op uw rechterzijde gaan liggen, om veertig dagen lang de schuld van het huis van Juda te dragen: voor ieder jaar leg Ik u telkens één dag op.
6و چون اینها را به انجام رسانیده باشی، بازبه پهلوی راست خود بخواب و چهل روزمتحمل گناه خاندان یهودا خواهی شد. هر روزی را به جهت سالی برای تو قرار دادهام.
7Ge moet onafgebroken uw blik en uw ontblote arm naar het belegerde Jerusalem richten en tegen haar profeteren!
7و بازوی خود را برهنه کرده، روی به محاصره اورشلیم بدار و به ضد آن نبوت کن.
8Ook bind Ik u met touwen vast, opdat ge u niet van de ene zijde op de andere kunt keren, voordat de dagen dat gij haar belegert, voorbij zijn.
8و اینک بندها بر تومی نهم و تا روزهای محاصره ات را به اتمام نرسانیده باشی از پهلو به پهلوی دیگرت نخواهی غلطید.
9Ook moet ge tarwe halen en gerst bonen en linzen, gierst en spelt. Doe dat in éne schaal, en bereid daar uw brood van; zolang ge op uw zijde ligt, drie honderd en negentig dagen, moet ge dat eten.
9پس گندم و جو و باقلا و عدس و ارزن وجلبان برای خود گرفته، آنها را در یک ظرف بریزو خوراکی از آنها برای خود بپز و تمامی روزهایی که به پهلوی خود میخوابی، یعنی سیصد و نود روز آن را خواهی خورد.
10Het voedsel, dat ge eet, moet ge wegen: twintig sikkel per dag moogt ge op vastgestelde tijden gebruiken.
10وغذایی که میخوری به وزن خواهد بود، یعنی بیست مثقال برای هر روز. وقت به وقت آن راخواهی خورد.
11Ook het water moet ge bij de maat gebruiken: het zesde van een hin moogt ge op vastgestelde tijden drinken.
11و آب را به پیمایش یعنی سدس یک هین خواهی نوشید. آن را وقت به وقت خواهی نوشید.
12Ook moet ge een gerstenkoek eten, en die voor hun ogen op mensendrek bakken.
12و قرصهای نان جو که میخوری، آنها را بر سرگین انسان در نظر ایشان خواهی پخت.
13En Jahweh verklaarde: Zó zullen ook de Israëlieten hun onreine spijzen eten onder de volken, waarheen Ik ze ga verstrooien.
13و خداوند فرمود به همین منوال بنیاسرائیل نان نجس در میان امت هایی که من ایشان را به میان آنها پراکنده میسازم خواهندخورد.»
14Maar ik zeide: Ach Jahweh, mijn Heer, ik heb mij nog nooit verontreinigd; van gestorven of verscheurde dieren heb ik van mijn jeugd af tot nu toe nooit gegeten; en in mijn mond is nog geen bedorven vlees gekomen!
14پس گفتم: «آهای خداوند یهوه اینک جان من نجس نشده و از طفولیت خود تا به حال میته یادریده شده را نخوردهام و خوراک نجس به دهانم نرفته است.»
15Toen sprak Hij: Welnu, dan sta Ik u toe, rundermest in plaats van mensendrek te gebruiken; daarop kunt ge uw brood bereiden.
15آنگاه به من گفت: «بدان که سرگین گاو را به عوض سرگین انسان به تو دادم، پس نان خود را بر آن خواهی پخت.»
16En Hij sprak tot mij: Mensenkind, Ik ga in Jerusalem de broodstok breken. Ze zullen hun brood bij het gewicht en met bezorgdheid eten, en het water bij de maat en in vertwijfeling drinken,
16و مرا گفت: «ای پسر انسان اینک من عصای نان را در اورشلیم خواهم شکست و نان را به وزن و عسرت خواهندخورد و آب را به پیمایش و حیرت خواهندنوشید.
17opdat ze bij gebrek aan brood en water elkander angstig zullen aanzien, en in hun schuld verkwijnen.
17زیرا که محتاج نان و آب خواهند شد وبه حیرت بر یکدیگر نظر خواهند انداخت و بهسبب گناهان خود گداخته خواهند شد.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.