Ezechiel 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Hij zeide tot mij: Mensenkind, ga recht overeind staan, dan zal Ik met u spreken.
1که مرا گفت: «ای پسر انسان بر پایهای خودبایست تا با تو سخن گویم.»
2Zodra Hij tot mij gesproken had, kwam er een geest in mij, die mij recht overeind deed staan. En ik hoorde Hem, die tot mij sprak
2و چون این رابه من گفت، روح داخل من شده، مرا بر پایهایم برپا نمود. و او را که با من متکلم نمود شنیدم
3zeggen: Mensenkind, Ik zend u tot de Israëlieten, tot het opstandige volk, dat zich tegen Mij heeft verzet; zij zowel als hun vaderen hebben tot op deze eigen dag tegen Mij gezondigd,
3که مرا گفت: «ای پسر انسان من تو را نزد بنیاسرائیل میفرستم، یعنی نزد امت فتنه انگیزی که به من فتنه انگیختهاند. ایشان و پدران ایشان تا به امروزبر من عصیان ورزیدهاند.
4en de kinderen hebben een stug gelaat en een ontembaar hart. Tot hen zend Ik u, en tot hen moet ge zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer!
4و پسران ایشان سخت رو و قسی القلب هستند و من تو را نزد ایشان میفرستم تا به ایشان بگویی: خداوند یهوه چنین میفرماید.
5En of ze het horen willen of niet, want ze zijn een onhandelbaar volk, in ieder geval zullen ze weten, dat er een profeet onder hen is.
5و ایشان خواه بشنوند و خواه نشنوند، زیرا خاندان فتنه انگیز میباشند، خواهنددانست که نبیای در میان ایشان هست.
6Mensenkind, ge moet niet bang voor hen zijn, en voor hun woorden niet vrezen; want ofschoon ze u gaan weerstreven en belagen, en ofschoon ge op schorpioenen zult zitten, moet ge voor hun woorden niet vrezen en voor hun gezichten niet schrikken, want ze zijn een onhandelbaar volk.
6و توای پسر انسان از ایشان مترس و از سخنان ایشان بیم مکن اگرچه خارها و شوکها با تو باشد و در میان عقربها ساکن باشی، اما از سخنان ایشان مترس واز رویهای ایشان هراسان مشو، زیرا که ایشان خاندان فتنه انگیز میباشند.
7Ge moet mijn woorden voor hen herhalen, of ze luisteren willen of niet; want ze zijn een onhandelbaar volk.
7پس کلام مرا به ایشان بگو، خواه بشنوند و خواه نشنوند، چونکه فتنه انگیز هستند.
8Mensenkind, ge moet luisteren naar wat Ik u zeg, en niet halsstarrig zijn, zoals dit onhandelbare volk; open uw mond, en eet wat Ik u geef.
8و توای پسر انسان آنچه را که من به تو میگویم بشنو و مثل این خاندان فتنه انگیزعاصی مشو بلکه دهان خود را گشوده، آنچه را که من به تو میدهم بخور.»
9Ik keek op, en zag een hand naar mij uitgestrekt, die een boekrol vasthield.
9پس نگریستم و اینک دستی بسوی من درازشد و در آن طوماری بود.
10Hij ontrolde ze voor mijn ogen; ze was van voren en van achteren beschreven, en wat er op geschreven stond waren klaagliederen, weeklachten en treurzangen.
10و آن را پیش من بگشود که رو و پشتش هر دو نوشته بود و نوحه و ماتم و وای بر آن مکتوب بود.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.