Ezechiel 40
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1In het vijf en twintigste jaar van onze verbanning, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, veertien jaren na de inneming van de stad, juist op die dag raakte de hand van Jahweh mij aan. Hij bracht mij derwaarts:
1Двадесет пете године робовања нашег, у почетку године, десети дан месеца, четрнаесте године од како се узе град, исти дан дође нада ме рука Господња и одведе ме онамо.
2in goddelijke gezichten bracht Hij mij naar het land Israël. Hij liet mij neer op een zeer hoge berg, en het leek alsof aan de zuidkant daarvan een stad was gebouwd.
2Утварама Божјим одведе ме у земљу Израиљеву, и постави ме на гору врло високу, на којој беше с југа као саграђен град.
3Hij bracht mij daarheen, en daar zag ik in de poort een man staan, wiens uiterlijk op brons geleek, en die in zijn hand een linnen snoer en een duimstok hield.
3И одведе ме онамо, и гле, човек, који на очи беше као од бронзе, с ужем ланеним у руци и с трском мерачком, и стајаше на вратима.
4De man sprak tot mij: Mensenkind, kijk goed uit uw ogen, spits uw oren, en let aandachtig op alles wat ik u laat zien; want ge zijt hierheen gebracht om te worden ingelicht. Verkondig aan het huis Israël, al wat ge zien zult.
4И проговори ми тај човек: Сине човечји, гледај очима својим и слушај ушима својим, и узми на ум све што ћу ти показати, јер си доведен овамо да ти покажем; кажи дому Израиљевом све што видиш.
5En zie, buiten het tempelgebouw liep aan alle zijden een muur. De man had in zijn hand een duimstok van zes el: ellen van een el en een handbreedte. En hij mat de dikte van de muurbouw, die bedroeg één roede, en de hoogte: ook één roede.
5И гле, беше зид споља око дома, а у руци оном човеку трска мерачка од шест лаката, а лакат беше с подланице дужи од обичног; и измери грађевину у ширину, и беше једна трска, и у висину, и беше један трска.
6Hij bracht mij naar de poort die op het oosten ligt, ging de trap op, en mat de drempel van de poort; hij was één roede breed; ook de andere drempel was één roede breed.
6Па дође на врата која беху према истоку, и изиђе уз басамаке, и измери један праг вратима, и беше у ширину једна трска, и други праг, и беше у ширину једна трска;
7Elke nis was één roede breed en één roede diep, en tussen de nissen was een afstand van vijf el. Ook de drempel van de poort aan gene zijde van de poorthal, aan de binnenkant, was één roede breed.
7и клети, и свака беше једну трску дуга и једну трску широка; а између клети беше пет лаката; и праг на вратима код трема на унутрашњим вратима, и беше с једне трске.
8Hij mat de poorthal op,
8И измери трем на вратима унутрашњим, и беше једна трска.
9die acht el diep was; en haar deurposten, die twee el breed waren. De poorthal lag aan de binnenkant.
9И измери трем на вратима, и беше осам лаката; и довратнике им, и беху два лакта; а трем на вратима беше изнутра;
10De nissen van de oosterpoort lagen tegenover elkander: drie aan de ene en drie aan de andere kant; ze hadden alle drie dezelfde afmetingen, en ook de muurvlakken aan weerskanten hadden dezelfde afmetingen.
10и клети код врата према истоку беху три амо и три тамо, једне мере све три, и једне мере беху довратници тамо и амо.
11Hij nam de breedte van de poortdeur op: ze bedroeg tien el, en die van de poortweg dertien el.
11И измери ширину вратима, и беше десет лаката, и тринаест лаката беше у дужину вратима.
12Vóór de nissen was er aan weerskanten een afgesloten ruimte van één el, terwijl de nissen zowel aan de ene als aan de andere zijde zes el diep waren.
12И пред клетима беше места један лакат, и за један лакат беше места с друге стране, и у свакој клети беше шест лаката од туда и шест лаката од овуда.
13Gemeten van de buitenmuur van een nis af tot aan de tegenoverliggende buitenmuur, bedroeg de breedte van de poort vijf en twintig el. De ene deur lag tegenover de andere.
13После измери врата од крова једне клети до крова друге, и беше у ширину двадесет и пет лаката, врата према вратима.
14Ook mat hij de voorhal: twintig el. Aan de voorhal grensde aan weerszijden de voorhof.
14И начини довратнике од шездесет лаката, и пред довратницима трем на вратима унаоколо.
15Vanaf de buitenzijde van de poortingang tot en met de voorzijde van de poorthal aan de binnenkant, was de afstand vijftig el.
15И од лица врата на која се улази до лица трема на унутрашњим вратима беше педесет лаката.
16In de poort waren in de nissen en hun muurvlakken aan weerszijden vensters, die naar binnen toe schuin toeliepen. Zo waren er ook in de voorhal aan weerszijden vensters, naar binnen toe schuin toelopend; en op de muurvlakken waren palmen aangebracht.
16И беху прозори на клетима и на довратницима њиховим сужени унутра око врата, тако и на тремовима, прозори беху изнутра свуда унаоколо, и по довратницима палме.
17Vervolgens bracht hij mij naar de buitenvoorhof, en daar zag ik kamers en een plaveisel, die aan alle zijden van de voorhof waren aangelegd. Dertig kamers kwamen uit op dat plaveisel,
17Потом ме уведе у спољашњи трем, и гле, беху клети и под начињен свуда унаоколо у трему, тридесет клети на поду.
18dat zich bezijden de poorten even ver uitstrekte als de poorten diep waren. Dit was het laagste plaveisel.
18А тај под покрај врата према дужини врата беше нижи под.
19Ook nam hij de afstand op van de binnenzijde van de benedenste poort af tot aan de buitenzijde van de binnenvoorhof, en die bedroeg honderd el.
19Потом измери ширину од лица доњих врата до лица унутрашњег трема споља, и беше сто лаката к истоку и северу.
20Toen ging hij mij voor naar het noorden, en ik zag een poort, die op het noorden van de buitenvoorhof lag; en hij nam haar breedte en diepte op.
20И врата која беху к северу на трему спољашњем измери у дужину и у ширину;
21Haar drie nissen aan weerskanten, haar muurvlakken en voorhal, hadden dezelfde afmetingen als die van de eerste poort; deze zelf was eveneens vijftig el diep en vijf en twintig el breed.
21и беху три клети тамо и три амо, и довратници им и тремови беху исте мере као у првих врата; педесет лаката беше у дужину а у ширину двадесет и пет лаката;
22Ook haar vensters, voorhal en palmen waren van dezelfde afmetingen, als die van de oosterpoort. Men betrad haar langs zeven treden, en haar voorhal lag aan de binnenkant.
22и прозори им и тремови и палме беху на меру као на вратима која гледају на исток, и иђаше се к њима уза седам басамака, и тремови беху пред њима.
23Tegenover de noorderpoort lag er een poort naar de binnen-voorhof: de afstand tussen beide poorten bedroeg honderd el.
23И врата од унутрашњег трема беху према вратима северним и источним, и измери од врата до врата, и беше сто лаката.
24Daarop liet hij mij zuidwaarts gaan, en ook aan de zuidkant zag ik een poort; hij nam de maat van haar nissen, muurvlakken en voorhal: ze hadden dezelfde afmetingen.
24После ме одведе к југу, и гле, беху врата према југу; и измери им довратнике и тремове, и беше иста мера.
25Aan weerszijden van de poort en haar voorhal waren er vensters van dezelfde vorm als de andere. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed,
25И беху прозори на њима и на тремовима њиховим унаоколо као они прозори; педесет лаката беше у дужину и двадесет и пет лаката у ширину.
26ze had een trap van zeven treden, haar poorthal lag ook aan de binnenkant en op haar muurvlakken waren palmen aangebracht, aan weerskanten één.
26И иђаше се к њима уза седам басамака, и тремови беху пред њима, и палме једна од туда, а једна од овуда по довратницима.
27Tegenover de zuiderpoort lag er een poort naar de binnen-voorhof; de afstand tussen beide poorten bedroeg honderd el.
27И врата од унутрашњег трема беху према југу; и измери од врата до врата к југу, и беше сто лаката.
28Vervolgens bracht hij mij in de zuiderpoort, die naar de binnen-voorhof leidt. Hij mat de zuiderpoort op: ze had dezelfde afmetingen;
28Тада ме уведе у унутрашњи трем јужним вратима; и измери јужна врата, и беше иста мера.
29ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. In de poort en de voorhal waren aan weerskanten vensters Ze was vijftig el lang en vijf en twintig el breed.
29И клети њихове и довратници и тремови беху исте мере, и прозори на њима и на тремовима унаоколо; педесет лаката беше у дужину, и двадесет и пет лаката у ширину.
30-
30И тремови беху унаоколо, двадесет и пет лаката у дужину и пет лаката у ширину.
31Haar voorhal echter lag aan de kant van de buiten-voorhof. Ook op haar muurvlakken waren palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
31И тремови им беху према спољашњем трему, и палме по довратницима, и уз осам басамака иђаше се к њима.
32Daarna bracht hij mij naar de oostzijde van de binnen-voorhof, en hij mat de poort op. Ze had dezelfde afmetingen;
32Потом ме одведе у унутрашњи трем к истоку, и измери врата, и беше иста мера;
33ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. Aan weerskanten waren er in de poort en in de voorhal vensters. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed. Ook haar voorhal lag aan de kant van de buiten-voorhof.
33и клети им и довратници и тремови беху исте мере; и беху прозори на њима и на тремовима њиховим унаоколо; у дужину беше педесет лаката, а у ширину двадесет и пет лаката;
34Op haar muurvlakken waren aan weerskanten palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
34и тремови им беху према спољашњем трему, и палме по довратницима и тамо и амо, и уз осам басамака иђаше се к њима.
35Tenslotte bracht hij mij naar de noorderpoort, en mat haar op. Ze had dezelfde afmetingen;
35Потом одведе ме на северна врата и измери их, и беху исте мере.
36ook haar nissen, muurvlakken en voorhal hadden dezelfde afmetingen. Aan weerskanten waren er vensters. Ze was vijftig el diep en vijf en twintig el breed.
36Тако и клети им и довратници и тремови и прозори унаоколо; у дужину педесет лаката, а у ширину двадесет и пет лаката.
37Ook haar voorhal lag aan de kant van de buiten-voorhof, op haar muurvlakken waren aan weerskanten palmen aangebracht, en ze had een trap van acht treden.
37И довратници им беху према спољашњем трему, и палме по довратницима и тамо и амо, и уз осам басамака иђаше се к њима.
38In de poorthal was een kamer met ingang; daar spoelde men het brandoffer af.
38И клети с вратима беху код довратника тих врата, онде се праху жртве паљенице.
39Binnen de poorthal stonden twee tafels aan de éne en twee tafels aan de andere kant, waarop het brandoffer, het zonde-offer en schuldoffer werden geslacht.
39А у трему од врата беху два стола с једне стране и два стола с друге стране да се на њима кољу жртве паљенице и жртве за грех и за кривицу;
40Ook aan de buitenkant van de poorthal stonden twee tafels aan de linkerzijde; eveneens aan de andere zijde van de poorthal stonden twee tafels.
40и на страни споља како се улази на северна врата беху два стола, и на другој страни у трему од истих врата беху два стола;
41Er waren dus vier tafels aan de ene en vier tafels aan de andere kant van de zijwand der poort; in het geheel acht tafels, waarop geslacht werd.
41четири стола беху с једне стране и четири с друге стране уз врата, осам столова, на којима се кољаше.
42De vier tafels voor het brandoffer waren uit steen gehouwen, en waren anderhalf el lang, anderhalf el breed en één el hoog; daarop legde men de gereedschappen neer, waarmee het brand- en slachtoffer geslacht werden.
42А четири стола за жртву паљеницу беху од тесаног камена, у дужину подруг лакта, и подруг лакта у ширину а у висину један лакат, и на њима се остављаше оруђе којима се кољаху жртве паљенице и друге жртве.
43Aan de tafels, die binnen stonden, was langs alle kanten een rand aangebracht, een hand breed;
43И унутра беху куке с подланице свуда у наоколо, а на столове се меташе месо од жртава.
44boven de tafels buiten de poort was een overkapping gemaakt, om het offervlees tegen regen en hitte te beschermen. Vervolgens leidde hij mij in de binnen-voorhof, en daar zag ik twee zalen, één ter zijde van de noorderpoort met een gevel op het zuiden, en één terzijde van de zuiderpoort met een gevel op het noorden.
44И споља пред вратима унутрашњим беху клети за певаче у унутрашњем трему; једне беху уз врата северна и гледаху према југу, а друге беху уз источна врата и гледаху према северу.
45En hij sprak tot mij: Deze zaal, die op het zuiden ligt, is bestemd voor de priesters, die de tempeldienst waarnemen;
45Тада ми рече: Ове клети што гледају на југ јесу за свештенике који служе око дома;
46en de zaal, die op het noorden ligt, is bestemd voor de priesters, die de altaardienst verrichten, namelijk voor de zonen van Sadok, die van de zonen van Levi tot Jahweh mogen naderen, om zijn dienst waar te nemen.
46а оне клети што гледају на север јесу за свештенике који служе код олтара; то су синови Садокови, који између синова Левијевих приступају ка Господу да Му служе.
47Hij mat de binnen-voorhof op: honderd el bedroeg de lengte en honderd el de breedte; het was een vierkant, en het altaar stond recht tegenover de tempel.
47Потом измери трем, и беше у дужину сто лаката и у ширину сто лаката, четвртаст; и олтар беше пред домом.
48Daarna bracht hij mij naar de voorhal van de tempel, en mat de deurposten van de voorhal op: ze waren aan weerskanten vijf el diep. De poort was veertien el breed, en de zijvlakken drie el aan weerskanten.
48После ме одведе у трем од дома, и измери довратнике трему, и беше пет лаката отуд и пет лаката одовуд; а врата беху широка три лакта отуд и три лакта одовуд;
49De lengte van de voorhal bedroeg twintig el en de breedte twaalf el; langs tien treden ging men er heen, en tegen de deurposten stond aan weerskanten een zuil.
49дужина трему беше двадесет лаката, а ширина једанаест лаката, и уз басамаке се иђаше к њему, и ступови беху уз довратнике, један отуд и један одовуд.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.